nieuws

Strijd van tussenpersoon Fortuin tegen te dure levensverzekeringen

Archief

Het zit assurantietussenpersoon Pieter Fortuin uit het Brabantse Goirle niet mee in zijn kruistocht tegen te dure levensverzekeringen. Zo luidt de eerste regel van een artikel in AM nr. 21 van 1984.

 

Vlak voor het uitkomen van zijn vernieuwde boek over levensverzekeringen, begin oktober dat jaar, had de uitgever zich teruggetrokken. Daardoor was hij genoodzaakt de geactualiseerde versie maar in eigen beheer uit te geven.

 

De eerste uitgave van ‘Dood in de spaarpot’ was verschenen in 1970, dus inmiddels bijna veertig jaar geleden. Dat boek vormde een bundeling van een reeks artikelen van Pieter Fortuin die in 1969 in het toenmalige dagblad De Tijd waren gepubliceerd. De artikelen bevatten veel kritiek op levensverzekeringen, met name op de hoogte van de kosten van verzekeraars, op de ondoorzichtige constructies en op de afkoopregelingen en ze hebben destijd nogal wat stof doen opwaaien.

 

Maar toen Fortuin in 1984 de vernieuwde versie ging presenteren in het Haagse perscentrum Nieuwspoort, verschenen er maar enkele journalisten ten tonele.

 

Volgens Fortuin was voorspelbaar "dat het hele kosten- en provisiestelsel binnen afzienbare tijd op de helling gaat". Ten bewijze hiervan wees hij op een advertentie van tussenpersoon Beyer in Het Financieele Dagblad, waarin pensioenadvisering tegen uurloon werd aangeboden. "Dat is het begin van het einde", aldus Fortuin.

 

Letselschade

"Als een tussenpersoon geconfronteerd wordt met een cliënt die een ernstige letselschade is overkomen, dan moet die tussenpersoon niet te veel zelf gaan ‘knoeien’, want het gaat om een zeer moeilijke materie." Waarschuwende woorden van professor Leo Mok, hoogleraar Verzekeringsrecht, tijdens een lezing die hij in oktober 1984 hield bij de Goudse Assurantie Club.

 

Mok gaf een voorbeeld van "hoe het niet moet". Hem was een geval bekend van een tussenpersoon die in zijn ijver een brief aan een aansprakelijkheidsverzekeraar had geschreven, waarin hij namens zijn cliënt een smartengeld van maximaal ( 30.000 had geëist. "De brief was ook door de cliënt ondertekend. Deze cliënt had evenwel een ‘hoge dwarslaesie’en deskundigen weten dat die tussenpersoon dat bij zulk letsel nooit had moeten doen."

 

De tussenpersoon zou moeten helpen zoeken naar een goede advocaat en zou er voorts goed aan doen betrokken te blijven bij het overleg tussen de cliënt en de advocaat. "De advocaat is vaak heel knap, maar onbegrijpelijk in zijn brieven en weinig begrip tonend voor de noden van het slachtoffer", aldus Mok, die er verder op wees dat er grote behoefte was aan lijsten waarop de specialismen van advocaten zijn weergegeven. (Vijf jaar later, in 1989, zou de Vereniging van Letselschade Advocaten worden opgericht.)

 

Werkgelegenheid

Uit een enquête van het Verbond van Verzekeraars kwam naar voren, dat het aantal arbeidsplaatsen bij verzekeraars in 1984 met 3 % (circa 1.100 banen) was gedaald naar 36.950. Volgens Verbondsdirecteur Piet Köbben was de daling sterk beïnvloed door enkele grote fusies. "Zonder de effecten van deze fusies zou de werkgelegenheid zelfs zijn gestegen", aldus Köbben.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.