nieuws

Tussenpersoon versus AFM als David en Goliath

Archief

De rechtsbescherming van tussenpersonen tegen beslissingen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft soms wat weg van een wassen neus. Ondanks de formele mogelijkheden van bezwaar en beroep staan tussenpersonen nogal eens met lege handen. Een oorzaak is de onbekendheid met de procedures onder de Wet op het Financieel Toezicht (WFT).

 
De WFT geeft de AFM een groot aantal bevoegdheden om op te treden tegen vergunninghoudende tussenpersonen. Daaronder valt bijvoorbeeld het opleggen van dwangbevelen, fikse boetes en zelfs het intrekken van vergunningen.
 
   Hierbij moet worden bedacht dat de AFM diverse mogelijkheden heeft om informatie te verkrijgen over de gang van zaken bij een tussenpersoon. Zo kan zij inlichtingen opvragen bij iedere tussenpersoon, zelfs zonder dat er enige aanwijzing bestaat dat deze een wetsbepaling heeft overtreden. De tussenpersoon is verplicht mee te werken aan het verstrekken van die inlichtingen.
 
   Ook kan de AFM op grond van de WFT inlichtingen opvragen bij allerlei andere partijen. Denk bijvoorbeeld aan verzekeringsmaatschappijen, andere tussenpersonen, banken enzovoort, maar ook bij het Openbaar Ministerie.
 
Belang brief
Als de AFM informatie wenst, wordt er over het algemeen een brief gezonden aan de tussenpersoon met het verzoek bepaalde gegevens te verstrekken. Het belang van zo'n brief wordt door veel tussenpersonen niet onderkend. Indien de opgevraagde informatie niet wordt verstrekt, ondanks herhaald verzoek van de AFM, wordt dat de tussenpersoon vaak zwaar aangerekend. De AFM is al snel van mening dat de tussenpersoon hierdoor de doelen van de WFT met voeten treedt en rechtvaardigt daarmee (mede) het opleggen van bestuurlijke boetes en zelfs het intrekken van de vergunning.
 
   Natuurlijk is het feit dat de AFM inlichtingen vraagt, vaak het gevolg van vermoedens over misstanden bij de betreffende tussenpersoon. Wat dat betreft, heeft de AFM de kreet 'waar rook is, is vuur' hoog in het vaandel staan. Als er een vermoeden is van misstanden, dan komt de AFM vrij snel in actie.
 
Werkzaamheden staken
Wanneer de toezichthouder op basis van verkregen informatie overweegt om aan een tussenpersoon een sanctie op te leggen, wordt doorgaans eerst een voorgenomen besluit kenbaar gemaakt aan deze tussenpersoon. Deze wordt nog in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken. Dat kan mondeling of schriftelijk. Vaak blijkt dit de meest uitgelezen mogelijkheid om de AFM nog op andere gedachten te krijgen. Het verdient daarom aanbeveling om je als tussenpersoon deskundig te laten bijstaan bij het kenbaar maken van de zienswijze.
 
   Als de AFM desondanks overgaat tot het opleggen van één of meer maatregelen, kunnen de gevolgen voor de tussenpersoon groot zijn. Wanneer bijvoorbeeld de vergunning wordt ingetrokken, betekent dit dat vanaf dat moment de vergunningplichtige werkzaamheden moeten worden gestaakt.
 
Beroep
Wel staat dan voor de tussenpersoon nog de weg van de bestuursrechtelijke rechtsbescherming open. Dat houdt in de eerste plaats in het indienen van bezwaar bij de AFM zelf, en wanneer dat geen soelaas biedt, het instellen van beroep bij de Rechtbank Rotterdam.
 
   Dit betekent niet dat ondertussen kan worden doorgewerkt door de tussenpersoon. Ondanks de lopende bezwaar- en beroepsprocedure blijft namelijk de vergunning ingetrokken. In de praktijk leidt dit voor met name kleinere tussenpersonen tot grote (financiële) problemen. De bezwaar- en beroepsprocedure neemt immers minimaal een aantal maanden in beslag, waardoor het risico heel reëel is dat de bewuste tussenpersoon al snel in staat van faillissement komt te verkeren. Een eventuele positieve beslissing op bezwaar of beroep is dan mosterd na de maaltijd.
 
   Het enige wat een tussenpersoon hiertegen kan ondernemen, is te proberen om in een bestuursrechtelijk kort geding af te dwingen dat de werking van het besluit van de AFM alsnog wordt geschorst gedurende de bezwaar- en beroepsprocedure. Daaraan zijn evenwel voor de tussenpersoon kosten verbonden en enige garantie op een positieve afloop kan niet worden gegeven.
 
   De onvolmaakte rechtsbescherming tegen maatregelen van de AFM vormt een reëel risico voor tussenpersonen. Er kan dan ook wel worden gesteld dat als een tussenpersoon eenmaal in het vizier van de AFM is, er voor hem een moeizame weg volgt. Alleen adequate (re)acties kunnen er dan toe leiden dat David het wint van Goliath.
 
zijn beiden advocaten bij Van Iersel Luchtman Advocaten te Uden en zijn gespecialiseerd in financieel recht. Blokje
 
Zelf een discussie starten?
 
Ga naar het Forum op www.amweb.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.