nieuws

Zwaarder toezicht Verzekeringskamer binnen bestaande wetgeving mogelijk

Archief

Verscherping van toezicht op de verzekeringsbranche moet er komen, maar de Verzekeringskamer gaat in haar aanbevelingen voor wetswijzigingen verder dan nodig is. Dit stelde voormalig voorzitter van Moret, Ernst & Young, H.J. Neeleman RA tijdens de ‘Verzekeringsdag 1994’ van deze accountant.

Als het aan Neeleman ligt, is een zwaarder verzekeringstoezicht snel te realiseren. Hier is volgens hem geen verandering van wetgeving voor nodig, zeker niet daar waar het een actievere rol van de accountant betreft.
Het lijkt er volgens Neeleman op, dat de VK van de kritiek naar aanleiding van de Vie d’Or zaak zó geschrokken is, dat ze van het ene uiterste doorschiet naar het andere uiterste: van het rustige normatieve toezicht naar een vergaande combinatie van preventief en repressief toezicht. “In het jaarverslag 1993 van de Verzekeringskamer wordt opgemerkt, dat het van groot belang is te blijven zoeken naar aanvullingen op, en een verdere verfijning van het toezichtsinstrumentarium binnen het bestaande normatieve toezichtstelsel. De ervaringen met Vie d’Or hebben grote invloed uitgeoefend op deze verdere verfijning. Kijkend naar het in oktober gepubliceerde Tweede tussentijdse verslag inzake Vie d’Or waarin een aantal belangrijke beleidsvoornemens ten behoeve van de uitvoering van het toezicht worden aangekondigd, is er in feite sprake van een belangrijke koerswijziging in plaats van een aanvulling of verfijning. Natuurlijk is een verzwaring van het toezicht nodig en zeker in de aangeven richting, maar het lijkt er echter op dat de VK verder wil gaan dan passend en nodig is”, aldus Neeleman.
Bankwezen
Aan het toezicht in het bankwezen kan volgens Neeleman een goed voorbeeld worden genomen. “De huidige wetgeving biedt al een toereikend kader voor een verdergaande regeling van het toezicht. De wijze waarop de Nederlandsche Bank na een aantal incidenten op basis van nagenoeg identieke wetsbepalingen het toezicht heeft aangescherpt, biedt een goed voorbeeld. Dat toezicht kan niet meer voorzien worden van een etiket normatief/repressief of materieel/preventief. Er heeft een dynamisering plaatsgevonden waarin elementen uit beide stelsels een plaats hebben. De vinger wordt – als het ware – doorlopend aan de pols gehouden. Zo heeft de wettelijke plicht van de accountant om desgevraagd alle inlichtingen te verschaffen die voor het toezicht nodig zijn, vorm gekregen in een zogeheten Tripartite overeenkomst inzake de informatieverschaffing door de externe accountant. Die overeenkomst wordt afgesloten tussen de instelling, de accountant en DNB. Het accountansberoep zal stellig bereid zijn om aan vergelijkbare patronen in de verzekeringssector mee te werken. Zo kan een belangrijk deel van de voornemens van de VK snel worden gerealiseerd. Voor de actuaris zal een vergelijkbare overlegstructuur ingesteld moeten worden.”
“Het zou een goede zaak zijn wanneer op korte termijn overleg wordt gevoerd tussen de VK en de representatieve organisaties als het Nivra (accountants), het Actuarieel Genootschap en het Verbond van Verzekeraars over de gedachten van de VK met het doel te komen tot een verantwoorde, praktisch uitvoerbare en betaalbare regeling van toezicht.”
Toekomst intermediair
Na de lunch werd tijdens het congres onder meer het woord gegeven aan NVA-voorzitter J.J. Weitenberg die onder de titel ‘De toekomst van het intermediair’ in zijn speech aandrong op het in kaart brengen van de reserves van de bedrijfsverenigingen. En om de aanwezige reserves, die ten laste van bedrijven en werknemers zijn gevormd, als extra bestedings- en investeringsimpuls terug te geven aan de marktsector.
Naast zijn pleidooi voor een level playing field met onder meer de pensioenfondsen en de bedrijfsverenigingen, dringt hij tevens aan op een herbezinning op het instrument van het algemeen verbindend verklaren van cao’s. kader:
Het ochtendprogramma van de jaarlijkse Verzekeringsdag van Moret, die vorige week in het congresgebouw zo’n 350 belangstellenden trok, stond deze keer vooral in het teken van de balans van de verzekeringsmaatschappij. Wordt met de klassieke grondslagen voor de bepaling van vermogen en resultaat het vereiste inzicht nog wel gediend?, was de centrale vraagstelling. Om op deze vraag een antwoord te geven, analyseerden deskundigen van Moret, de ING Groep en Fortis de onderlinge verbondenheid van de waardering van beleggingen en de waardering van de verzekeringsportefeuille. In de analyse werden de (vrije) kasstromen ná balansdatum betrokken. Vastgesteld werd, dat voor de vereiste inzicht in de rentabiliteit en de solvabiliteit van de onderneming binnen de balans onderscheid gemaakt moet worden tussen het ondernemingskapitaal waarvoor vrij vermogen is aangewend enerzijds en het dekkingskapitaal van de verzekeringsverplichtingen en het op basis van solvabiliteitseisen bepaalde gebonden vermogen anderzijds. De verslaggeving zal zich volgens de deskundigen moeten richten op het geven van inzicht in de ontwikkeling van ondernemings- en dekkingskapiaal. Voor het verkrijgen van dit inzicht speelt de staat van herkomst en besteding van middelen met daarin een onderscheid naar activiteiten een belangrijker rol dan tot nu toe het geval is geweest. Geconcludeerd werd, dat daarbij de implementatie van het economic concept of profit als managementtool de grote uitdaging voor de nabije toekomst zal zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.