nieuws

Zowel avp- als avb-verzekeraar moeten opdraaien voor schade bakkerszoontje

Archief

Tijdens het laden/lossen van goederen uit een vrachtwagen laat een bakker zijn 5-jarig zoontje spelen op de laadklep van deze vrachtwagen. Door toedoen van het knulletje valt een rolcontainer van de laadklep: bovenop een geparkeerd staande auto. De aansprakelijk gestelde bakker heeft bij verzekeraar A een avp-verzekering en bij verzekeraar B een avb-polis. De verzekeraars zijn het niet eens over de vraag wie dekking moet verlenen.

In een schrijven aan de Commissie Samenloop van het Verbond van Verzekeraars stelde de avp-verzekeraar, dat hij de schade heeft afgewezen op grond van een in de polisvoorwaarden genoemde bepaling. Het gaat hierbij om uitsluiting van de aansprakelijkheid van verzekerde die verband houdt met het uitoefenen van een (neven)bedrijf of (neven)beroep.
De avb-verzekeraar zegt de schade te hebben afgewezen, omdat de bakker hiervoor als vader van het jongetje (en dus in particuliere hoedanigheid) aansprakelijk is. “Artikel 6:169 BW legt de aansprakelijkheid van schade veroorzaakt door kinderen bij hun ouders of voogden. Het betreft een kwalitatieve aansprakelijkheid. De omstandigheid dat de ouder op het moment van het toebrengen van de schade toevallig aan het werk was, doet onzes inziens niet ter zake: het zoontje brengt de schade toe als kind en dus dient de ouder deze schade te vergoeden. Daarnaast is ouderschap nimmer een beroepsmatige bezigheid.”
Onvoldoende zorg
De Commissie Samenloop stelt vast, dat er sprake is van particuliere aansprakelijkheid conform genoemd wetsartikel, maar daarmee is de kous niet af. Zij gaat namelijk ook in op de omstandigheid, “dat de schade is veroorzaakt tijdens werkzaamheden die werden verricht in de bedrijfmatige hoedanigheid van de bakker”.
Er is volgens de commissie sprake van “het onvoldoende in acht nemen van zorg bij het laden en lossen van een vrachtwagen, wanneer daarbij wordt toegestaan dat een vijfjarig kind op de laadklep speelt”. Op grond hiervan vindt de commissie dat de bakker óók in zijn bedrijfsmatige hoedanigheid aansprakelijk is. “De commissie neemt hierbij in overweging, dat ook in het geval dat sprake zou zijn geweest van schade veroorzaakt in vergelijkbare omstandigheden door een willekeurig vijfjarig kind (waarvan de bakker niet de ouder was), eveneens zowel de bakker, in zijn bedrijfsmatige hoedanigheid, als de ouder van dat kind aansprakelijk zou zijn. De commissie concludeert, dat er sprake is van samenloop van dekking en vindt dat de betrokken verzekeraars de schade moeten delen. (Uitspraak nr 86 van de Verbondscommissie Samenloop inzake ‘Bakkerszoontje)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.