nieuws

Zorgverzekeraar onduidelijk over verschillen studentenpolissen

Archief

Een studente met een studenten-maatschappijpolis kwam er achter dat zij goedkoper uit zou zijn geweest met de studenten-standaardpakketpolis. De Beroepscommissie WTZ vindt dat de verzekeraar haar slecht heeft voorgelicht.

De verzekerde ging in september 1998 studeren aan de Leidse universiteit, en kreeg vanaf dat moment een studiefinanciering ingevolge de WSF (Wet op de studiefinanciering). Hierdoor moest zij haar ziekenfondsverzekering opzeggen en zich particulier verzekeren. Via haar tussenpersoon sloot zij per 1 september een Studenten Ziektekosten Polis.
In 1999 ontdekte de studente dat zij goedkoper uit zou zijn geweest met een studenten-standaardpakketpolis. Zij zegde per 1 januari 2000 de polis op en vroeg bij een andere verzekeraar de studenten-standaardpakketpolis aan. Deze weigerde op grond van de acceptatievoorwaarden. Voor de studenten-standaardpakketpolis geldt namelijk geen acceptatieplicht als de verzekerde voorafgaand zelfstandig particulier verzekerd is. De studente maakte vervolgens haar opzegging ongedaan.
Ongebruikelijk
Bij de Beroepscommissie WTZ (voor klachten omtrent standaard- en standaardpakketpolissen) eiste de studente dat de verzekeraar haar alsnog en met terugwerkende kracht een standaardpakketpolis zou aanbieden. Zij verweet de tussenpersoon, en in het verlengde daarvan de verzekeraar, dat zij niet op de standaardpakketpolis was gewezen en slechts één aanvraagfomulier had gekregen.
Volgens de verzekeraar was dat logisch omdat de studente en haar moeder telefonisch te kennen hadden gegeven dat zij prijs stelden op een dekking voor homeopatische en antroposofische hulp. Hij maakte hierbij de kanttekening, dat het ongebruikelijk is om Wsf-gerechtigden een maatschappijpolis aan te bieden. Bovendien wordt in een toelichting die aan het aanvraagformulier voor de maatschappijpolis is vastgeniet, gewezen op de studenten-standaardpakketpolis.
‘Geen duidelijk beeld’
De Beroepscommissie concludeert dat niet is gebleken “dat er, op grond van een verzoek van de studente en/of haar moeder tot dekking van homeopathische en antroposofische zorg, aanleiding bestond haar het – duurdere – maatschappijproduct aan te bieden.”
De Beroepscommissie vindt dat de toelichting waarop de verzekeraar zich beroept “geen duidelijk beeld geeft van de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden”. “Zo is de voorlichting over de studenten-standaardpakketpolis beperkt tot de mededeling dat men daarvoor in aanmerking kan komen als men recht heeft op studiefinanciering. Een overzicht van de dekking van deze verzekering ontbreekt, terwijl over de aanmerkelijk lagere premie wordt gezwegen. Een ‘beknopt dekkingsoverzicht’ wordt daarentegen wel gegeven met betrekking tot de Studenten Ziektekosten Polis’.”
Op grond van dit alles oordeelt de Beroepscommissie dat de verzekeraar de studente met terugwerkende kracht tot september 1998 moet verzekeren op een studentenstandaardpakketpolis. Dit houdt in, dat hij haar de te veel betaalde premie moet teruggeven en vergoedingen die op de ene polis wel en op de andere niet waren gedekt, met haar moet verrekenen. Beroepscommissie WTZ nr 0037/2001

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.