nieuws

Zalm: geen kaalslag onder tussenpersonen

Archief

Minister Zalm (Financiën) verwacht niet dat de invoering van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) zal leiden tot een kaalslag onder het intermediair. Zalm gaat in zijn beantwoording van een groot aantal Kamervragen uitgebreid in op de kosten van de WFD.

Zalm verwacht niet dat iedereen die nu op de financiële dienstverleningsmarkt actief is “moeiteloos aan de eisen zal voldoen”. Hij zegt verder dat de WFD van “onderdelen van de markt” een forse inspanning zal verlangen. De WFD zal derhalve voor dienstverleners die het minimum kwaliteitsniveau niet kunnen bereiken tot gevolg hebben dat zij de markt moeten verlaten. “Dat partijen die niet aan de minimumeisen kunnen voldoen niet langer actief mogen zijn als financiële dienstverlener is een uitdrukkelijke doelstelling van de WFD.”
Kosten
Een groot struikelblok voor marktpartijen zijn de kosten die de invoering en naleving van de WFD met zich meebrengen. De kosten die in de Memorie van Toelichting zijn opgenomen, verschillen fors van de kosten die door marktpartijen zijn berekend en die naar voren zijn gekomen uit een reality-check die de Autoriteit Financiële Markten heeft uitgevoerd onder vijftig financiële dienstverleners.
In de beantwoording van de Kamervragen gaat Zalm zeer uitgebreid in op dit onderwerp. De voornaamste kosten worden veroorzaakt door de regels ten aanzien van deskundigheid en advisering. De kosten voor het onderdeel deskundigheid zijn terug te voeren op het kennisniveau dat van de financiële dienstverlener wordt verlangd en op de wijze waarop iemand mag aantonen dat de vereiste deskundigheid gewaarborgd is.
De adviesregel vraagt van de financiële dienstverlener die adviseert dat het aanbevolen product past bij de klant. De regel probeert dus ‘misselling’ te voorkomen. Deze regel is niet nieuw, schrijft Zalm in zijn beantwoording aan de Kamer. “Doordat de WFD publiek toezicht op de naleving van de verplichting introduceert, moet de vraag worden beantwoord welke handvatten de toezichthouder nodig heeft om de naleving van deze verplichting te kunnen verifiëren (documentatie en bewaartermijnen). De voor rekening van de WFD komende kosten van deze verplichting zitten derhalve niet in de noodzaak voor financiële dienstverleners om zich te verdiepen in de wensen en kenmerken van de klant, maar in de kosten die men moet maken om naleving van deze regel aannemelijk te maken voor de AFM.”
Rigide
Er bestaan grote verschillen in de door diverse marktpartijen opgestelde kostenramingen. Volgens Zalm is het geven van inzicht in de oorzaken van de kostenverschillen slechts “in beperkte mate mogelijk vanwege de door de aanbieders van financële producten gekozen benadering”. Afzonderlijke banken en verzekeraars werd gevraagd een inschatting te maken van de toezichtslasten van de WFD. De uitkomsten werden opgeteld en waar nodig geëxtrapoleerd.
De verklaring voor de verschillen is volgens Zalm toe te schrijven aan onder meer het feit dat de “wet vaak meer indringend is uitgelegd dan nodig en dat bovendien rekening is gehouden met een zeer rigide en indringend toezicht door de AFM”. Verder zijn hogere uurtarieven gebruikt door de markt (e 100 in plaats van e 55 per uur), is de duur van bepaalde activiteiten langer (het noteren van het klantprofiel zou vijftien tot dertig minuten duren in plaats van vijf minuten) en zijn bepaalde kosten toegerekend aan de WFD die niet direct aan de wet zouden moeten worden toegerekend. Banken en verzekeraars rekenen bovendien hoge kosten in verband met aanpassingen in de ICT-systemen, die op dit moment vaak productgeoriënteerd zijn, maar (mede) door toedoen van de WFD meer klantgericht zouden moeten worden.
Reducties
Gezien de hoge kosten is met marktpartijen gesproken over mogelijkheden om de administratieve lasten en de overige nalevingskosten beperkt te houden. Daarbij zijn drie reductievoorstellen gedaan. Deze voorstellen betreffen het toezichtmodel. Gesteld was dat er vaste vormvoorschriften zouden gelden voor de wijze waarop een dienstverlener mag aantonen dat hij zich aan de WFD houdt. Het voorstel is nu om met een ‘vormvrij model’ te beginnen, waarbij de financiële dienstverleners zelf kunnen bepalen op welke wijze zij de naleving van de WFD – met name van de adviesregel – kunnen aantonen.
Een tweede reductievoorstel is de deskundigheidseisen en adviesregels niet toe te passen op sparen en beleggen. Zalm stelt, dat er bij het opstellen van de Memorie van Toelichting van is uitgegaan dat er géén specifieke deskundigheidseisen zouden gelden voor sparen en beleggen. “Aangezien het Platform Financiële Dienstverlening hiervoor wél een deskundigheidsmodule heeft bedacht, zijn de kosten voor deskundigheid hoger uitgevallen dan was geraamd.”
Een derde reductievoorstel betreft het niet toepassen van de adviesregel bij andere eenvoudige producten, met name schadeverzekeringen. “Omdat dit product redelijk is te overzien door de consument, is het risico van misselling niet groot en eventuele schade als gevolg van misselling zal naar verwachting beperkt zijn.”
Correcties
Zalm stelt verder in zijn beantwoording van de Kamervragen dat de berekening van de marktpartijen te hoog uitkomen doordat “er kosten worden opgevoerd die niet aan de WFD toegerekend zouden mogen worden”.
Zalm noemt hierbij onder meer kosten van herhaling van examens. “De markt heeft zelf een minimale standaard van deskundigheid bepaald en verwacht dat de helft van het intermediair dit niveau zelfs na een cursus niet zal kunnen halen. Dit lijkt geen houdbare veronderstelling. Of er is geen sprake van een reëel deskundigheidsniveau (in welk geval de deskundigheidseisen moeten worden aangepast), óf de veronderstellingen ten aanzien van het slagingspercentage zijn veel te pessimistisch.”
Kosten van dubbele bezetting van deskundigen binnen de onderneming mogen volgens Zalm eveneens niet aan de WFD toegerekend worden. Zalm verwacht niet dat deze deskundigen nu sneller van baan zullen wisselen waardoor ondernemers meer afhankelijk zullen worden van deze personen. “Als dit effect al zou optreden, kunnen deze kosten niet aangemerkt worden als nalevingskosten van de wet, hoogstens als indirect economisch effect.”
Van kosten in verband met opwaartse druk van het salarisniveau van deskundige sleutelfiguren binnen de onderneming verwacht Zalm ook niet dat deze zullen optreden. “Als door de hogere deskundigheid de productiviteit stijgt, staat er tegenover deze extra salarislasten ook extra productie. Ook hier betreft het in ieder geval geen nalevingskosten van de wet.”
Verder vindt Zalm dat de kosten voor starters niet toegerekend mogen worden. “De veronderstelling is dat toe- en uittreding tegen elkaar wegvallen en dat geldt dus ook voor de administratieve lasten van toe- en uittreders.”
Zalm verwacht dat de genoemde reductievoorstellen, na de doorgevoerde correcties, een halvering opleveren van aanvankelijke berekeningen door marktpartijen.
Second opinion
Andere verschillen in de geschatte kosten betreffen onder meer: kosten van verlet in verband met het volgen van een opleiding/examen, kosten in verband met het aantal uitgebrachte adviezen/offertes, automatiseringskosten en het vastleggen van de resultaten van een adviesgesprek. Deze kosten mogen volgens Zalm niet toegerekend geworden aan de WFD.
De genoemde reductievoorstellen zullen worden geïmplementeerd in lagere regelgeving. “Aangezien er ten aanzien van de ‘hardheid’ van de resterende verschillen, ondanks intensief overleg met de marktpartijen, nog twijfels bestaan, zal worden overwogen om een second opinion te vragen ten aanzien van de door de markt gekozen aannames”, aldus Zalm.
In de beantwoording van de Kamervragen laat Zalm er geen twijfel over bestaan dat de WFD uiteindelijk zijn geld zal opbrengen. “Al met al ben ik van mening dat de verwachte baten voldoende opwegen tegen de berekende lasten.”
Zalm: de markt rekent te hoge tarieven voor een administratief medewerker: e 100 in plaats van e 55.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.