nieuws

Wrevel over prijsvorming bij nieuwe topman NBVA

Archief

door Richard Vroom

In de afgelopen weken hebben enkele duizenden assurantiebemiddelaars kennis kunnen maken met de nieuwe voorzitter van de NBVA, Rob Groenemeijer. De voorlichtingsronde over de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) georganiseerd door het Verbond van Verzekeraars, de NVA en de NBVA, bracht hem in volle zalen van naar informatie hongerende branchegenoten. De toernee is nog niet afgelopen, want ook volgende week zijn er nog enkele bijeenkomsten. Het zijn voor Groenemeijer lange werkdagen, maar het voordeel is wel dat nu ook buiten NBVA-kring duidelijk is geworden wie Alexander van Voorst Vader is opgevolgd.
Twaalf jaar lang werd de NBVA aangevoerd door Van Voorst Vader, die bij zijn afscheid begin dit jaar alom lof kreeg toegezwaaid. Opvolger Rob Groenemeijer is eveneens jurist, sterker nog: de voormalige en de nieuwe voorzitter kennen elkaar al vanuit hun studententijd en zijn bevriend gebleven, zo vertelt Groenemeijer. De veronderstelling dat Van Voorst Vader het NBVA-bestuur de naam van zijn opvolger heeft ingefluisterd, wordt door hem resoluut van tafel geveegd. “Pas in de afrondingsfase, maanden nadat voor het eerst met mij contact was gezocht, kreeg Alexander als een van de laatsten te horen dat ik voor deze functie in beeld was”, zegt Groenemeijer met een blik van ‘lekker goed bewaard geheim’ in zijn ogen.
Voor de nieuwe voorzitter is een duidelijk afgebakend takenpakket geformuleerd. Behalve met de leiding van de vereniging NBVA is Groenemeijer primair belast met de externe belangenbehartiging richting politiek, overheid (nationaal en internationaal) en de financiële sector.
Aan welke activiteiten bent u momenteel de meeste tijd kwijt?
Groenemeijer: “Dat is natuurlijk de WFD. Wij kwamen al snel tot de conclusie dat het doelmatig zou zijn als ik bij alle zeven voorlichtingsbijeenkomsten zelf van de partij zou zijn. Maar er is natuurlijk meer dan die ronde door het land. Er zijn ook allerlei andere zaken met betrekking tot de WFD, zoals de diverse commissies en werkgroepen waarin ik zitting heb. Het gaat in een heel hoog tempo. Dat begon met de commissie die zich bezighoudt met de rolafbakening: wat gaat, als de WFD in werking treedt, de Autoriteit Financiële Markten doen en wat wordt onder zelfregulering aan de markt overgelaten. Ik zit inmiddels ook in een commissie die zich buigt over de administratieve lasten en in de werkgroep ‘Heffingen’. Daar komt dan nog de overkoepelende stuurgroep (het Platform) bij.”
De brancheorganisaties hebben vorig jaar hun zorgen uitgesproken over de sterk stijgende toezichtskosten, die in beginsel voor een groot deel door de onder toezicht gestelden zelf moeten worden opgebracht. Hoe kan worden voorkomen dat toezichtskosten ongebreideld kunnen stijgen?, was en is hun zorg. Groenemeijer: “Er wordt gedacht aan een adviserend panel, dat zich gaat bezig houden met de begeleiding van de begroting voor het toezicht. Daarbij pleiten wij er natuurlijk voor, dat wij zicht krijgen op alle activiteiten die kosten met zich meebrengen. Er komen in feite twee adviserende panels: één panel dat het prudentieel toezicht gaat begeleiden en een ander panel dat het gedragstoezicht begeleidt. Wij hebben volgende week de eerste bijeenkomst, onder voorzitterschap van topman Docters van Leeuwen van de AFM. Dat panel wordt een afspiegeling van de representatieve organisaties.”
In ‘De Stem’, het maandblad van uw organisatie, heeft u aangekondigd zich persoonlijk bezig te gaan houden met de structurele problemen in de administratieve processen bij verzekeraars. In hoeverre heeft u daaraan invulling kunnen geven in de eerste vijf maanden?
“Ik ben bij een aantal leden op kantoor geweest. Moest natuurlijk eerst weten wat voor pakketten er gebruikt worden. Daarbij heb ik uiteraard ook gekeken hoe je met die pakketten kunt omgaan in het kader van de WFD. Verder heb ik me natuurlijk ook georiënteerd op het andere grote actuele onderwerp: de ketenintegratie. Dan moet ik zeggen: dat gaat voetje voor voetje. Dit is niet een onderwerp waarvan ik zeg: dat heb je in één keer scherp op je netvlies. De belangen zijn heel groot en heel verschillend. Dat het ingewikkeld is, blijkt eveneens uit het feit dat ook de NMa zich buigt over met de structuur van de stichting Sivi, die zich gaat bezighouden met een structuur voor de ketenintegratie. Het is een heel weerbarstig onderwerp.”
Prijsvorming
De gemoedelijk pratende Groenemeijer krijgt een zeer serieuze blik als het gaat over de beloning van het intermediair. “Als ik kijk naar het gehele prijsvormingslandschap, dan zie ik een rijk geschakeerd beeld. En dan vraag ik mij weleens af, of het in de markt allemaal goed is geregeld. Er zijn tal van verschillende situaties van prijsvorming, zoals bij gevolmachtigden die eigen prijsvorming hebben, labels met eigen prijsvorming, allerlei bijzondere beloningsregelingen en incentives. Maar tegelijkertijd zie je slecht renderende segmenten en voortdurende concurrentie op die slecht renderende segmenten. Als je dat allemaal op een rijtje zet en je telt daarbij op de ondersteuning van inkoopcombinaties, een fenomeen dat de laatste jaren de kop opsteekt, dan vraag ik mij af of het conceptueel wel allemaal zo goed in elkaar zit in onze verzekeringsmarkt. En of de koek wel rechtvaardig verdeeld wordt. Hier kijken wij nu zeer kritisch naar bij de NBVA. En nog concreter: ik vraag mij af of juist onze leden, het kleine en middelgrote intermediair dat voor de grotere marges zorgt in de rendementen van de maatschappijen, of die rechtvaardig meedelen in de verdeling van de prijzen.”
Midden- en kleinbedrijf
Een ander punt van zorg bij Groenemeijer is het schadeverzekeringssegment midden- en kleinbedrijf. “Veel maatschappijen zijn niet meer bereid om moeilijke risico’s of zwaardere risico’s – ik heb het niet over sub-standaard risico’s – te verzekeren, omdat de rendementen te kort schieten. Als ze dan tegelijkertijd op andere terreinen, waarop ze verlies lijden, aan bijvoorbeeld gevolmachtigden grotere beloningen geven dan aan het reguliere intermediair, dan zeg ik tegen die maatschappijen: zet je zaken eens beter op een rij. Zorg ervoor dat segmenten renderen en dat niet de één in de markt de rekening betaalt voor de ander.”
“We gaan hierbij niet de makkelijke weg”, stelt Groenemeijer. “We zeggen tegen de maatschappijen: zet nu eens een beleid in gang dat past bij de situatie die ontstaan is. Als je bepaalde risico’s in de mkb-markt niet meer kunt verzekeren omdat die risico’s te zwaar worden, dan kunnen er bijvoorbeeld (meer) preventie-eisen worden gesteld.”
Maar hij heeft ook begrip voor de maatschappijen. “De acceptant wil volledige risico-informatie. Hij neemt geen genoegen met de helft, want die opdracht heeft hij van zijn baas gekregen. Als hij geen volledige risico-informatie van het intermediair krijgt, zal hij het risico niet in verzekering durven nemen. Daarom zeg ik ook tegen het intermediair: zorg ervoor dat de acceptant zijn verantwoordelijkheid kan nemen en geef hem 100% risico-informatie. En als ie dan afkomt met een hoger eigen risico en hogere premies, omdat het broodnodige rendementsherstel dat noodzakelijk maakt, dan moet je als intermediair daarvan ook de boodschapper willen zijn.”
In welke mate wordt er samengewerkt met zusterorganisatie NVA en welke trend zit daarin?
Groenemeijer: “Ik ben vóór samenwerking met alle partijen waarmee we kunnen samenwerken. Ik ben tegen verspilling. Als je dingen samen kunt doen met de NVA, dan vind ik dat je dat ook moet doen. En dat geldt niet alleen voor praktische dingen, maar ook bij bepaalde ontwikkelingen in de markt. Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling binnen het mkb-segment dat tussenpersonen steeds meer risico’s moeilijker kunnen onderbrengen. Ik heb begrepen dat dit bij de NVA ook een aandachtspunt is. Dan vind ik het logisch dat wij daar dan met elkaar over doorpraten. Stel je voor dat we een gemeenschappelijk standpunt zien ten aanzien van zo’n onderwerp, dan vind ik dat je gezamenlijk moet optrekken. Ik ben er voorstander van om coalities te vormen daar waar het kan.”
Maar uw vereniging moet zich toch ook onderscheiden van de NVA?
“Die onderscheiding schuilt in een veelheid van zaken. Zoals in de standpunten die wij innemen en in de activiteiten die we ontplooien, bijvoorbeeld de eigen congressen. Daar gaat een bepaalde sfeer vanuit. Dat straalt een bepaalde cultuur uit en daar voel je je dan wel of niet toe aangetrokken. Ik mag het misschien zo vergelijken: ik ben zelf lid van de Hockeyclub Amsterdam, maar er zijn in datzelfde bos nog twee prima hockeyclubs gevestigd. Ik heb op mijn gevoel gekozen voor ‘Amsterdam’ en daar voel ik me heel goed thuis. Maar je kijkt natuurlijk ook naar de uitstraling van een vereniging. De NBVA heeft zich in de afgelopen jaren heel sterk geprofileerd. En dat zijn de verdiensten van dit bondsbureau en van mijn voorganger Alexander van Voorst Vader. Daar kan ik dus nu op verder bouwen.”
U hecht veel waarde aan een goede organisatiestructuur. Heeft u als ‘nieuwe bezem’ bij de NBVA nog wensen ten aanzien van de organisatiestructuur?
“De structuur van een organisatie moet passen bij het tijdvak. De vrij grote eenvormigheid van NBVA-kantoren zoals die er tien jaar geleden was, is inmiddels duidelijk veranderd. Er is veel meer differentiatie in de achterban. In de tweede plaats: de leden worden steeds kritischer en dat is hun goed recht. Ze willen vooral relevante informatie en uitstekende ondersteuning vanuit het bureau in Tiel. Wij kijken in het bestuur naar hoe we georganiseerd willen zijn. Welke speelvelden zijn er? Neem bijvoorbeeld de externe belangenbehartiging in politiek Den Haag. We willen meer contacten met leden van de Tweede Kamer en ook meer met mensen op de diverse departementen. Dat geldt evenzeer voor allerlei externe belangenbehartigers zoals de Consumentenbond, waar ik overigens nog niet langs ben geweest om kennis te maken. Niet alleen nationaal, maar ook internationaal moeten wij meer ons gezicht laten zien. We streven naar een actievere rol in het Bipar, de Europese organisatie van assurantieadviseurs.”
“Daarnaast heb je onze interne markt, de eigen achterban. Die bestaat uit van elkaar verschillende kantoren met verschillende behoeften. Daar moeten wij dus passend op inhaken. Dat heeft nog een andere component: de regionale organisatiestructuur. Leden die in Den Helder zitten, die komen niet meer zo makkelijk naar Amsterdam als daar een afdelingsvergadering wordt gehouden. Waarom wordt die niet in Alkmaar of in Schagen gehouden?, vragen zij zich af. Afstand speelt een belangrijke rol, want afstand is ‘tijd’. Wij moeten dus dichter naar de leden toekruipen en de leden moeten het – vanwege de geboden inhoud – aantrekkelijk vinden om naar onze bijeenkomsten toe te komen. En al hebben wij over de opkomst niet te klagen, wij hebben een hoog ambitieniveau. Want het gaat bij een brancheorganisatie niet alleen om kennisoverdracht, maar bijvoorbeeld ook om de sociëteitsfunctie. Elkaar ontmoeten, elkaar kennen, zinvolle informatie uitwisselen; tijdens een hapje en een drankje, want dat hoort er zeker bij. Daarom beraden wij ons op de huidige afdelingenstructuur. We zijn trouwens serieus bezig naar de totale organisatorische opzet van de NBVA te kijken. Ik wil mij graag gesteund weten door een hechte vereniging.”
“De NBVA is een hechte vereniging. De leden zijn in de afgelopen jaren zorgvuldig omgegaan met de vraag wie er wel en wie er niet lid kan worden van de NBVA. Dat geeft een enorme saamhorigheid in de vereniging, stel ik vast na mijn eerste vijf maanden. Er is een enorme bereidheid onder de leden om bij te dragen aan de verenigingsdoelstellingen. Er zijn meer dan honderd vrijwilligers in kaderfuncties aan de slag binnen de NBVA. Dat vind ik indrukwekkend op een totaal van zo’n negenhonderd leden.”
Komt er dit najaar nog een reclamecampagne?
“Over enkele weken gaat de najaarscampagne van start. We gaan verder met de gecombineerde ledenadvertenties in de huis-aan-huisbladen en regionale dagbladen. Wij zijn in feite een fijnmazig distributienetwerk. De leden moeten zich in hun regio ondersteund weten in hun profilering. Daarom op dit moment even geen radio- of televisiereclame”.
Advocaat
Als jongen van tien jaar droom je er niet van om later voorzitter van de NBVA te worden. “Neen, op die leeftijd wilde ik het liefst advocaat worden”, onthult Groenemeijer. “Wij woonden toen in Den Haag en op de Sportlaan woonde een tante, die vaak naar de rechtbank moest en dan haar toga meenam. Ik vroeg haar wel eens die toga aan te trekken om te kijken hoe dat stond. Dat vond ik heel imposant. Om later rechten te kunnen gaan studeren, ben ik daarom op de middelbare school geswitcht van de HBS naar het Gymnasium.
Voor het volgen van de rechtenstudie wilde Groenemeijer bewust naar Rotterdam. De dynamiek van deze stad trok hem als een magneet. De loopbaanwens was inmiddels bijgesteld: Groenemeijer wilde niet meer de advocatuur in, maar naar het bedrijfsleven. Hij is afgestudeerd in het mededingingsrecht, hetgeen hem nu dus goed van pas kan komen in de contacten met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).
Afkortingen
Groenemeijer toont zich een echte diplomaat als het gaat om het onder woorden brengen van een aspect waarvan hij in het eerste half jaar van zijn voorzitterschap niet vrolijk is geworden. Hij zegt: “Een van de interessante zaken in deze markt is, dat je wordt gebombardeerd onder afkortingen. Dat is een van de aspecten waaraan ik het meest heb moeten wennen. Ik heb in de eerste maanden tot vervelens toe moeten vragen: wat bedoelen jullie daar nou weer mee?”.
Rob Groenemeijer (57) studeerde rechten in Rotterdam en werkte nadien eerst korte tijd bij Shell en bij een projectontwikkelaar. “Daar was ik echt puur bedrijfsjurist: met een boekje in een hoekje. Maar ik voelde me inmiddels meer aangetrokken tot een managementfunctie.” Op 1 juni 1976 trad hij daartoe als ‘stagiair met een academische achtergrond’ in dienst bij verzekeraar Winterthur.
Daar zou hij meer dan 25 jaar in dienst blijven, waarvan de laatste jaren als algemeen directeur van de in 1998 verzelfstandigde industriële tak. Nadat deze was overgenomen door XL op de Bermuda’s ontstond er verschil van inzicht met de buitenlandse superieuren en stapte Groenemeijer in de zomer van 2002 op. Toen hij bezig was zich te vestigen als zelfstandig consultant, stond eind vorig jaar de NBVA op de stoep. Op 1 mei dit jaar trad hij daar als voorzitter in dienst. Zijn grote hobbies zijn hockey en skiën en voor na de actieve hockeyperiode wil Groenemeijer zich verder bekwamen in de golfsport.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.