nieuws

‘Worden we echt gelukkig in het cafetariasysteem?’

Archief

Informatie en communicatie zijn de toverwoorden als het gaat om employee-benefits. “Iedereen wil natuurlijk zijn eigen arbeidsvoorwaarden kunnen kiezen, maar dat gaat mank zodra de werknemer daadwerkelijk die keus moet maken. Dan weet hij namelijk niet wat de regeling inhoudt”. Dit betoogde Joep Bolweg, vice-voorzitter van de Berenschot Groep en hoogleraar Mens, Arbeid en Organisatie aan de VU Amsterdam, tijdens het congres van het Verbond van Verzekeraars ‘De arbeidsverhouding verzekerd’.

Bolweg vraagt zich af of liberalisering en individualisering nou wel zo goed is. “Het biedt wellicht wel heel veel keuzes, maar draagt dat bij aan het persoonlijk geluk? Cafetariasystemen zijn moeilijker dan u denkt. Het is nog maar de vraag of ze de transparantie bevorderen.”
Wat men zich volgens Bolweg ook moet afvragen, is hoe groot de categorie is die werkelijk zelf wil kiezen. En daaraan gekoppeld: wie kan er nu eigenlijk kiezen?
Uit onderzoek van het Verbond van Verzekeraars, gehouden onder 255 werknemers en 325 werkgevers, blijkt in ieder geval dat 75% van de werknemers de voorkeur geeft aan het keuzesysteem, vaak cafetariasysteem genoemd, boven het gebruikelijke vaste pakket of het volledig zelf regelen van de secundaire arbeidsvoorwaarden. Slechts 14% van de werknemers kiest voor een vast pakket secundaire arbeidsvoorwaarden.
Onderzoek
Verbondsbestuurder Paul Overmars (vice-voorzitter van de raad van bestuur van Achmea) presenteerde de resultaten van het onderzoek dat in februari is uitgevoerd door onderzoeksbureau Research voor Beleid in opdracht van het Verbond van Verzekeraars. Vragen die door middel van een telefonische enquête gesteld werden aan werknemers gingen over de mate waarin zij belang hechten aan secundaire arbeidsvoorwaarden, welke arbeidsvoorwaarden dat vooral zijn en hoe men die voorwaarden het liefst door de werkgever aangeboden ziet.
Aan werkgevers werd gevraagd welke secundaire arbeidsvoorwaarden zij aanbieden en hoe belangrijk ze secundaire arbeidsvoorwaarden vinden. Aan zowel werkgevers als werknemers is gevraagd welke secundaire arbeidsvoorwaarden gebruikt kunnen worden. Werknemers is gevraagd welke voorwaarden zij het belangrijkst vinden. Pensioenvoorziening en de lease-auto zijn nadrukkelijk buiten beschouwing gelaten.
Het zal geen verbazing wekken dat de collectieve ziektekostenverzekering, het spaarloon of het bedrijfssparen en de WAO-gatverzekering als de meest bekende en als meest belangrijk ervaren secundaire arbeidsvoorwaarden naar voren komen bij de werknemers. Ongeveer driekwart van de werknemers kan van deze voorwaarden gebruik maken. Andere voorwaarden zijn veel minder breed beschikbaar.
Modeverschijnsel
Er is volgens de onderzoekers een opvallend verschil tussen wat werkgevers aan secundaire voorwaarden denken aan te bieden, en wat werknemers denken te krijgen. Blijkbaar weten werkgevers niet goed welke secundaire arbeidsvoorwaarden zij aanbieden of overschatten werknemers het pakket voorwaarden waarvan zij denken gebruik te kunnen maken.
Het aanbod van secundaire arbeidsvoorwaarden loopt niet geheel parallel met de wensen van de werknemers. Zo wordt het ruilen van verlofdagen voor pensioen door werknemers bijna net zo belangrijk gevonden als de collectieve ziektekostenverzekering. Ruilen van verlofdagen voor pensioen is echter veel minder vaak mogelijk dan deelname aan een collectieve ziektekostenverzekering.
Het vermelden van de arbeidsvoorwaarden in de personeelsadvertenties leidt er toe, dat vacatures makkelijker vervuld worden. Bij de bedrijven die het aanbod van secundaire arbeidsvoorwaarden niet noemden, stond ruim een derde van de vacatures langer dan drie maanden open.
Werkgevers geven aan dat zij secundaire arbeidsvoorwaarden belangrijk vinden voor het aantrekken en behouden van personeel. Uit de resultaten van de enquête concludeerde Overmars dat employee-benefits geen modeverschijnsel is voor de happy few, maar zal beklijven.
“Qua onbelangrijkheid, en dat is wel leuk om te melden als we het hebben over trends en mode, springen de stomerij- en boodschappenservice en de korting op vakantiehuisjes er nogal uit: die scoren maar liefst 0%. Voor dat soort ballen aan de kerstboom solliciteren mensen niet naar een baan.”
Communiceren
Overmars gaf aan, dat werknemend en werkgevend Nederland grote behoefte heeft en groot belang hecht aan een efficiënt, flexibel en op maat gesneden stelsel van arrangementen om het inkomen nu en later zeker te kunnen stellen.
“Hebben we het over maatwerk, dan moeten we komen met productvarianten en nieuwe producten die inspelen op trends naar sabbaticals, verlofsparen et cetera. Wat betreft het faciliteren van de werkgever door verzekeraars, denk ik aan het aanbieden van diensten, zoals preventie en reïntegratie, maar ook aan het administreren van deze en andere diensten, al dan niet gekoppeld aan loonadministratie en dergelijke. En over wat er kan en hoe zaken in elkaar steken, moeten we veel beter communiceren. Het is ingewikkelde materie en dat zal niet minder worden, maar we kunnen wel proberen het allemaal beter uit te leggen.”
Gouden koorden
Jacques Schraven, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, ging onder meer in op de mobiliteit van de werknemers. “Daaraan is in uw onderzoek geen aandacht besteed. Wanneer een uitgebreid employee-benefitpakket ertoe leidt dat werknemers als het ware met ‘gouden koorden’ zijn gebonden aan de onderneming, kan dat ten koste gaan van de arbeidsmobiliteit. Dat staat haaks op het belang van flexibilisering van de arbeidsmarkt en het versterken van de inzetbaarheid van werknemers.
Overigens geldt dat risico’s in de sfeer van de arbeidsmobiliteit kunnen worden beperkt, wanneer werkgevers louter faciliterend en als intermediair optreden naar de verzekeraar. Er kan veel worden opgelost met systemen als waardeoverdracht (pensioenen) en acceptatieprotocollen.” Schraven wijst in dit kader op het protocol collectieve ziektekostenverzekeringen dat vorig jaar januari met de ziektekostenverzekeraars en sociale partners is afgesproken.
Verkeerd soort binding
CNV-voorzitter Doekle Terptra was het eens met werkgeversvoorzitter Jacques Schraven als het gaat om de ‘gouden koorden’. Hij wees op het feit dat er in het kader van binding aan bedrijven verzekeringsproducten worden ontwikkeld, die kunnen leiden tot een verkeerd soort binding. “Mensen kunnen niet weg bij het bedrijf zonder die verzekering te verliezen. De binding is dan niet het gevolg van een duurzaam personeelsbeleid, maar van het ontbreken van bepaalde verzekeringsmogelijkheden bij andere bedrijven. Ik sta dan ook niet al te enthousiast te trappelen in de discussies over employee-benefits als panacee voor allerlei arbeidsmarktproblemen. Dat soort werknemersvoordelen kunnen in de praktijk wel eens werknemersnadelen worden.”
Terpstra vindt dat als een werknemer van baan verandert en uit de collectiviteit stapt zonder toe te treden tot een nieuwe collectiviteit, hij zijn verzekering op een individuele polis moet kunnen voortzetten. “Een verzekeringsmaatschappij moet in mijn visie zo’n werknemer accepteren.”
Paul Overmars: “Wij zouden oenen zijn als wij op die keuzemogelijkheden niet in zouden gaan. Wij zorgen voor prima producten en goede voorlichting”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.