nieuws

Woninginrichting en levensstijl mede bepalend voor vergoeden schadelast

Archief

Woninginrichting en de levensstijl kunnen mede bepalend zijn voor het al dan niet toekennen van een schadevergoeding. Dat ondervond een inboedelverzekerde die zich onder meer daarover beklaagde bij de Raad van Toezicht Verzekeringen, maar uiteindelijk in het ongelijk werd gesteld.

De inboedelverzekerde had voor zijn huishoudelijke inboedel een uitgebreide polis lopen bij de brandverzekeraar. Medio juni 2001 werd bij hem ingebroken en zouden uit zijn schuur diverse goederen, waaronder fietsen, gereedschappen, hengelsportartikelen, tuinmeubelen en kinderspeelgoed zijn ontvreemd. De totale schadeclaim beliep e 4.876. De verzekerde kon, behalve een politieaangifte, geen nota’s, foto’s of gebruiksaanwijzingen overleggen van de gestolen spullen. Wel zou het gaan om dure spullen, waarvan de emotionele waarde voor de verzekerde groot was.
De door verzekeraar ingeschakelde expert die de schadeclaim onderzocht, rapporteerde dat er inderdaad sprake was geweest van inbraak, maar dat de hoogte van de schadelast zich niet liet vaststellen. “De verzekerde kan de schade op geen enkele wijze aantonen dan wel aannemelijk maken” stelde de expert. Ook stelde hij dat – gelet op de woninginrichting en levensstijl van de verzekerde – de hoogte van de schadeclaim “twijfelachtig” was. “Omdat klager niet over dure zaken beschikte, kon de expert zich niet voorstellen dat er wel dure spullen in het schuurtje lagen”, aldus de verzekeraar in zijn verweer tegen over de Raad van Toezicht.
Grievend
De inboedelverzekerde vond deze insinuatie bijzonder grievend en kleinerend. Verzekeraar zou daarmee de stellige indruk hebben gewekt “hem voor een dief en leugenaar te houden”. Bovendien, zo liet hij de Raad van Toezicht weten, had de expert moeten zien dat hij veel dure spullen, waaronder elektronische apparatuur, in huis had.
In een antwoord op een schriftelijk verzoek van de Raad van Toezicht om nadere toelichting, antwoordde de verzekeraar dat tijdens het bezoek van de expert de verzekerde op geen enkele wijze iets heeft kunnen aantonen of aannemelijk kunnen maken. Het heeft verzekeraar bovendien sterk bevreemd dat de verzekerde pas later met een verklaring over de diefstal van de fietsen kwam als zouden deze als betaling in natura zijn verkregen voor bewezen diensten. “Nooit ontving ik hiervoor een verklaring van betreffende fietsenhandelaar”, aldus de verzekeraar. De maatschappij wilde daarom een coulance-uitkering, zoals de expert had geopperd, niet in overweging nemen omdat de schade niet aannemelijk was gemaakt conform de polisvoorwaarden. “Ook de indruk van de politie spreekt niet in klagers voordeel”, aldus de maatschappij.
Bewijslast
De Raad van Toezicht oordeelde dat de verzekerde die een inbraakschade claimt bij zijn brandverzekeraar het bewijs zal moeten leveren dat hij schade heeft geleden. Aan die bewijslast mogen geen zware eisen worden gesteld. Feiten en omstandigheden, zoals een politieaangifte, kunnen een diefstalschade voldoende aannemelijk maken, aldus de Raad van Toezicht.
In dit geval is daarvan volgens het tuchtcollege geen sprake geweest “gelet op de gemotiveerde betwisting van de diefstal van de aangegeven goederen door verzekeraar en de mededeling van de expert aan verzekeraar dat de geclaimde gestolen goederen niet passen in klagers woninginrichting en levensstijl”. De inhoud van de mededeling zelf acht de Raad van Toezicht in neutrale bewoordingen gesteld en daarmee niet nodeloos kwetsend.
De klacht werd ongegrond verklaard. Uitspraaknummer 2003/30 Br., Klachtnummer 2002.4100 (121.02).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.