nieuws

Witteveen-voorstellen in januari van kracht

Archief

De staatssecretarissen Willem Vermeend (Financiën) en Frank de Grave (Sociale Zaken) hebben een aantal voorstellen van de commissie Witteveen in een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. De voorstellen moeten per 1 januari 1999 van kracht worden.

De voorstellen moeten maatwerk (flexibilisering en individualisering) bij pensioenen beter mogelijk maken. Wel maken de bewindslieden al de kanttekening, dat de verruimde mogelijkheden voor pensioenopbouw niet tot hogere pensioenlasten moeten leiden.
Uitgangspunt voor de ruimte voor pensioenopbouw is dat in 35 dienstjaren een pensioen van 70% van het eindloon (inclusief AOW) mag worden opgebouwd: een maximaal opbouwpercentage van 2% per jaar derhalve. Wordt het pensioen opgebouwd op basis van middelloon, dan kan maximaal 2,25% worden gespaard. Voor beschikbare premieregelingen zijn vaste uitgangspunten geformuleerd.
Het voorstel bevat het afschaffen van een minimum-pensioenleeftijd. De jongste leeftijd waarop aanspraak kan worden gemaakt op 70% eindloon is zestig jaar. Eerdere pensionering is mogelijk, maar dan geldt een actuariële korting. Wie langer werkt dan 35 jaar, kan een hoger pensioen dan 70% eindloon opbouwen, maar niet meer dan 100%. Het nabestaandenpensioen mag maximaal 50% van het eindloon bedragen.
Het wetsvoorstel biedt ruimte voor een overgang van vut (omslagbasis) naar een prepensioenregeling (kapitaaldekking). De ‘overgangsregeling’ houdt in dat in de komende tien jaar prepensioenregelingen kunnen worden opgezet, waarin minimaal tien jaar een prepensioen wordt opgebouwd tot maximaal het niveau van 85% eindloon.
De mogelijkheid om pensioen op te bouwen wordt fiscaal niet langer afhankelijk gemaakt van een werkgeversbijdrage. Werkgevers en werknemers kunnen gezamenlijk afspraken maken over de wijze waarop individuele, aanvullende pensioenmodules kunnen worden ingevuld, bovenop de collectieve regeling.
Verder zegt het voorstel dat straks voor de voldoening van de premie voor bovengenoemde individuele pensioenaanvullingen het spaarloon kan worden gebruikt; zoals dat nu al mogelijk is bij lijfrentepremies.
Auto van de zaak
Over het beschouwen van loon in natura – zoals een auto van de zaak – in het pensioengevend salaris zeggen beide bewindslieden het volgende: “In de algemene maatregel van bestuur wordt opgenomen dat de waarde van het privé-gebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto níet tot het pensioengevend loon mag worden gerekend.”
Vermeend en De Grave erkennen hiermee gedeeltelijk terug te komen op de in september 1995 overgenomen aanbevelingen van de commissie Witteveen. Vermeend: “Op zichzelf is het voor de opbouw van pensioen weinig relevant of het loon in geld of in natura wordt genoten. Het moet dus in beginsel mogelijk zijn om over beide componenten pensioen op te bouwen.”
“Wat betreft de auto van de zaak speelt echter mede het milieubelang een rol in te maken beleidsafwegingen. Een definitief oordeel hierover dient daarom in een breder verband plaats te vinden. Voor wat betreft reiskosten in het algemeen en het voordeel van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto in het bijzonder, moeten nog een aantal beleidskeuzes worden gemaakt. Hangende deze keuzen zou het niet passend zijn om thans, onafhankelijk daarvan, een extra prikkel te geven aan het ter beschikking stellen van een auto door de waarde van het privé-gebruik tot het pensioengevend loon te rekenen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.