nieuws

‘Windkracht acht moet het nog worden’

Archief

Het gaat niet goed in de expertisebranche. De ruim driehonderd bureaus moeten vechten om het almaar kleiner wordend aantal schades te kunnen regelen. Bovendien krijgen ze steeds vaker te maken met concurrerende expertisediensten van maatschappijen. Volgens directeur Ad Westerhof van Troostwijk en voorzitter van het Nederlands Instituut Van Register Experts (Nivre), die op persoonlijke titel spreekt, zit de markt midden in een herordening. Een aantal bureaus zal volgens hem daarbij onherroepelijk sneuvelen.

‘Windkracht acht moet het nog worden’
door Bart Mos
“Het is goed als een markt zoiets van tijd tot tijd overkomt. Met een nieuwe marktordening wordt iedereen weer wakker. Opmerkelijk vind ik dat sommige bureaus nu al zenuwachtig beginnen te worden en hun zwemvest bij wijze van spreken al aan hebben. Terwijl het volgens mij momenteel pas windkracht vijf is, en het straks minstens kracht acht zal worden. We hebben nog een heel eind te gaan.”
Op het eerste gezicht lijkt Ad Westerhof weinig bezorgd over de zware tijden die zijn beroepsgroep op dit moment doormaakt, maar dat is schijn. Westerhof, die zich zelf een ‘schade-beest’ noemt, leeft voor het expertisevak. “Indien het nog niet had bestaan, dan had ik het zelf uitgevonden”. Als voorzitter van het Nivre spant hij zich bovendien al ruim drie jaar in om het vrije beroep van schade-expert te beschermen en de kwaliteit van de expertise waar mogelijk op een hoger plan te krijgen. In ons land zijn ongeveer 3.500 experts werkzaam, waarvan er nu ruim 1.000 ingeschreven staan bij het Nivre. Dat aantal zal in de toekomst uitgroeien tot zo’n 1.500.
Westerhof vindt het aanbod veel te groot. “Het is toch eigenlijk waanzin dat verzekeraars kunnen kiezen uit zo’n driehonderd bureaus. Dat is ook een van de bestaansredenen van het Nivre. We denken de maatschappijen te kunnen helpen bij het maken van een keus uit die grote pot. Want als je zoveel keus hebt, waarom zou je dan niet iemand kiezen die een titel meedraagt waaraan je z’n kwaliteit kan aflezen?”
De krapte op de markt gaat volgens Westerhof onherroepelijk voor slachtoffers zorgen: “Expertise-organisaties dienen goed op hun tellen te passen. Een aantal van hen zal zich gedwongen zien om te stoppen ofwel samen te gaan met anderen.”
Hij is van mening dat er straks alleen nog ruimte is voor enerzijds enkele zeer gespecialiseerde bureaus, en anderzijds de grote marktbedieners die echt álles aankunnen. “De tussengroep van kleinere organisaties, de zogenoemde algemene experts, zal verdwijnen. Als je het mij vraagt, zou het totale aantal bureaus teruggebracht mogen worden tot een stuk of twintig”, voegt hij er lachend aan toe.
Welkome kapstok
In de afgelopen twee jaar is er in de expertisewereld veel commotie ontstaan over de BTW-plicht van de expert en de hoogte van het BTW-tarief. Het huidige tarief van 17,5% zou een aderlating betekenen voor de branche, waar de rendementen toch al niet hoog liggen. Volgens Westerhof heeft de BTW-kwestie evenwel lang niet zo’n desastreuse invloed op de expertisebranche als men de buitenwacht wil doen geloven. Wat dat betreft doet hij z’n beroep eer aan, aangezien experts volgens hem mensen zijn die van hun eigenwijsheid hun vak hebben gemaakt.
“Ik ben van mening dat de BTW-plicht voor velen een bijzonder welkome kapstok is om de huidige malaise aan op te hangen. Je moet niet vergeten dat het, voordat de invoering van de BTW-plicht in beeld kwam, al slecht ging in de expertisebranche. Want aan het begin van de jaren negentig, nog vóór de grote stormen, was de situatie in feite dezelfde als nu. Met de schade van de stormen kreeg de branche gelukkig weer even wat lucht. Wat dat betreft kwamen die stormen destijds als geroepen.”
“Wat veel meer invloed op de branche heeft, is dat het aanbod van schades per expertisebureau afneemt. Deze terugloop wordt onder andere veroorzaakt doordat er steeds meer experts bijkomen, hetgeen weer voornamelijk komt doordat verzekeringsmaatschappijen de laatste jaren eigen expertisediensten in het leven zijn gaan roepen.”
“Maatschappijen richten die expertisediensten op omdat ze hun eigen beleid scherper willen uitdragen, en dus niet – zoals wel vaak wordt beweerd – om BTW-afdracht te ontlopen. Een eigen expertisedienst is ook helemaal niet goedkoper dan het inkopen van expertise. Het gaat de maatschappijen blijkbaar om iets anders. Hun experts worden niet alleen op het gebied van vakkennis getraind maar krijgen ook de bedrijfsfilosofie mee. Bovendien willen de betreffende verzekeraars op deze manier aan schadebeheersing doen door een meer standaard toetsing van de polissen in te voeren. Zoiets zou je als verzekeraar natuurlijk ook met een zelfstandig expertisebureau kunnen afspreken, maar dat bureau werkt nou eenmaal met verschillende opdrachtgevers, die allemaal een eigen beleid hebben.”
Volgens Westerhof hebben de expertisebureaus de opkomst van expertisediensten bij maatschappijen bovendien voor een deel aan zichzelf te danken: “We hebben als branche onvoldoende geïnvesteerd in de toekomst. We hebben niet goed opgelet en niet goed geluisterd naar onze opdrachtgevers. Het ging allemaal te gemakkelijk. Het was de tijd van de zogenoemde ‘flesje wijn expertise’, waarbij opdrachtgevers af en toe een fles wijn toegestuurd kregen, en ze de afzender vervolgens van schades voorzagen.”
Eigen risico
Terwijl aan de ene kant het aantal aanbieders in de markt toeneemt, neemt aan de andere kant het totale aanbod van schades af. Onder andere door de invoering van eigen risico’s. Kleine schades begeven zich hierdoor langzamerhand uit het beeld van de expert.
Westerhof kan zich overigens goed voorstellen dat verzekeraars zulke maatregelen nemen. “Kijk maar naar het fenomeen van diefstal uit auto’s. Als gevolg van maximering van de schade-uitkering is er toch geen hond meer die in de grote stad ook maar iets van waarde in z’n auto achterlaat. Het werkt, en daarom denk ik dat verzekeraars nog lang niet klaar zijn met het invoeren van dergelijke maatregelen. Bij de kleine schades, en dat zijn nog altijd de meest voorkomende, zie je bovendien steeds vaker dat tussenpersonen zich er mee gaan bemoeien. Zij behandelen dergelijke schades zelf.”
Het zijn vrijwel allemaal oorzaken die volgens de Nivre-voorzitter met name zorgen voor het afbrokkelen van de onderkant van de markt. “Ik vind dat eigenlijk niet zo erg. Een goed opgeleide expert zou ook niet z’n hele leven bezig moeten zijn met het kijken of een videorecorder werkelijk in de kast gestaan heeft, of controleren of de aankoopbonnen en de garantiebewijzen wel aanwezig zijn. Daar hoef je geen expert voor te zijn, dat kan iedereen.”
Geen visie
Westerhof is van mening dat er nog wel het een en ander verbeterd kan worden aan het functioneren van de expert. “Het is jammer om te moeten constateren dat er zoveel onduidelijkheid bestaat over diens rol. De branche mist duidelijk visie en beleid. Want wat wordt de expert nou eigenlijk geacht te doen? De bureaus zouden eens wat minder bang moeten zijn om de rol van experts duidelijk te maken.”
Hij heeft bovendien het idee dat experts zich te weinig realiseren dat ze dienstverleners zijn. “Een polis is gewoon een contract dat bij schade afgewikkeld dient te worden. Experts moeten dat niet spannender maken dan het is. Zeg als expert dus duidelijk wat je komt doen, leg uit hoe de gang van zaken is en welke rol je daarin speelt. De gedupeerde verzekerde heeft namelijk dikwijls geen flauwe notie waar een expert nou precies voor langskomt. Er zijn experts die daar geen helderheid in brengen en dat wekt irritaties op. Vertel maar eens op een feestje dat je verzekerings-expert bent. Dan wil óf niemand nog met je praten, óf je krijgt een waterval met voorbeelden van schades waarbij iets misging over je heen. Voor een deel zijn die fouten te wijten aan experts. Dan denk ik: doe er iets aan, try harder.”
De grote verscheidenheid in soorten opdrachten draagt volgens Westerhof ook al niet bij tot duidelijkheid omtrent de rol van de expert. “Maatschappijen maken het voor de expert soms knap verwarrend. Er zijn opdrachtgevers die een expert uitsluitend inzetten om de schade te noteren, op te sturen naar de maatschappij, waarna de maatschappij bepaalt óf en zo ja hoeveel er betaald wordt. Daarnaast zijn er verzekeraars die tegen een expert zeggen: ‘Regel het helemaal. Spreek maar af op welk bankrekeningnummer het gestort moet worden en stuur ons een rapport’. Ik denk dat de juiste functie van een expert ergens tussen deze twee extremen in zou moeten liggen”.
“Er bestaan zelfs verzekeraars die de expert verbieden om bij de schaderegeling ook maar naar de betreffende polis te kijken, terwijl dat toch het contract is waarop je de schade regelt. Daarmee ontstaan achterlijke situaties waarbij de schaderegelaar geen enkel antwoord kan geven op vragen over de verdere gang van zaken. Gedupeerde verzekerden ergeren zich daaraan, en vragen zich af: waarom sturen ze niet iemand die het wél weet? En dan hebben ze nog gelijk ook.”
Apathische marktleiders
Zelf zegt Westerhof zich te ergeren aan de apathie van de marktleiders in de expertisebranche. “Deze bedrijven gedragen zich niet zoals het marktleiders betaamt. Er wordt bijvoorbeeld nauwelijks gewerkt aan ontwikkeling van nieuwe produkten of aan een verdere aanpassing van de markt. Terwijl je volgens mij als marktleider gewoon de morele plicht hebt om niet alleen voor je eigen winkel te zorgen, maar ook om wat voor de gezamenlijke markt te doen.”
Het huidige succes van het Nivre is iets wat voorzitter Westerhof eigenlijk zeer verbaasd heeft. Gezien de grote verdeeldheid binnen de branche was hij drie jaar geleden enigszins sceptisch. “Ik dacht: dat lukt ons nooit. Geholpen heeft wellicht de onderlinge afspraak van bestuursleden dat het Nivre-werk in eerste instantie leuk moet zijn. We wilden niet avond aan avond zitten bomen over vervelende problemen. Nou, dat voornemen lukt ons aardig. We zijn met een ploeg mensen, uit alle verschillende branches, die met elkaar de juiste koers proberen vast te houden. We pakken samen de zaken op die we aankunnen. Problemen die te groot zijn of die we niet aantrekkelijk vinden, daar denken we gewoon wat langer over na.”
De oprichting van het Nivre zorgde wel voor enkele onverwachte ontwikkelingen. Westerhof: “De eerste experts waren koud ingeschreven of men had de titel register-expert al op het visitekaartje staan. Daarnaast werden diverse werkgevers geconfronteerd met de eis: nu we tot een ander soort van experts behoren, moeten we ook anders betaald worden. Dat hebben we nooit bedoeld, maar ik vind het wel een grappig gegeven.”
“Het ging bij de oprichting van het Nivre natuurlijk niet alleen om de verhoging van de kwaliteit van het beroep van expert, maar net zo goed om de bescherming ervan. Iedere idioot kan namelijk een bord in z’n tuin zetten met: ik ben expert. Vervolgens trekt zo’n iemand een pak aan, stopt de goegemeente vol met wijn en een paar kalkoenen en klaar is Kees. Wij dachten dat dit in anno nu toch eigenlijk anders zou moeten, vandaar. Gelukkig worden we daarin ondersteund door de gehele verzekeringsbranche.”
Als het aan Westerhof ligt, zou het een zinvol idee zijn om de prijzen in de branche eens te onderzoeken. “Het is op dit moment volkomen duister wat een expert nou precies kost. Ik zou wel eens willen weten hoe de verhoudingen liggen, want zodra je eisen gaat stellen aan de opleiding van een expert, loop je het risico dat hij te duur voor z’n taak wordt. Met behulp van een prijzen-onderzoek zou je bijvoorbeeld een bovengrens qua opleiding kunnen vaststellen. Of zo’n onderzoek er ook werkelijk komt? Ik zou het niet weten, want ik heb het pas gisteren bedacht…”
Ad(riaan) Westerhof (42) kwam reeds op jonge leeftijd in aanraking met het expertisevak: zijn vader was eveneens expert. Na afronding van de middelbare school en enkele jaren rechtenstudie, startte hij aan het begin van de jaren zeventig bij Troostwijk met een opleiding tot taxateur, om vervolgens de overstap te maken naar de expertise.
Inmiddels is Westerhof algemeen directeur bij Troostwijk. Hij is bovendien voorzitter en een van de grondleggers van de Stichting Nederlands Instituut Van Register Experts (Nivre). Ook is Westerhof bestuurslid calamiteiten van het Bureau Coördinatie Experts (BCE), waardoor hij nauw betrokken was bij de organisatie en uitvoering van de schade-registratie van onder andere de vliegtuigramp in de Bijlmer, de aardbeving en de recente watersnood in Limburg.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.