nieuws

Wijers: niet aangetoond dat algemeen belang provisiemaximering vereist

Archief

Ontheffing van het verbod op horizontale prijsbinding kan worden verleend indien het algemeen belang dat vereist. Het verzekeringsbedrijf heeft niet aangetoond dat het algemeen belang een ontheffing vereist van het verbod op de provisiemaximering in het schadebedrijf.

Dit is de afwijzende beslissing van minister Wijers (EZ) mede namens zijn collega Zalm van financiën op de aanvraag van de CUPO namens de bedrijfstak om ontheffing te krijgen van het verbod. De minister heeft dit geschreven aan de CUPO (Commissie van Uitvoering Privaatrechtelijk Overleg). De Commissie economische mededinging deelt het oordeel van de ministers, schrijft Wijers.
De bewindslieden hadden midden 1995 al hun voornemen bekend gemaakt om ontheffing af te wijzen. Ze hebben toen advies gevraagd aan genoemde commissie. De commissie heeft de CUPO gehoord.
De bewindslieden en commissie gaan ervan uit dat provisiemaximering in de praktijk betekent: gelijke provisies.
Minister Wijers voert voor de afwijzende beslissing de volgende overwegingen aan.
Niet is aangetoond dat, gezien de tegengestelde krachten die op de desbetreffende markt van invloed zijn, afschaffing van de regeling inderdaad en in betekenende mate zal leiden tot een structurele verhoging van de provisies.Niet aannemelijk is gemaakt dat afschaffing van de provisieafspraak de onafhankelijkheid van tussenpersonen zal aantasten en de toegang tot de Nederlandse markt voor buitenlandse verzekeraars zal bemoeilijken.Ook indien na het afschaffen van de regeling er een gedifferentieerd beeld van provisiehoogten ontstaat, zal – gezien het belang voor tussenpersonen van de relatie-opbouw met verzekeringnemers – een kanaal van onafhankelijke tussenpersonen kunnen blijven bestaan. In die zin leidt afschaffing van de regeling dan ook niet tot verminderde toegangsmogelijkheden voor buitenlandse verzekeraars, zeker niet indien tevens de mogelijk toetredingbelemmerende effecten van de huidige regeling mede in ogenschouw worden genomen.Nog afgezien van het effect op de provisies, is evenmin vast komen te staan, dat een eventuele verhoging van provisies zal doorwerken in hogere eindpremies.Als laatste element is verder van belang dat de onderhavige regeling niet als onmisbaar kan worden beschouwd.Eén lid van de ‘Commissie economische mededinging’ heeft de suggestie gedaan om een nader onderzoek te laten doen naar de effecten van afschaffing van de provisieafspraak.
Volgens Wijers is het de taak van degene die om ontheffing vraagt, om aan te tonen dat het algemeen belang een ontheffing vereist. Het is dan ook aan de verzoeker om eventueel een onderzoek te verrichten. Verzoeker is hiertoe, gezien ook de lengte van de procedure, reeds geruime tijd in staat geweest, aldus de minister. “Een door mij te verrichten onderzoek, al dan niet in samenwerking met verzoeker, is dan ook niet aan de orde”.
De CUPO heeft ontheffing gevraagd op 30 juni 1993.
Beroep
Het verbod op de provisiemaximering is meteen na het besluit van de bewindslieden ingegaan. Betrokkenen kunnen echter binnen een termijn van zes weken na 20 maart bij EZ bezwaarschriften indienen. Zij kunnen dan tevens een zogenoemde voorlopige voorziening aanvragen bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Deze voorziening resulteert in opschorting van het verbod. Als de bezwaarschriften geen resultaat opleveren, kunnen betrokkenen in beroep gaan bij genoemd College van Beroep. Het ligt niet voor de hand dat de ECD naleving van het verbod al toetst in de periode dat het verbod nog formeel aangevochten wordt, maakt EZ duidelijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.