nieuws

‘Wij willen geen doorgeefluik zijn in vierde Europese WAM-richtlijn’

Archief

Jos Peeters, directeur van schaderegelings- en expertisebureau Van Ameyde Interschade, is er niet gerust op dat de uitvoering van de vierde Europese WAM-richtlijn vlekkeloos zal verlopen. Hij pleit met name voor een grotere rol voor de schaderegelaars.

Sinds 1 juli 2000 is de vierde Europese WAM-richtlijn van kracht. Slachtoffers van een aanrijding in het buitenland hebben volgens deze richtlijn een rechtstreeks vorderingsrecht op de aansprakelijkheidsverzekeraar van de veroorzaker. Zij kunnen zich hiertoe in hun eigen land wenden tot de schaderegelaar die benoemd is door de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker van het ongeval. Ook moet elke lidstaat een informatiecentrum inrichten waar men met vragen terecht kan. Naar schatting vinden in de EU jaarlijks zo’n 500.000 ongevallen plaats waarbij de ‘bezoekende’ automobilist schade lijdt.
Om de afhandeling van de schade te vergemakkelijken, moeten alle verzekeraars in elk EU-land een schaderegelaar benoemen. De richtlijn moet uiterlijk op 1 januari 2003 in de nationale wetgevingen zijn opgenomen.
Haken en ogen
Op het eerste gezicht lijkt de richtlijn niet erg ingewikkeld. Peeters somt echter onmiddellijk een aantal haken en ogen op: “Ten eerste geldt de richtlijn alleen wanneer er een aanrijding plaatsvindt tussen twee auto’s die afkomstig zijn uit en verzekerd zijn in een EU-lidstaat. Daarnaast moet de aanrijding plaatsvinden in een land behorend tot het groene-kaartstelsel. Dat wil overigens nog niet zeggen dat je dan een beroep kunt doen op de richtlijn. In Nederland is de groene kaart inbegrepen bij de autoverzekering, maar in bijvoorbeeld Engeland moet je die kaart apart aanschaffen. Word je aangereden door een Engelsman zonder groene kaart, dan moet het land waarin de aanrijding plaatsvindt wél behoren tot de landen van het Multilateral Guarantee Agreement. Volgens deze MGA-overeenkomst controleren de betrokken landen niet meer of de aansprakelijke daadwerkelijk een groene kaart heeft. In deze landen is de schade dus altijd gedekt. Een land als Turkije behoort niet tot de MGA-landen; de veroorzaker van een ongeval moet daar zelf een groene kaart op zak hebben.”
Rij maar door
De richtlijn is ook van kracht wanneer de veroorzaker van het ongeval doorrijdt zonder dat de identiteit kan worden vastgesteld. In dat geval kan de benadeelde een vordering instellen bij het (nog te benoemen) schadevergoedingsorgaan in zijn land. Voor Nederland zal dat waarschijnlijk het Waarborgfonds Motorverkeer worden.
Dat kan natuurlijk verzwijging in de hand werken. Als ik in Frankrijk door een Roemeen word aangereden, dan zeg ik: rij maar door, ik heb je niet gezien. De kosten declareer ik wel bij het schadevergoedingsorgaan.
Peeters: “Dat is inderdaad één van de vele onvolkomenheden in de richtlijn. Maar het uitgangspunt is altijd dat de betrokkenen te goeder trouw handelen.”
Vangnet
Het schadevergoedingsorgaan zou sneller knopen moeten kunnen doorhakken. Maar ook hier ziet Peeters beren op de weg. “Stel dat ik een aanrijding krijg in Portugal. Het orgaan moet de zaak dan oplossen volgens de Portugese wet. Kun je dat als vergoedingsorgaan allemaal weten? Verder moet je weten of de schade gedekt is door de verzekeraar. Vervolgens moet dan bekeken worden welke kosten gemaakt zouden zijn als de schade in Portugal gerepareerd zou zijn. Is dat bedrag lager, dan zal de verzekeraar de kosten slechts volgens de Portugese norm vergoeden. Ik denk niet dat zo’n orgaan sneller stappen zou maken dan nu het geval is.” Het Nederlandse schadevergoedingsorgaan kan met een stuk schade blijven zitten, wanneer men zich voor terugbetaling tot het Portugese orgaan wendt. Waarschijnlijk draaien dan de lokale verzekeraars uiteindelijk voor het verschil op.
Eigenaardigheden
“Het is de bedoeling van de richtlijn dat het slachtoffer het makkelijker krijgt. Ieder land heeft echter zijn eigenaardigheden. Neem nu Nederland: wij zijn een volk van onderhandelaars en dat vindt zijn weerslag in de schaderegeling. In andere landen werken systemen waarin geen discussie mogelijk is. Daar is de schaderegeling veel meer genormeerd. Daar zullen wij in Nederland ook naartoe moeten. Het probleem is alleen dat met name letselschade hier business is geworden. Dat heeft werkgelegenheid met zich meegebracht en dat kun je nu niet meer zo gemakkelijk terugdringen.”
Peeters acht het heel belangrijk dat de richtlijn door juristen steeds getoetst wordt op de werking. “Verschillen in wetgeving zijn er te over. In Nederland bestaat direct vorderingsrecht op de verzekeraar en niet op de schaderegelaar. In Engeland kent men dat niet. Binnen de vierde richtlijn zou je de schaderegelaar alleen als spreekbuis van de verzekeraar kunnen zien. Wij verzetten ons ertegen als onze rol hiertoe beperkt blijft. Schadeafhandeling op het internationale vlak is een specialistische aangelegenheid en veel verzekeraars zien in dat zij hiervoor bij een gespecialiseerde schaderegelaar moeten zijn.”
Hoe die schaderegelaar voor zijn werk beloond gaat worden, is evenwel nog niet vastgelegd. “Waarschijnlijk wordt dat hetzelfde geregeld als nu in het groene-kaartstelsel: de regelaar krijgt een bepaald percentage van het schadebedrag. Waar het ons echter om gaat, is dat je een verzekerde met letselschade niet naar Portugal moet sturen om de schade te regelen en dat de verzekeraar niet met onnodige kosten wordt opgezadeld.”
Eisen
Er worden nog geen kwaliteitseisen gesteld aan de schaderegelaar. De enige vereiste in de richtlijn is, dat de regelaar de taal van het land van aanrijding kent. “Iedereen kan nu zeggen: ik start een bureau. En dat kan heel vervelend worden. De schaderegelaar kan onder de nieuwe richtlijn ook heel goed worden gepasseerd. Wij hebben zelf ook belang bij een professionele afwikkeling van schades. Dat er geen rechtstreeks vorderingsrecht bestaat bij de schaderegelaar is een slechte zaak; hij moet werkelijk toegevoegde waarde hebben, anders word je als schaderegelaar straks terzijde geschoven en zoekt de benadeelde alsnog rechtstreeks zijn recht bij de buitenlandse verzekeraar”, aldus Peeters. Maar hoe zit het dan met de eis dat elke verzekeraar in de EU een schaderegelaar moet benoemen? “Veel verzekeraars hebben dat al geregeld. En wij zien natuurlijk onze kansen. Wij houden seminars en bijeenkomsten waar wij een discussie met verzekeraars aangaan. Dit is een unieke gelegenheid om je als schaderegelaar te profileren. Als de verzekeraars ons als een doorgeefluik zien, dan doen we toch iets verkeerd.”
Momenteel is er geen enkele internationale organisatie op het gebied van de verkeersschaderegeling. “Het is jammer dat wij niet bij de totstandkoming van de richtlijn betrokken zijn. Bij de uitvoering zullen wij echter zeker onze rol spelen. Wat dat betreft mis ik in de schaderegelingswereld de betrokkenheid op dit soort terreinen.”
Jos Peeters: “Ik mis bij andere schaderegelaars de betrokkenheid op het gebied van internationale schaderegeling.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.