nieuws

Wet verkeersongevallen maakt schuldvraagonderzoek overbodig

Archief

Wet verkeersongevallen maakt schuldvraagonderzoek overbodig

Geen enkel wetsontwerp lijkt zoveel opschudding te veroorzaken als de Wet Verkeersaansprakelijkheid. Je kan haast nergens komen of de Wet is onderwerp van heftige discussie. Fietsers en wandelaars aan de ene kant en automobilisten staan als kemphanen tegenover elkaar.
door Ton Gerritsen
Verandert er dan zoveel als de wet in werking treedt? Jazeker, er wordt heel wat overhoop gehaald en niet, zoals je veel ziet in wetgevende arbeid, alleen zaken die in de communis opiniae al lang gemeengoed geworden zijn.
Neem nou alleen die aansprakelijkheid. Zijn wij niet allen gepokt en gemazeld door het adagium ‘zonder schuld geen aansprakelijkheid’? Zet dat maar bij het grof vuil, want schuldvraagonderzoek is bij verkeersongevallen tussen wel en niet gemotoriseerde verkeersdeelnemers vrijwel overbodig geworden.
Ongedisciplineerd
Dit laatste gaat menigeen toch veel te ver. Er zijn in ons land stedelijke gebieden waar de fietsers het verkeersbeeld volledig beheersen (sommigen zeggen: terroriseren). In ieder geval lappen ze de meest elementaire verkeersregels aan hun laars en zien dat ongedisciplineerde gedrag voortaan beloond en zelfs gestimuleerd worden door volledige vergoeding van hun schade. Kortom, zo oordeelt de volksmond, een veel te ver doorgedreven bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers.
De keerzijde van deze kwalificatie, die nooit gehoord wordt (zelfs niet uit de hoek van onze nationale wielrijdersbond!) is: wordt het niet de allerhoogste tijd dat paal en perk wordt gesteld aan de volstrekte en straffeloze hegemonie van de auto in het stadsverkeer?
Het wetsontwerp mengt zich niet in deze controverse, maar stelt simpelweg vast dat de zwakke verkeersdeelnemer recht heeft op die extra bescherming, en wel op zodanige wijze dat schuld of geen schuld daarbij geen rol speelt. Dat klinkt idealistischer dan het is, want in het nieuwe systeem worden de kosten van deze extra bescherming natuurlijk afgewenteld op verkeersverzekeraars, in plaats van dat ze worden betaald door de ziektekostenverzekeraars.
En de verkeersverzekeraars hoeven hun premies maar aan de nieuwe ontwikkelingen aan te passen om uit het verlies te blijven. Daar zijn ze dus alvast maar mee begonnen. Gelijktijdig doen ze een serieuze poging om trammelant te voorkomen door toe te zeggen dat een onder het nieuwe systeem verleende schadevergoeding geen gevolgen zal hebben voor de no-claimkorting wanneer de verzekerde onder het oude systeem niet aansprakelijk zou zijn. Dat kunnen nog leuke discussies worden! Het is overigens zeer spijtig dat verzekeraars deze zeldzame gelegenheid niet benut hebben om dat vermaledijde bonus-malussysteem eens grondig te herzien.
Het is wel merkwaardig om te constateren dat de openbare discussie zich geheel en al lijkt af te spelen rond de gevolgen van de wet in plaats van rond de reikwijdte ervan. Zo gooien nogal wat belangenorganisaties, waaronder de bovengenoemde wielrijdersvereniging, het argument op tafel dat als gevolg van hun vérgaande bescherming de fietsers zich in het verkeer nog roekelozer zullen gaan gedragen dan ze nu al doen en dat invoering van de Wet een ongunstig effect zal hebben op de verkeersveiligheid. Kom, kom, heren: op een enkele ziekelijke uitzondering na, begeeft niemand zich in het verkeer met de bedoeling om zichzelf en zijn voertuig schade toe te laten brengen. Ook automobilisten doen dat niet, hoewel dat maar moeilijk te geloven is als je de capriolen van sommige automobilisten bekijkt. De wens om veilig thuis te komen schijnt zelfs een tamelijk ondergeschikte drijfveer te zijn voor gedrag in het verkeer.
Extra bescherming
Wie geniet er extra bescherming? Om te beginnen, de fietser en verder alles wat aan het verkeer deelneemt en niet valt onder de definitie van motorrijtuig in de Wegenverkeerswet 1994 in artikel 1, lid 1c, waarvan alleen wordt uitgezonderd een rolstoel met eigen aandrijving die, let op, bestuurd wordt door een gehandicapte.
Maar daar blijft het niet bij, ook inzittenden genieten deze bescherming en zelfs bestuurders van eigen, geleasde, of van de baas zijnde auto’s, doch alleen voor zover zij de auto in opdracht van hun werkgever besturen. En ook hierbij speelt eigen schuld geen rol.
Men zal hieruit direct concluderen dat bestaande verzekeringsvormen, zoals de WA-autoverzekering en ongevallen-inzittendenverzekering in de hieruit voortvloeiende risico’s onvoldoende voorzien en dus uitgebreid, dan wel vervangen zullen moeten worden. Met name de ongevallen-inzittendendekking in zijn bestaande vorm is vrijwel zinloos geworden en moet vervangen worden door de tot dusver weinig gebruikte schadeverzekering-inzittenden.
Hieruit moet niet afgeleid worden dat een nieuwe verplichte verzekeringsvorm zal ontstaan, maar alleen dat iedere werkgever aan zijn werknemer, zijn zaak en zichzelf verplicht is dit risico te verzekeren. Of dat op basis van vrijwilligheid zal lukken moet worden afgewacht.
Schade door dood/letsel
Volgens de wet gaat het, zonder verdere beperking, om schade door dood/letsel van verkeersdeelnemer. Ook voor materiële schade is de gemotoriseerde verkeersdeelnemer aansprakelijk, mits hij dat ook is voor het letsel of de dood van het slachtoffer.
Onze veelbesproken fietser kan dus ook de schade aan zijn fiets en aan zijn horloge claimen wanneer hij bij het ongeval een been gebroken heeft of, als je de tekst letterlijk neemt, de nagel van zijn grote teen heeft gescheurd.
De wet vermeldt dat de aansprakelijkheid vervalt ingeval van opzet of bewuste roekeloosheid, maar om in een voorkomend geval te kunnen bewijzen dat daar sprake van was, moet je in de huidige rechtspraktijk van goeden huize komen.
De ongemotoriseerde verkeersdeelnemer geniet dus ook bescherming tegen eigen (wan)gedrag en het niet-dragen van een veiligheidsgordel levert de inzittende geen strafkorting op zijn schadevergoeding meer op.
Kostenverhogend
Op het oog lijkt het vanzelfsprekend dat invoering van de nieuwe Wet Verkeersaansprakelijkelijkheid een aanzienlijke verhoging van de kosten van het wegverkeer tot gevolg zal hebben. Dat is wel bestreden met de opmerking dat er ook belangrijke besparingen bereikt worden doordat er minder geprocedeerd zal worden. Dat moge zo zijn waar het om vaststelling van de aansprakelijkheid gaat, maar wie het wetsontwerp aandachtig doorleest, komt zóveel punten tegen die de Wet niet of onduidelijk regelt dat de advocatuur zich vooralsnog geen zorgen lijkt te hoeven maken over vermindering van het aantal opdrachten.
En verder lijkt de indruk gerechtvaardigd dat het minder zal gaan om een algemene verhoging van de schadekosten dan om een verschuiving daarvan. Dit wil zeggen dat het hoofdzakelijk gaat om kosten die onder het huidige regime ook ontstaan, maar in de toekomst zonder veel omhaal op het bordje van autoverzekeraars zullen worden gelegd, in plaats van via een ingewikkeld regrestraject.
Historie
Het wetsontwerp verkeersongevallen kent een lange historie. In 1967 werd door prof. Bloembergen al gepleit voor afschaffing van de verkeersaansprakelijkheid en voor schadevergoeding via sociale verzekeringen en eigen voorzieningen.
Dat pleidooi viel niet in goede aarde en ontmoette tegenstand van de Sociale Verzekeringsbank en van verzekeraars die nationalisering van het verzekeringsbedrijf vreesden.
Toch bleef de gedachte de verkeersjuristen bezig houden, onder meer geïnspireerd door de al lang functionerende verkeersschadeverzekering in Zweden, maar studies en plannen leidden tot niets. Totdat bij invoering van het NBW de gedachte weer opkwam, mede doordat de Hoge Raad het begrip aansprakelijkheid van het gemotoriseerde wegverkeer steeds ruimer interpreteerde en wellicht ook doordat het nationalisatiespook inmiddels ver achter de horizon was verdwenen.
Het laatste woord zal er zeker niet over gesproken en geschreven zijn!
Ton Gerritsen is freelance auteur van artikelen op verzekeringsgebied. Hij was voorheen geruime tijd werkzaam in de verzekeringsbedrijfstak.
Wet binnenkort naar parlement
Het gaat er nu toch echt van komen; het ontwerp van Wet Verkeersaansprakelijkheid zal binnenkort voorgelegd worden aan de Tweede Kamer. Gezien de ingrijpende veranderingen die deze wet in de schaderegelingspraktijk zal veroorzaken, heeft de SVV een studiedag over dit onderwerp gehouden. De belangstelling was zó groot dat inmiddels tot een reprise is besloten. Onder dagvoorzitterschap van mr. R.A. Salomons gaven achtereenvolgens prof. mr. T. Hartlief, mr. F. Th. Kremer, mr. Salomons zelf en mevrouw S. Luyt hun visie op de materie die toch dusdanig ingewikkeld bleek dat de deelnemers aan de groepsdiscussies er grote moeite mee hadden, ook al leken de voorgelegde cases nog zo eenvoudig.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.