nieuws

Wennen aan WFD

Archief

Naarmate de eisen concreter worden ingevuld, wordt ook de impact van de Wet op de Financiële Dienstverlening (WFD) op het intermediair steeds duidelijker. “Het wordt wennen”, zei Willem van Es van de Verbondscommissie Intermediaire Distributie tijdens de tussenstop van de WFD-karavaan in Assen. Een eufemisme gezien de praktische gevolgen voor het intermediair. Wie de volle omvang daarvan op zich laat inwerken, moet concluderen dat het intermediair aan de vooravond staat van een keerpunt in de bedrijfstak.

Het vergunningenstelsel gekoppeld aan zwaardere vakbekwaamheidseisen, het schriftelijk analyseren en onderbouwen van klantbehoefte en -advies, het documenteren van klantgegevens (dossiers) en het jaarlijks toetsen van de vakkennis, om enkele zaken te noemen, betekenen een forse (administratieve) lastenverzwaring voor het intermediair. Vooral kleine(re) kantoren zullen zich afvragen of voortzetting van hun bedrijfsactiviteiten in de nieuwe situatie nog langer economisch verantwoord is. In dat opzicht moet nog blijken of een veronderstelde kaalslag onder het intermediair inderdaad als “indianenverhalen” kan worden afgedaan, zoals Van Es stellig verklaarde.
Een eenvoudig rekensommetje leert dat het overgrote deel van de negen- tot tienduizend tussenpersonen kan worden aangemerkt als ‘papa-mamakantoor’. Deze bedrijven tot twee medewerkers zullen de eisen van de WFD als extreem zwaar ervaren en zich de vraag stellen óf en zo ja, hoe zij hun bedrijf voortzetten. Om als generalist te blijven bemiddelen, moeten vergunningen voor zes branches aanwezig zijn. Deze vergunningen zijn persoonsgebonden, zodat bij langdurige uitval van eigenaar of medewerker de bemiddeling op het spel komt te staan. Ook zullen gediplomeerde medewerkers hun (unieke) toegevoegde waarde voor het ‘papa-mamakantoor’ willen omzetten in betere arbeidsvoorwaarden, wat leidt tot hogere kosten voor deze kleine kantoren.
Vooral de kleine(re) assurantiekantoren zullen daarom moeten gaan kiezen. Beperking van de eigen bedrijfsactiviteiten dan wel een samenwerking met tussenpersonen die alle vergunningen hebben, ligt voor de hand, maar maakt het bedrijf kwetsbaar. In beide gevallen immers staat daarmee de eigen portefeuille op de tocht. Afhankelijk van de leeftijd van de directeur-eigenaar en de inspanningen die nodig zijn om ‘bij te blijven’ kunnen deze kantoren ook besluiten hun activiteiten te beëindigen of zich voor bepaalde activiteiten aan een aanbieder te verbinden. Vooral deze laatste optie zou een hoge vlucht kunnen nemen. Te meer, omdat verzekeraars een grotere greep op de distributie en daarmee op de eindklant willen krijgen. Zo maakt directievoorzitter Johan van de Werf van Aegon Nederland er geen geheim van fabricage en distributie in één businesssysteem te willen integreren om “dichter bij de klant te zitten”.
Hoe het ook zal gaan: het speelveld ziet er straks totaal anders uit. Met in elk geval minder kleine(re) kantoren en meer grotere bedrijven die uit zijn op totaalrelaties. En met een ander type adviseur: de agentuurgebonden tussenpersoon die voor één maatschappij bemiddelt. Het uitstel van de WFD komt de branche dus wel zo goed uit. Zo rest er nu meer tijd om zich in te stellen op dat nieuwe speelveld. Want het zal straks inderdaad even wennen zijn. Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.