nieuws

Weinig animo bij werkgevers voor eigenrisicodrager WIA

Archief

Weinig animo bij werkgevers voor eigenrisicodrager WIA

Werkgevers met meer dan vijftig werknemers in de boeken vertonen vooralsnog weinig animo om eigenrisicodrager te worden voor de WIA (Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Dit blijkt uit een onderzoek van MarketConcern onder 750 werkgevers.
Ruim 80% blijft in het publieke bestel, dus bij de UWV. “Pas in 2007 overweegt men of een eigen risicoconstructie passend is. Werkgevers overzien de consequenties ervan nog onvoldoende, of vinden het alternatief om dit via commerciële verzekeraars te regelen, niet aantrekkelijk genoeg”, aldus Erik Visser, directeur van MarketConcern.
Uit het onderzoek van het bureau blijkt verder dat de helft van de werkgevers een WIA/WGA-hiaatverzekering sluit voor zijn werknemers. “Dit in tegenstelling tot de zienswijze van minister de Geus (SZW) die de risico’s gepaard gaande met de aanpassing van de arbeidsongeschiktheidswetgeving als nihil bestempelde”, aldus Visser.
Marktleider
De inventarisatie van Market Concern maakt duidelijk dat het om vier producten gaat met een premievolume van _ 450 mln. Hiervan gaat 70% naar vier partijen. Van de 750 ondervraagde werkgevers heeft 17% de WGA-hiaat en/of WIA-excedentverzekering gesloten bij Nationale-Nederlanden, 16% bij Achmea, 15% bij Fortis Verzekeringen en 12% bij Aegon. Als het gaat om het totaal van WIA- en WGA-verzekeringen dan is NN ook marktleider met 21%, gevolgd door Fortis (inclusief De Amersfoortse) met 20%, Achmea/Interpolis met 16% en Aegon heeft met 12%.
Arbeidsvoorwaarde
Visser constateert verder dat het verzekeren van inkomensrisico van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid een echte secundaire arbeidsvoorwaarden aan het worden is. “Het risico ligt bij de werknemer en het is opmerkelijk om te zien dat tweederde van de werkgevers een deel of de gehele premie voor hun rekening nemen.”
KADER
Kamervragen
PvdA-kamerlid Jet Bussemaker heeft minister de Geus (SZW) vragen gesteld over de te weinig terugbetaalde premie van de verzekering tegen het WAO-gat (zie AM 20, pag. 63). In zijn beantwoording stelt de minister dat in het Burgerlijk Wetboek het een en ander is geregeld over het inhouden van kosten. Verder vindt hij dat het een kwestie is tussen private partijen, waarbij op dit moment het Klachteninstituut Verzekeringen een bemiddelende rol speelt. “Het oordeel over de billijkheid van een bepaalde inhouding is uiteindelijk aan de rechter. Een en ander staat geheel los van de uitvoering van de WIA”, aldus de minister.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.