nieuws

Wansink: ‘WFT blijft te vaag over het begrip verzekering’

Archief

Volgens Han Wansink, bijzonder hoogleraar Verzekeringsrecht in Rotterdam en Leiden, heeft het toevoegen van de term ‘onzeker voorval’ in de Wet op het Financieel Toezicht (WFT) in de praktijk weinig gevolgen. Wel vindt hij dat Financiën het begrip ‘verzekering’ scherper had moeten formuleren.

In de WFT is nu expliciet opgenomen dat pas sprake is van een schadeverzekering als schade wordt gedekt als gevolg van een onzeker voorval. Die laatste uitdrukking wordt in het nieuwe verzekeringsrecht, zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (BW), niet genoemd. "Naar mijn mening zijn de gevolgen voor de toepassing van artikel 7:925 van het BW niet groot", reageert Wansink. "De beperktere omschrijving in de WFT neemt mijns inziens in beginsel niets terug van de binnen privaatrechtelijke verhoudingen geldende ruimere omschrijving in artikel 925. Anders gezegd: in een geschil tussen de verzekeringnemer en de verzekeraar kan de eerste zich op die ruimere omschrijving blijven beroepen, tenzij de aard van de verzekering, of hetgeen voortvloeit uit hetgeen partijen hebben overwogen bij het sluiten van de betreffende verzekering, zich daartegen verzet in die zin dat toch sprake moet zijn van een onzeker voorval."
Volgens Wansink blijft het daarom raadzaam om in de polisvoorwaarden duidelijkheid te bieden in de vorm van een bepaling die eerder al door het Verbond van Verzekeraars is aanbevolen. In die bepaling wordt nadrukkelijk genoemd dat er sprake moet zijn van een gebeurtenis waarvan ten tijde van het sluiten van de polis onzeker was dat daaruit schade was of nog zou ontstaan.
Totale mist
Wansink vindt het wel bezwaarlijk dat de WFT een andere omschrijving van het begrip schade- of sommenverzekering hanteert dan het BW. Hij had liever gezien dat Zalm meer duidelijkheid had gegeven over de specifieke verzekeringsvormen waarop het wetsartikel betrekking heeft. "Opnieuw blijkt dat publiekrechtelijke en privaatrechtelijke wetgeving elkaar bijten. Dat zou nog tot daaraantoe zijn als de toelichting bij het onderhavige wetsvoorstel WFT tenminste duidelijk zou maken aan welke verzekeringsvormen wordt gedacht, waarbij uit een oogpunt van toezichtwetgeving de ruimere omschrijving in artikel 925 onwenselijk wordt geacht. Niets daarvan. Totale mist is ons deel.
Overigens is het meestal omgekeerd. Overeenkomsten waarbij niet direct in privaatrechtelijke zin aan verzekering wordt gedacht, worden op aansturen van DNB onder de toezichtwetgeving gebracht. Denk aan onderhouds- en garantieregelingen."

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.