nieuws

Wabb-wijzigingen leiden niet tot nettopremies en een fee-stelsel

Archief

streamer: Provisiehoogte? Daar staat verzekerde buiten

Er is de laatste tijd veel gezegd en geschreven over de gevolgen van het verdwijnen van art. 16 en later mogelijk art. 13 en 15 van de Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb). Volgens voormalig NVA-directeur mr. Hans Scheffer worden vaak onjuiste conclusies verbonden aan het (mogelijk) vervallen van de in deze artikelen vervatte verboden. Scheffer had zich bij zijn vertrek voorgenomen om zich niet meer te mengen in discussies binnen de bedrijfstak, maar na drie jaar kon hij de verleiding niet weerstaan.
door mr. Hans Scheffer
Aan het verdwijnen van art. 16 Wabb wordt dikwijls de conclusie verbonden dat dit vroeg of laat zal leiden tot een systeem van nettopremies en dus tot een fee-stelsel voor de grote massa van verzekeringen. Deze opvatting is naar mijn mening onjuist, omdat uitgegaan wordt van een verkeerde opvatting over de plaats van het onafhankelijk intermediair en van de essentie van het honoreringssysteem. Vergeten wordt namelijk dat de assurantie-adviseur primair een onafhankelijk handelsagent is.
Vriend en vijand B zelfs Financiën, EZ en de Consumentenbond B zijn het er over eens dat ons ook internationaal geprezen niveau en systeem van onafhankelijke assurantiebemiddeling ook voor de consument een uitstekend systeem is. Het is echter diezelfde onafhankelijkheid die nu weer – zelfs in de Memorie van Toelichting op de afschaffing van art. 16 en in de discussies over art. 13 – tot fundamentele misverstanden leidt over de plaats en de beloningssystematiek van het intermediair.
Want, zo is de redenering, is het niet zo dat de andere professionele adviseurs B van makelaar tot notaris en van advocaat tot accountant – gehonoreerd worden via de nota die zij aan hun cliënten zenden? Zou daarom de assurantietussenpersoon niet eigenlijk ook door de verzekerde betaald moeten worden?
In deze denkwijze wordt vergeten dat het adviseurschap van de assurantietussenpersoon in een andere categorie thuishoort. Hij heeft een andere en nog nimmer bevredigend omschreven (juridische) plaats, die veeleer lijkt op een B onafhankelijk B handelsagent. Hij is immers, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde adviseurs, een schakel in de distributieketen, en wel van het product verzekeringen. Zijn onafhankelijkheid en adviseurschap komt voort uit het feit dat hij de vrije keuze heeft in die producten en de verzekeraars, waardoor hij per definitie ook de belangen van verzekerden behartigt.
Provisiesysteem
Verzekeraars besparen door de activiteiten van de onafhankelijke assurantietussenpersoon de kosten van een eigen fijnmazig verkoop- en servicenet. Dit maakt het logisch dat de assurantietussenpersoon altijd een honorering van verzekeraars zal blijven ontvangen.
Qua systeem van honorering is B van oudsher en ook nu nog in alle westerse landen B gekozen voor het provisiesysteem. De hoogte van de provisie wordt bepaald door de kostenbesparing door verzekeraars en de marktwerking. Dit leidt tot een door verzekeraars vastgestelde eindprijs van hun product.
Met de onderdelen van die eindprijs heeft de verzekerde niets te maken. Net zo min als die verzekerde iets te maken heeft met de (hoogte van) de salarissen en kosten van een eigen verkoopapparaat van een verzekeraar, zoals bij distributie via loondienstagenten en – hetgeen hetzelfde is B de salarissen en kosten van de bankemployee die ‘bemiddelt’ voor de eigen verzekeringsmaatschappij.
Mijns inziens gaat het er dan ook om of assurantietussenpersonen, naast de honorering die zij altijd, ook na een eventuele afschaffing van art.13, in welke vorm dan ook van verzekeraars zullen ontvangen, nog een nota aan hun verzekerden kunnen of zullen willen toezenden.
Dat mag na een afschaffing van art. 13, net zoals verzekeraars het intermediair naast of in plaats van provisie ook op andere wijze zullen mogen honoreren.
Volgens mij is dat niet logisch en is ook niemand gebaat met een dergelijke verandering van het honoreringssysteem:
– de verzekerde niet, omdat hij naast de premie ook nog andere kosten kan krijgen, terwijl het niveau van de premie niet zal dalen;- de verzekeraars niet, omdat de druk op extra honorering naast de provisie zal toenemen;- het intermediair niet, omdat het zenden van nota’s een concurrentienadeel oplevert tegenover banken, loondienstorganisaties en direct-writers, terwijl de extra beloningen door verzekeraars zijn onafhankelijkheid kunnen aantasten.Mijn conclusies uit het voorgaande zijn dat:
– het onbegrijpelijk is dat de overheid en de Consumentenbond in het belang van de verzekeringsconsument vóór een afschaffing (op termijn) van art. 13 Wabb zijn;- het begrijpelijk is dat verzekeraars voorstanders zijn van de handhaving van art.13 en daarmee van het vigerende honoreringsstelsel;- het verklaarbaar en logisch is dat, althans volgens sommige berichten, het intermediair tamelijk laconiek lijkt te reageren op de gevolgen van de aangekondigde wijzigingen in de Wabb;- het, gelet op het voorgaande, uitermate onverstandig zou zijn van het intermediair en verzekeraars om via het vervallen van het z.g. verbod op retourprovisie (art. 16) het beloningssysteem en het huidige systeem van brutopremies en vaste eindprijzen aan te tasten.NVA, waaraan hij gedurende 23 jaar verbonden was.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.