nieuws

Vreemde eend Sampo na zes jaar opgenomen in Nederlandse markt

Archief

Bij de Nederlandse start in 1992 verwachtte het toenmalige Hansa Industrial, voorloper van het huidige Sampo Industrial, binnen vijf jaar met een gespecialiseerde industriële verzekeringsmaatschappij een ‘stevige basis’ in Europa te kunnen leggen. Volgens huidig directeur Jan de Jong is dat inmiddels aardig gelukt. Alleen de voorgenomen overnames bleven uit.

Aanvankelijk bestond er grote argwaan in de Nederlandse markt ten opzichte van de Skandinavische nieuwkomer. De relatief lage premies in combinatie met ingrijpende preventiemaatregelen en hoge eigen risico’s bij de klant werden door collega verzekeraars met afschuw begroet. “We wilden niet ‘aanschuiven’ bij de zittende orde en gingen liever onze eigen weg. Daarom werden we in eerste instantie niet geaccepteerd”, zo beschrijft directeur Jan de Jong de eerste jaren. “Inmiddels heeft die opstelling plaatsgemaakt voor begrip voor onze aanpak en is het tot de markt doorgedrongen dat we geen ordinaire prijsdumpers zijn.”
Houtzagerij
De filosofie van Sampo (mythische Finse naam van een molen die voorspoed brengt) dateert al van ruim een eeuw geleden. Finse houtzagerijen werden destijds geconfonteerd met torenhoge verzekeringspremies, waardoor zij genoodzaakt waren zelf een verzekeringsconstructie te bedenken waarbij de nadruk kwam te liggen op preventie en hoge eigen risico’s. Zo konden de premies relatief laag blijven. Tot op de dag van vandaag bestaat er een nauwe band tussen de Finse industrie en de verzekeraar: Sampo traint er de industriële brandweer en pleegt samen met de klant research.
Voortkomend uit de preventiegedachte beschikt het moederconcern in Finland over een uitgebreide database met industriële schades. Volgens De Jong wordt deze database ook in Nederland regelmatig gebruikt als hulpmiddel bij de acceptatie. Aan de hand van de database lopen medewerkers van Sampo Industrial bijvoorbeeld het productieproces langs van te verzekeren bedrijven. “Op die manier heb je als risicodrager een directe toegevoegde waarde voor het betrokken bedrijf. Je kunt de risicovolle onderdelen in het productieproces namelijk goed onderbouwd aanwijzen”, aldus De Jong.
Volgens De Jong vindt de klant het over het algemeen niet onprettig dat Sampo eerst in de keuken komt kijken voordat er over acceptatie gesproken kan worden. “Een ondernemer is over het algemeen trots op z’n bedrijf. Hij vindt het zelfs plezierig om er met een geïnteresseerde specialist over te praten. Bovendien, het accepteren van industriële risico’s vanachter je bureau – zoals wel gebeurt – zou eigenlijk niet moeten kunnen.”
De Jong zegt zich te verbazen over het gemak waarmee aansprakelijkheidsverzekeraars risico’s accepteren. “Voor een brandverzekering dient de klant een hele papierwinkel te overleggen, terwijl het sluiten van een aansprakelijkheidsverzekering zó gebeurd is. Wij vragen altijd naar de risico-inventarisatie die bedrijven moeten maken op basis van de Arbowet. Ik weet dat er maar weinig collega-verzekeraars zijn die dat ding opvragen.” De Jong vindt het ook een slechte zaak dat er in de industriële verzekeringsmarkt geen enkele maatschappij is die het leiderschap op zich heeft genomen. “Zoals NN bijvoorbeeld doet in de MKB-markt. Dat missen we toch in de industrie.”
Geen overnames
De premiegroei (zie kader) ontwikkelde zich in de afgelopen jaren volgens De Jong weliswaar naar verwachting; de reeds in 1992 aangekondigde overnames bleven uit. Sampo is daarom nog altijd in voor een passende acquisitie. Twee maal deed zich een mogelijkheid voor, maar directeur De Jong viste telkens achter het net. Eerst bij NOWM (“die werken met een goed concept, te vergelijken met Sampo”), dat Aegon kocht van de Van Calcar Groep. Vervolgens was de Finse onderneming net te laat om te kunnen bieden op Praevenio, dat het makelaarsconcern Sedgwick samen met Schlencker verkocht aan Delta Lloyd. De Jong: “Ook daar waren we te laat bij, maar op zich maakte dat weinig uit, omdat Praevenio uitsluitend verkocht werd in combinatie met Schlencker. Daarin waren wij niet geïnteresseerd.”
Kerncijfers Sampo Industrial
Sampo Industrial NV bestrijkt met haar zeventig medewerkers niet alleen Nederland, maar ook de ons omringende landen België, Duitsland en Groot-Brittannië. In de laatste twee landen heeft het bedrijf bovendien eigen vestigingen. In het jaar 1996 behaalde Sampo met de Nederlandse activiteiten een premie-inkomen f 43,3 (43,2) mln en een netto winst van f 0,7 (f 0,7) mln. Eind 1997 kreeg de Nederlandse werkmaatschappij een A-CPA (Claims Paying Ability) rating van Standard & Poor’s voor de aanwezige solvabiliteitsmarge.
De cijfers inclusief de activiteiten in Engeland en Duitsland zien er een stuk minder rooskleurig uit. Mede als gevolg van de tegenvallende prestaties op met name Britse markt en afvloeiingskosten voor de Zweedse directeur door de overname door het Finse Sampo, zakte het resultaat naar f -7,3 (-3,8) mln. Hierdoor scoorde Sampo in die periode ook zo hoog in de top-10 van verliezers (Zie AM 3, pagina 25). Voor het jaar 1997 verwacht Sampo (inclusief het buitenlandbedrijf) een forse winst na belasting.
Jan de Jong: “De industriële verzekeringsmarkt mist leiderschap”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.