nieuws

Voorstel tot nieuwe terreinafbakening pensioenfondsen en levensverzekeraars

Archief

Staatssecretaris Linschoten van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Zalm van financiën bespraken vorige week met belanghebbende organisaties de terreinafbakening voor pensioenfondsen en levensverzekeraars en de concurrentie in de pensioensector.

De bewindslieden hebben onder meer aan het Verbond van Verzekeraars een ontwerp-terreinafbakening ter beoordeling voorgelegd en daarnaast gevraagd, zijn visie te geven over het vraagstuk van de vrije concurrentie in de pensioensector.
Pensioenfondsen zijn vrijgesteld van de bepalingen van de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf (WTV). Voorwaarde is dan wel, dat zij uitsluitend werkzaam zijn op een duidelijk afgebakend terrein, namelijk (in principe: collectieve) pensioenvoorzieningen in het kader van bedrijf of beroep. Daarnaast mogen de fondsen voor individuele deelnemers desgevraagd tekorten verzekeren op het pensioen dat bij het fonds wordt opgebouwd. De afbakening is vastgelegd in artikel 13 van de WTV 1993.
50%-criterium
Op het ogenblik mag een pensioenfonds een pensioenregeling uitvoeren, als de werkgever minstens 50% van de premie bijdraagt. Pas dàn kan volgens de Verzekeringskamer gesproken worden van een werkgeverstoezegging. Dit 50%-criterium van de Verzekeringskamer gaf problemen in de praktijk omdat de bepaling te omzeilen is. Reden waarom de Verzekeringskamer vorig jaar de bewindslieden om duidelijke en inhoudelijke criteria gevraagd geeft. Een studiegroep van ambtenaren met assistentie van deskundigen van de Verzekeringskamer heeft een nieuwe terreinafbakening ontworpen.
De groep heeft voorgesteld in de PSW een definitie op te nemen van het begrip ‘pensioentoezegging’. Een pensioenfonds is dan bevoegd een pensioentoezegging uit te voeren, als die toezegging voldoet aan de definitie in de PSW. De voorgestelde definitie voor de PSW luidt: ‘Een pensioentoezegging is een uit de arbeidsrelatie voortvloeiende overeenkomst tussen de werkgever en een aan zijn onderneming verbonden persoon met betrekking tot een invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenpensioen’.
Indien een dergelijke pensioentoezegging wordt gedaan, is de PSW van toepassing en draagt de werkgever dus te allen tijde de verantwoordelijkheid voor de betaling van de pensioenbijdrage (premie) aan de pensioeninstelling, aldus de brief van de bewindslieden aan de betrokken organisaties. “Wat betreft de betaling van de premie voor een PSW-pensioentoezegging kan dus geen rechtstreekse relatie ontstaan tussen de deelnemer en het pensioenfonds”.
In de voorgestelde opzet vervalt het procentueel criterium. Voor uitvoering van een pensioenregeling door een pensioenfonds geldt in de nieuwe opzet uitsluitend de eis dat het een PSW-pensioentoezegging is. Dat betekent enerzijds een uitbreiding van het werkterrein van pensioenfondsen. Anderzijds kunnen in de nieuwe opzet pensioenfondsen niet meer buiten de werkgever om pensioenaanvullingen voor individuele deelnemers verzekeren.
Pensioenfondsen zijn in de nieuwe opzet niet bevoegd buiten het PSW-terrein te treden. Ze mogen alleen PSW-toezeggingen uitvoeren – uiteraard binnen de kring van de eigen deelnemers – op basis van hetgeen werkgever en werknemer met betrekking tot de risico’s van ouderdom, overlijden en invaliditeit overeenkomen.
Verzekeraars mogen alle soorten pensioenverzekeringen aanbieden.
Vrije concurrentie in pensioenmarkt
Bij de genoemde ministeries wordt momenteel nagegaan, hoe de marktwerking in de pensioensector kan worden verbeterd, waarbij ‘alle institutionele elementen’ die daarbij van belang zijn, in de beschouwing kunnen worden betrokken, aldus de twee bewindslieden. Vooruitlopend op de uitkomsten van dat onderzoek stellen zij de belanghebbende organisaties in de gelegenheid hun visie op het vraagstuk van de vrije concurrentie en, binnen dat kader, de verplichte deelneming in bedrijfstak- en beroepspensioenregelingen kenbaar te maken.
In praktisch alle bedrijfstakken en beroepen met een eigen pensioenfonds, is deelname door de ondernemingen resp. beroepsbeoefenaren wettelijk verplicht. Oogmerk van de verplichting is dat er niet onderling geconcurreerd kan worden op het punt van pensioen. Ondernemingen die een eigen fonds willen stichten kunnen vrijstelling krijgen van de verplichte deelneming, als hun fonds op alle onderdelen gelijk of beter is dan dat van de bedrijfstak. Vrijstellingen worden verleend door de besturen (werkgevers en vakbonden) van de bedrijfstakpensioenfondsen. Ze worden bijna niet verleend.
Door de roep om flexibilisering om tegemoet te kunnen komen aan individuele pensioenwensen, wordt er veel kritiek geleverd op de starre bedrijfstakpensioenfondsen. Daarnaast is de laatste jaren de vraag opgeworpen of de verplichte deelneming niet indruist tegen het principe van de vrije concurrentie in de Europese Unie. Twee Nederlanders hebben tegen de verplichte deelneming een proces aanhangig gemaakt voor het Europese Hof van Justitie in Luxemburg.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.