nieuws

Voorstel beloningstransparantie baart NVA de nodige zorgen

Archief

De NVA maakt zich zorgen over voorstellen van het ministerie van Financiën om per 1 oktober 2009 transparantie te eisen van aanbieders en bemiddelaars over hun beloning. “Het level playing field ontbreekt ten enenmale’, zegt de NVA.

“Financiën doet z’n best, maar over de huidige voorstellen zijn we niet tevreden”, aldus NVA-directeur Niels Mourits. Een pasklare oplossing heeft ook de NVA niet voor het grijpen. “Het is moeilijk om bij banken en verzekeraars een goed equivalent voor provisie te vinden, zonder dat een enorme kostenpost wordt gecreëerd. Maar we gaan wel ons best doen.”
In een eerder deze maand vrijgegeven conceptbesluit doet het ministerie de volgende voorstellen:
Tussenpersonen moeten bij complexe producten schriftelijk de hoogte van afsluit- en doorlopende provisie melden aan de klant, alsook de aard van eventuele bonusregelingen.
Banken en direct-writers moeten de productgerelateerde beloning van klantmedewerkers melden, alsmede hun variabele omzetbeloningen.
Niet vergelijkbaar
“Aanbieders kunnen dan niet beweren dat advies gratis wordt gegeven”, meent het ministerie. Wel erkent Financiën dat de beloning aan klantmedewerkers van aanbieders “niet vergelijkbaar is met de hoogte van de provisie die bemiddelaars ontvangen”.
Aanvullend wil het departement daarom dat informatie over de kosten van een complex product wordt gegeven in de financiële bijsluiter. Dat gebeurt bij vermelding van historische of toekomstige rendementen. “Dit alles om te voorkomen dat een onjuist of onvolledig beeld bij de consument wordt geschapen over de hoogte van de provisie in relatie tot de totale kosten van het product en om de beloning in een helder perspectief te plaatsen.”
Afsluitprovisie
Het conceptbesluit herhaalt verder voorstellen die afgelopen zomer al in een brief aan de Tweede Kamer stonden vermeld. Kern daarvan is de afbouw van afsluitprovisie ten faveure van doorlopende provisie. In 2010 moet die verhouding bestaan uit maximaal 50% afsluitprovisie en minimaal 50% doorlopend. De overgang gaat stapsgewijs: in 2007 is het aandeel afsluitprovisie maximaal 80%, in 2008 maximaal 70% en in 2009 maximaal 60%.
“Het is noodzakelijk deze maatregel wettelijk te verplichten’, schrijft Financiën, “omdat de markt kampt met een first mover-probleem: de marktpartijen die als eerste overgaan, verliezen marktaandeel als een substantieel deel van de markt niet meegaat en hoge afsluitprovisies blijft hanteren.”
Verdientermijn
Het ministerie houdt ook vast aan een verdientermijn van vijf jaar voor de afsluitprovisie. “Bij voortijdige beëindiging door onnatuurlijk verloop binnen ten minste vijf jaar wordt de afsluitprovisie evenredig verminderd.”
Na 2009 wordt bezien of deze periode verkort kan worden tot drie jaar of zelfs helemaal kan vervallen. “Er kan namelijk betoogd worden dat deze regel wegvalt op het moment dat beloning en inspanning van de bemiddelaar samenvallen”, zoals de intermediairorganisaties hebben bepleit. “Anderzijds kan de regel bijdragen aan het verminderen van provisiegedreven kleuring van advies.”
Bonusprovisies
Het ministerie van Financiën zegt de marktontwikkelingen de komende jaren nauwlettend in het oog te gaan houden, onder meer op constructies om de regels te omzeilen. “Het zou een ongewenste ontwikkeling zijn als beloningsstructuren verschuiven van afsluit- en doorlopende provisie naar andere beloningsstructuren.” Gedoeld wordt onder meer op een zwaarder gewicht van bonusprovisies of voorfinanciering van doorlopende provisies. “Indien marktontwikkelingen daartoe aanleiding geven, worden aanvullende maatregelen overwogen.”
Kosten
De kosten voor de hele operatie worden door het ministerie geschat op eenmalig ruim _ 10 mln en vanaf 2009 jaarlijks _ 5,6 mln. De ambtenaren hebben daartoe onder meer berekend dat verzekeraars gezamenlijk bijna _ 8 mln moeten investeren in hun systemen om de stapsgewijze overgang van afsluitprovisie van 100% naar 50% mogelijk te maken.
Een tweede calculatie geldt voor het opstellen van een standaardformulering (door aanbieders en tussenpersonen) om hun beloning aan klanten kenbaar te maken. Een (juridisch) medewerker moet dat klusje in twee uur kunnen klaren: _ 300 maal het aantal bedrijven levert een totaalbedrag op van _ 2,7 mln. Verder zal per advies twee minuten nodig zijn om in beloningstabellen de hoogte van de beloning op te zoeken en deze vervolgens in te vullen op het formulier. Uitgaande van een uurloon van _ 55 kost twee minuten dus _ 1,83. Bij 1,26 miljoen adviezen per jaar door tussenpersonen en 1,8 miljoen door aanbieders levert dat jaarlijks een kostenpost van _ 5,6 mln op.
Reageren op het conceptbesluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGFO) – te vinden op www.amweb.nl (onder Dossiers) – kan tot 21 april.
ook bloot”, aldus voorzitter Bob Veldhuis onlangs tijdens het NVA-congres.
Regels gelden niet
voor lopende polissen
De nieuwe provisieregels zijn niet van toepassing op verhogingen op bestaande polissen of andere wijzigingen van bestaande overeenkomsten. Daarvoor blijft het oorspronkelijke regime gelden.
De regels gelden alleen voor complexe producten. Daaronder verstaat het ministerie producten die zijn opgebouwd uit twee verschillende financiële producten. Expliciet zijn aangewezen: spaar- en kapitaalverzekeringen en uitgestelde en direct ingaande lijfrenten, ongeacht de wijze van opbouw (garantie, winstdeling of beleggingen). Een uitzondering geldt voor natura-uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarhypotheken (zonder bijverband).
Bij ministeriële regeling kunnen financiële producten worden aangewezen als complex.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.