nieuws

Voorlichting

Archief

De levensverzekeraars hebben grote vooruitgang geboekt in hun voorlichting aan klanten

Dit concludeert de Verzekeringskamer op grond van de uitkomsten van haar tweede branche-onderzoek sinds invoering van de eerste Regeling Informatieverstrekking aan verzekeringnemers (Riav 1994). Een opvallend mild oordeel dat vraagt om relativering nu ook het Verbond van Verzekeraars het rapport met enige opluchting in ontvangst heeft genomen. De Verzekeringskamer is erg positief in zijn oordeel over de verbetering van de consumentenvoorlichting, hoewel deze louter betrekking heeft op de vermelding van afkoop- en premievrije waarde. Bovendien blijft nog altijd 15% in gebreke op een punt waarvoor de Ombudsman Leven sinds zijn instelling keihard heeft geknokt. Verder schieten levensverzekeraars nog steeds te kort in hun informatieverstrekking over afkoelingsperiode, contractbeëindiging en klachtenregeling, punten die ook al in de eerste regeling informatieverstrekking waren vastgelegd. Goedkoop is het standpunt van de Verzekeringskamer om het onderzoek naar de in 1998 geïntroduceerde (tweede) regeling (Riav 1998) te bestempelen tot ‘nulmeting’. Alsof er begin 1996 geen branche-onderzoek is gehouden? Of waren de resultaten van dat onderzoek al te vernietigend voor een succesvolle vergelijking? De toezichthouder had ervoor moeten waken ‘rugdekking’ te geven aan levensverzekeraars die in gebreke zijn gebleven. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. De toezichthouder had beter moeten luisteren naar de Ombudsman Leven, die in september vorig jaar waarschuwde dat de informatieregeling “uiterst minimaal” wordt opgevolgd. Toch is ook de Verzekeringskamer niet helemaal gerust over de goede bedoelingen van levensverzekeraars. Dit blijkt uit het alsnog vervangen van de productleeswijzer door het in 1997 bepleite kernpuntendocument met productinformatie, uit de oproep aan de levenbranche om niet alleen naar de letter, maar ook naar de geest van de regelgeving te handelen én uit het dreigement om desnoods via boetes en dwangsommen naleving van de informatieregeling af te dwingen. Kennelijk wil de Verzekeringskamer koste wat het kost voorkomen wat zijn eigen voorzitter Arend Vermaat in 1998 aan minister Zalm schreef: “In Nederland zal slechts de wetgever een optimale (informatie)regeling kunnen bewerkstelligen”. Goedwillende levensverzekeraars zullen het niet zo ver willen laten komen. De geruchtmakende affaire van Spaarbeleg met de Friese verzekerde Wilco Rozeboom heeft eens te meer aangetoond dat onvoldoende consumentenvoorlichting leidt tot negatieve publiciteit, schadeclaims en tot beschadiging van het branche-imago. Hetzij door wetgeving, hetzij door zelfregulering zal de voorlichting aan de klant zodanig moeten worden verbeterd dat zij de toets der kritiek kan doorstaan. Maatgevend daarvoor is wat de klant ervan vindt, en niet het (milde) oordeel van de Verzekeringskamer of het Verbond. Want of die klant bij het uitblijven van die verbeteringen ook zo mild zal reageren, mag sterk worden betwijfeld. Wim Abrahamse

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.