nieuws

Voorkom chaos bij euroconversie

Archief

In de Euro-rubriek van AssurantieMagazine deze keer een bijdrage van NBVA-beleidsmedewerker Bas Meisters. De NBVA en NVA participeren sinds 1998 in het overleg van Euro Projectmanagers van het Verbond van Verzekeraars. Gezamenlijk zijn met name technische en praktische gevolgen van de invoering van de euro vooraf in kaart gebracht en zijn er oplossingen gezocht voor de geïnventariseerde problemen die zich hiermee zouden kunnen voordoen. ‘Voorkom chaos’ is te allen tijde het uitgangspunt geweest van het overleg.

door Bas Meisters
De verzekeringsbranche is al enkele jaren bezig zich gedegen voor te bereiden op de komst van de euro. Het nieuwe betaalmiddel stelt de verzekeringsbranche echter voor niet geringe, branchespecifieke uitdagingen. Het gaat dan met name om de organisatorische, logistieke en administratieve consequenties van de omzetting van gulden naar euro in de polis.
Het eerste idee, om alles gewoon door 2,20371 te delen, blijkt in de praktijk niet zonder meer haalbaar. Om een vloeiende overgang van gulden naar euro te bewerkstelligen is en blijft het belangrijk dat verzekeraars, tussenpersonen en systeemhuizen zo veel mogelijk kunnen werken volgens dezelfde systematiek. “Laten we komen tot een uniform conversieschema”, zo luidde de doelstelling. Want als elke verzekeraar de conversie naar eigen goeddunken zou inrichten, zou dat een zware wissel trekken op de tussenpersoon die met meerdere partijen samenwerkt. Maar zelfs nu, met de draaiboeken grotendeels klaar, lijkt de euroconversie voor de verzekeringsbranche geen sinecure te worden.
Terecht of niet?
De groenteboer heeft het bij de overstap naar de euro waarschijnlijk gemakkelijker dan de tussenpersoon of verzekeraar, zoveel is inmiddels duidelijk. Ogenschijnlijk kan het niet simpeler: één euro is f 2,20371. Deel alle guldenbedragen door dit getal en je hebt de prijs in euro’s. Een kilo appelen voor f 2,25 wordt dus _ 1,02. Dat doen we precies zo met de verzekeringen en klaar is Kees. Of toch niet?
Stel: een klant heeft per 1 januari 2000 zijn contracttermijn laten terugbrengen van tien naar vijf jaar. Bij de introductie van de euro per 1 januari 2002 wordt de premie, in vergelijking met de guldenspremie, één cent duurder. Uw klant beroept zich op het feit dat er met de introductie van de euro klantvriendelijk zou moeten worden afgerond en zegt het contract op. Terecht of niet?
Nog een voorbeeld: een klant sluit een avp, inboedel- en opstalverzekering; de premie bedraagt respectievelijk f 68,50; f 220,11 en f 358,75 per jaar, in totaal f 647,36. De europremies worden: _ 31,08, _ 99,88, _ 162,79, in totaal _ 293,75. Rekenen we de totaalpremie in guldens (f 647,36) direct om naar euro’s, dan is de uitkomst: _ 293,76. Opnieuw één cent verschil. Maar wie weet zeker dat dit zonder gevolgen zal blijven?
Nog een aspect van de euro: de gevolgen voor het verzekerde bedrag. Een lekker in het oog springend verzekerd bedrag van pakweg f 1 mln voor een avp-tje wordt dus _ 453.780.22. Niet meteen een bedrag dat commercieel ‘scoort’. Een ander probleem is: in hoeverre is de verzekeraar qua automatisering in staat om bij grote verzekerde bedragen te werken met getallen achter de komma? Wat is het hem waard om de investeringen te plegen die dit wèl mogelijk maken? Wordt dat soms doorberekend in de premie? En wie legt dat aan de klant uit?
Deze zaken zijn intensief besproken met alle betrokken partijen. Juist vanwege deze gesignaleerde problematiek was het belangrijk om zo veel mogelijk met één uniform conversieschema te werken waaraan alle verzekeraars en tussenpersonen zich zouden conformeren.
Praktische ondersteuning
Een vloeiende overgang van gulden naar euro zal vooral afhankelijk zijn van een intensief samenspel tussen verzekeraars, systeemhuizen en intermediair. Hierbij zal naast de afrondingsproblematiek ook het tijdstip van conversie een rol spelen. Het is te verwachten dat het intermediair in de loop van dit jaar van deze partijen de nodige praktische informatie en ondersteuning krijgt om het proces succesvol te laten verlopen. Want al ligt er een POR-rapport over de euroconversie, voor de tussenpersoon blijft het tamelijk abstract en wordt het tijd dat hij op praktisch niveau hulpmiddelen krijgt aangereikt.
Voor het intermediair betekent de conversie (overigens net als voor verzekeraars) een hoop extra werk. De klant mag daar zo min mogelijk van merken en uiteraard dient de waarde van premie en verzekerde som in euro’s zo veel mogelijk gelijk te zijn aan die in guldens.
De NBVA-leden zijn door diverse publicaties op de hoogte gehouden van de problematiek rond de euroconversie. Verder heeft de NBVA hen reeds tijdens de ‘Ronde door het Land’ in april vorig jaar over de gevolgen van de komst van de euro geïnformeerd. En verder hadden de leden in februari en maart van dit jaar de gelegenheid om de Voorlichtingsronde van het Verbond van Verzekeraars bij te wonen. Hiervan is ook, blijkens de hoge opkomst, goed gebruik gemaakt.
Daarmee is nog niet gezegd dat alle problemen nu zijn overwonnen en alle uitdagingen het hoofd geboden. Het échte werk zal in het komend najaar en begin 2002 plaatsvinden. Dan pas zal blijken of alle partijen voldoende waren voorbereid om de euroconversie met een minimum aan overlast door te voeren: the proof of the pudding is in the eating.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.