nieuws

VK beschuldigt KPMG van ‘onheuse praktijken’ in Vie d’Or-onderzoek

Archief

Het KPMG-rapport over het functioneren van de Verzekeringskamer (VK) is volgens de toezichthouder partijdig en deels onvolledig. Sinds de Stichting Vie d’Or de aansprakelijkstelling van de VK bekendmaakte, zijn de betrokken accountant en de toezichthouder elkaar in de haren gevlogen. Een verslag van een opmerkelijke ruzie.

Het huidige meningsverschil spitst zich toe op de vraag of KPMG in het onderzoek naar de rol van de toezichthouder bij de ondergang van Vie d’Or ook een oordeel had moeten geven over het functioneren van het toezicht. “Jawel”, vindt KPMG, aangezien bij het onderzoeken van de rol van de VK zonder meer om een oordeel wordt gevraagd. “Nee”, is de mening van de VK, want KPMG diende zich te beperken tot een feitenonderzoek.
Behalve dit wezenlijke verschil van mening, beschuldigt de VK de accountant ervan zich bij het onderzoek te hebben laten beïnvloeden door het advocatenkantoor Loeff Claes Verbeke, dat in opdracht van de Stichting Vie d’Or de aansprakelijkstelling van de VK aan het voorbereiden was. Hierdoor zou het door de VK toch al ongewenste oordeel ook nog eens sterk gekleurd zijn om zo de aansprakelijkstelling wat te vergemakkelijken.
Onvriendelijk
KPMG-directeur forensic accounting R. Rozekrans zegt wel vaker onvriendelijk aangesproken te worden door betrokkenen die in een rapport een kritisch beoordeling krijgen. Zeker als er een grote aansprakelijkheidsclaim aan verbonden wordt. Zo dreigt voormalig Vie d’Or-directeur Maes al enige tijd met een claim vanwege vermeende onjuistheden in dezelfde rapportage als waar de VK nu kritiek op heeft. “Wat dat betreft zijn we hier wel wat gewend”, aldus Rozekrans.
Toch is hij verbaasd over de buitengewoon felle reactie van de Verzekeringskamer (zie kader). “Wij voelen ons gekrenkt door de aantijgingen van de Verzekeringskamer. Men twijfelt ten onrechte aan onze onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Dat is bepaald niet aardig. Zo zouden wij ons niet aan procedure-afspraken hebben gehouden. Dat klopt niet. Wij hebben de afspraken die wij met de Verzekeringskamer hebben gemaakt juist strikt gevolgd. Deze afspraken betroffen overigens slechts de manier van communiceren met de toezichthouder en het proces van hoor en wederhoor.”
“Vanaf het moment dat het de VK duidelijk werd dat wij kritiek hadden, is de samenwerking stroef gaan lopen. Overigens hebben wij de VK op dat moment geadviseerd een advocaat in de arm te nemen, aangezien ze daar toen nog niet over beschikten”, merkt Rozekrans op.
Hardleers
Volgens de Verzekeringskamer huilt KPMG krokodillentranen. “Als ze verbaasd zijn over ons protest, zijn ze wel erg hardleers. We hebben onze bezwaren nu geloof ik al voor de tiende maal bij ze neergelegd. Ze moeten hun oren eens goed open zetten. Ik had eerlijk gezegd een ander niveau verwacht van een bureau als KPMG”, zegt VK-woordvoerder C. Verhagen.
Het KPMG-rapport is in Apeldoorn behoorlijk in het verkeerde keelgat geschoten: “Het is echt een zeer subjectief stuk. U hoeft er slechts één pagina in te lezen, om te begrijpen wat ik bedoel (helaas is het KPMG-rapport vooralsnog geheim, red). Er is hier geen sprake meer van een verslag van een feitenonderzoek”, aldus VK-bestuursvoorzitter Vermaat.
De subjectiviteit van het onderzoek is volgens Vermaat veroorzaakt door de nauwe samenwerking tussen het accountantsbureau en het advocatenbureau Loeff Claes Verbeke (LCV), dat de Stichting Vie d’Or juridisch ondersteunt en de aansprakelijkstelling heeft voorbereid. “Werkendeweg is duidelijk een intensieve en zeer onheuse samenwerking tussen die twee bureaus ontstaan, waardoor er nu een partijdig rapport op tafel ligt.”
KPMG noemt dit verwijt onzin. “We hebben de hulp van het bureau LCV slechts ingeroepen op het punt van de toezichtswetgeving, aangezien ze die wetten toen juist in opdracht van de Stichting Vie d’Or hadden doorgespit. Het leek ons wel zo efficiënt om de daar aanwezige kennis op dit punt te gebruiken. Overigens staat dit allemaal genoemd in het rapport. Er is niets geheimzinnigs aan.”
Second opinion
Naar aanleiding van het voor de VK zeer nadelige KPMG-rapport liet de toezichthouder het bureau Coopers & Lybrand een soort second-opinion-onderzoek houden. Volgens bestuursvoorzitter Vermaat komt Coopers in dit onderzoek tot hele andere conclusies dan KPMG.
Voor KPMG komt dit Coopers-onderzoek als een duveltje uit een doosje. Rozekrans: “Wij kennen geen Coopers-rapport. Onze beroepsregels schrijven voor dat bij een second-opinion-onderzoek overleg moet plaatsvinden met de accountant die het eerste onderzoek heeft verricht. Wij hebben niets van Coopers vernomen, dus kan slechts geconcludeerd worden dat er geen rapportage met een ander oordeel bestaat.”
De VK houdt haar mond stijf dicht als we vragen om concrete conclusies uit het Coopers-rapport. “Nee, het spijt me, we kunnen niet zeggen wat de uitkomsten zijn van dat onderzoek. We weigeren KPMG opnieuw munitie te geven om zich voor te bereiden op de aansprakelijkstelling. We’ll see them in court”, zegt woordvoerder Verhage. Volgens hem heeft de VK in eerste instantie teveel vertrouwen gehad in KPMG als onafhankelijke onderzoeksinstantie. Na het uitbrengen van het voorlopige rapport van KPMG bleek dat vertrouwen misplaatst. “We hebben na ontvangst van de voorlopige versie van het rapport zo’n honderdtwintig op- en aanmerkingen op het onderzoek en de rapportage bij KPMG neergelegd. Het merendeel daarvan is niet verwerkt in de eindrapportage.”
Hoogleraren
De Stichting Vie d’Or heeft voorafgaand aan de aansprakelijkstelling van de Verzekeringskamer twee hoogleraren gevraagd zich een oordeel te vormen over de aansprakelijkheid van de Verzekeringskamer en de staat. “Om helemaal zeker van onze zaak te kunnen zijn”, aldus Van Rijn. Het betrof prof. Brunner, expert op het gebied van aansprakelijkheidsrecht en prof. Scheltema, gespecialiseerd in bestuursrecht. Beiden zijn tot de stellige conclusie gekomen dat de Verzekeringskamer zodanig in haar toezicht tekort is geschoten dat ze aansprakelijk kan worden gehouden.
De VK is van mening dat de hoogleraren zich teveel hebben laten leiden door het gekleurde KPMG-rapport. Daarom is de waarde van hun oordeel in de ogen van de toezichthouder ‘dubieus’.
KPMG-directeur Rozenkrans noemt dit verwijt van de VK buitengewoon beledigend voor beide heren. “De twee hoogleraren hebben zich vanzelfsprekend niet beperkt tot bestudering van ons onderzoek. Ze zijn niet achterlijk! Behalve het KPMG-rapport hebben zij ook de rapportage van de commissie Ybema en de tussentijdse rapportages van de Verzekeringskamer zelf betrokken in hun oordeel. Ik begrijp helemaal niet waarom de VK zich met name zo druk maakt over ons rapport. De commissie Ybema komt voor 95% tot dezelfde conclusies. De kritiek van de VK deert ons daarom niet zozeer.”
Zalm krijgt ultimatum
Nog ruim twee weken en dan zal de Stichting Vie d’Or een civielrechtelijke procedure starten tegen de Verzekeringskamer en daarmee tegen de Staat der Nederlanden. Volgens de Stichting kan de Verzekeringskamer mede aansprakelijk gehouden worden voor de door de polishouders geleden schade (f 180 mln). Minister Zalm heeft van de Stichting een ultimatum gekregen om te reageren op het voorstel om tot een minnelijke schikking te komen. Zalm zal daar zeer waarschijnlijk niet op ingaan, gezien diens vrees voor precedentwerking. “Hij ziet het niet zitten om straks ook een regeling te moeten treffen voor ex-Fokkerwerknemers”, aldus Van Rijn.
‘KPMG-rapport partijdig en onvolledig’
Nog vóórdat de Stichting Vie d’Or haar aansprakelijkstelling van Verzekeringskamer en de Staat der Nederlanden bekend maakte, verstuurde de VK reeds haar reactie. De toezichthouder opent daarin de aanval: “De aansprakelijkstelling wordt gebaseerd op een KPMG-rapport dat volgens de VK deels partijdig en deels onvolledig is. Zo heeft KPMG tegen de afspraak met de VK het advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke vanaf het begin van het onderzoek bij haar werkzaamheden betrokken. Dit kantoor heeft namens de Stichting de aansprakelijkstelling van de VK voorbereid. Van een onpartijdig feitenonderzoek is derhalve geen sprake. (…) De Stichting baseert haar aansprakelijkheidsstelling op een rapport van de juristen Brunner en Scheltema. Dit rapport bevat een juridisch oordeel dat hoofdzakelijk gebaseerd is op het bekritiseerde KPMG-rapport. Mede hierdoor is de waarde van hun rapport dubieus. Het rapport is dan ook zeker niet representatief voor een rechterlijk oordeel, zoals de Stichting suggereert. De VK wordt in haar opvatting gesteund door de landsadvocaat”.
Vermaat: “Het is een zeer subjectief stuk”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.