nieuws

Vie d’Or

Archief

Op wat huiselijke discussies over schadeclaims na, was de verzekeringswereld tot 1993 een vrij onbesproken blad voor verzekerd Nederland

Maar toen viel ineens Vie d’Or om. Een faillissement in de wereld van verzekeraars deed menig verzekeringsleek de oren klapperen. En de echo is nog altijd niet verstomd. Eerder dit jaar blikte Frans Maes, in de jubileumkrant van AM, nog eens terug op het omvallen van levensverzekeraar Vie d’Or. “Natuurlijk ben ik deze zaak doodmoe. Het heeft al meer dan tien jaar mijn leven beheerst en verpest.” De voormalig directeur en grootaandeelhouder achtte zichzelf zowel publicitair als financieel slachtoffer van de affaire. Maes, en met hem een collega-directeur en een enkele betrokken tussenpersoon, ontsprong strafrechtelijk de dans: het Openbaar Ministerie had te veel tijd nodig voor een veroordeling. De echte slachtoffers, de polishouders van Vie d’Or, wachten inmiddels al ruim tien jaar op financiële genoegdoening. Eind vorige maand kregen zij een stevige zet in de goede richting van het gerechtshof in Den Haag. “Als de gedaagden hadden gedaan wat zij hadden moeten doen, had Vie d’Or naar alle waarschijnlijkheid kunnen worden gered”, oordeelde het hof over de accountant, de actuaris en toezichthouder PVK (Pensioen- en Verzekeringskamer). De Haagse rechtbank had die partijen in 2001 al de nodige verwijten gemaakt, maar daaraan alleen voor accountant Deloitte & Touche aansprakelijkheid gekoppeld. Het hof acht nu alledrie de gedaagden aansprakelijk voor de door polishouders geleden schade. Echter, tijd om de champagnekurk te laten knallen, is het voor hen nog niet. Want hoe hoog bedraagt uiteindelijk de schade en hoe gaat die verdeeld worden over de drie aansprakelijk gestelde partijen? Vragen waarover rekenmeesters en advocaten nog jaren kunnen twisten. Omwille van een snelle afhandeling stuurt de Stichting Vie d’Or (met achter zich 11.000 polishouders) aan op het treffen van schikkingen. Dat Deloitte & Touche en actuaris Hewitt Heijnis en Koelman zich van dit streven wellicht niets aantrekken, zou weliswaar niet chic maar nog wel begrijpelijk zijn. Van de PVK zou de Stichting Vie d’Or echter alle medewerking moeten krijgen. De toezichthouder is er immers voor de polishouders. De PVK kan hun nog een dienst bewijzen door niet in cassatie te gaan tegen de uitspraak van het gerechtshof én door snel een schikking te treffen. Het falen in de jaren 1991 tot en met 1993 geeft daar alle aanleiding toe. Verder moet de toezichthouder het belang van de bedrijfstak in zijn geheel in het oog houden. Het spraakmakende faillissement was tien jaar geleden al erg genoeg; op een slepende afwikkeling van de schadeclaim zit niemand meer te wachten. Er mag een deksel op de (echo)put Vie d’Or. Henri Drost hdrost@kluwer.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.