nieuws

VGZ weet in 2006 wat IZA waard is

Archief

Acht jaar geleden maakte Boudewijn Dessing de verloving van VGZ met IZA bekend. Het samenwerkingsverband met de publiekrechtelijke ambtenarenverzekeraar bood goede perspectieven. Intussen is het huwelijk – dat wil zeggen de fusie – in zicht. Dat is voor Dessing nog geen garantie voor een lang en gelukkig samenzijn met de IZA-verzekerden. “Als in 2006 de basisverzekering wordt ingevoerd, kunnen zij zich immers voor het eerst verzekeren waar ze zelf willen.”

door Ank Weideman
VGZ-topman Boudewijn Dessing glom van plezier toen hij acht jaar geleden samen met (de toenmalige) IZA-voorzitter Hannie van Leeuwen in het Haagse perscentrum Nieuwspoort hun samenwerking aankondigde. Hoewel het niet met zoveel woorden werd gezegd, zag het er naar uit dat een fusie het einddoel was. Aangezien destijds ‘volume’ ook al het sleutelwoord was, was het duidelijk dat Dessing bezig was een behoorlijke bruidsschat in de wacht te slepen. Niet alleen de kwantiteit maar ook het spreidingsgebied van IZA bood perspectieven. “Wij zijn van huis uit een verzekeraar voor de regio’s Noord-Brabant, Limburg en Gelderland, terwijl IZA als verzekeraar van voornamelijk gemeenteambtenaren, verzekerden door het hele land heeft”, zegt Dessing. “Inmiddels hebben we, doordat we steeds meer collectiviteiten boven de grote rivieren sluiten, samen bijna evenveel verzekerden boven als onder de grote rivieren.”
De publiekrechtelijke (particuliere) verzekeraar IZA heeft zo’n 650.000 ambtenaren, hun kinderen, niet-werkende partners, en postactieven in de boeken. Door de bijzondere status die aan ambtenaren is toegekend, geldt voor hen niet de ziekenfondsloongrens die de overige zorgverzekerden scheidt in particuliere en ziekenfondsverzekerden. “Een paritair bestuur – dus van werkgevers en werknemers – waakt over de uitvoering van de wettelijk vastgelegde regeling”, zegt Dessing. De gemeenteambtenaren zijn verplicht bij IZA verzekerd. Hierdoor zit er nauwelijks beweging in de portefeuille. Het is dus een groep waar qua kwantiteit en qua spreidingsgebieden op kan worden gerekend. “Dat biedt onder meer voordelen bij het inkopen van zorg, wat we nu al een paar jaren samen doen.”
Overkoepelende coöperatie
Rond de jaarwisseling is het dan zo ver: er wordt gefuseerd. Een noviteit, want nooit eerder fuseerde in ons land een publiekrechtelijke verzekeraar met een privaatrechtelijke. “Voorlopig gaat het om een bedrijfsfusie, want een juridische fusie is nog niet mogelijk”, zegt Dessing. “Een publiekrechtelijke verzekeraar mag immers, net als een ziekenfonds, niet juridisch fuseren met een privaatrechtelijke verzekeraar. Dat kan pas als de nieuwe basisverzekering wordt ingevoerd en daarmee het verschil tussen de verzekeringsvormen wegvalt.”
De nieuwe bedrijfsstructuur is volgens Dessing het makkelijkst uit te leggen met: “de huidige onderlinge VGZ wordt omgezet in een coöperatie”. Maar zo simpel blijkt het toch niet. Dessing schroeft zijn vulpen open en tekent een organogram. “Kijk, er komt een coöperatieve vereniging als holding. Die gaat – erg origineel is het niet – de VGZ-IZA Groep heten. Onder de coöperatie komen twee werkmaatschappijen te hangen, de NV VGZ en de NV IZA. Daarnaast komen dan de Stichting Ziekenfonds VGZ en de IZA-regeling die het werk uitbesteden aan de NV’s. De NV VGZ gaat dus werk uitvoeren voor de particuliere verzekeraar én voor het ziekenfonds. De coöperatie wordt aangestuurd door een ledenraad. Wij hebben nu een ledenraad van 56 mensen, de coöperatie krijgt er 77: 57 uit de VGZ-gelederen en 20 van IZA. Via verkiezingen en regionale vertegenwoordigingen worden de stoelen bezet. De verzekerden zijn dus straks niet meer automatisch lid.”
Nul verzekerden
De nieuwe bedrijfsconstructie is dusdanig, dat bij de invoering van de basisverzekering – waarbij het onderscheid komt te vervallen tussen privaatrechtelijke, publiekrechtelijke en ziekenfondsbedrijven – de werkmaatschappijen in elkaar kunnen worden geschoven. Het staat al vast, dat daarbij de naam IZA als ambtenarenlabel zal worden gehandhaafd. Dessing is er van overtuigd dat die basisverzekering er in 2006 komt. “Minister Hoogervorst wil snel beginnen met de vormgeving van het nieuwe stelsel.” Dessing kan het weten, want een paar uur voor het interview is hij, in zijn hoedanigheid als bestuurslid van Zorgverzekeraars Nederland, op bezoek geweest bij de minister. “Nee, ik zeg daar niets over”, zo wimpelt hij het af.
De invoering van de basisverzekering ziet Dessing vooral in verband met IZA als een lakmoesproef. “In 2006 heb ik eigenlijk nul verzekerden”, zegt hij. “Iedere verzekerde is immers op dat moment gelijk, er zijn dan bijvoorbeeld geen ambtenarenverzekerden en geen standaardpakketpolisverzekerden meer. Voor het eerst in de historie kunnen alle verzekerden in volledige vrijheid weg gaan bij hun verzekeraar. Nu kost dat nog moeite: particuliere verzekerden hebben te maken met de acceptatie en leeftijdstoeslagen, ziekenfondsverzekerden kunnen bij wisselingen in de knoei komen met de acceptatie voor het aanvullende pakket en bejaarden zijn verplicht een ziekenfondsverzekering of standaardpakketpolis te sluiten. De ambtenaren, die altijd verplicht bij IZA verzekerd zijn geweest kunnen in 2006 weglopen.” VGZ werkt daarom al sinds jaren aan een hechte band met de IZA-verzekerden. “We willen geruisloos 2006 in. Ik ben inmiddels net zo trots op het IZA-label als op het VGZ-label”.
Intermediair
Om de huidige IZA-verzekerden vast te houden zou VGZ-IZA per 2006 collectiviteiten kunnen sluiten met de gemeenten. Bij de invoering van de basisverzekering zal immers iedereen kunnen opstappen, behalve degenen die op dat moment onder een (verplichte) collectiviteit vallen. Dessing is er – in tegenstelling tot sommige anderen – zeker van, dat ook in het nieuwe zorgverzekeringsstelsel ruimte zal zijn voor collectiviteiten. “Naarmate de basisverzekering dichterbij komt, zal het intermediair nog meer interesse krijgen in collectiviteiten, en vooral in gemengde collectiviteiten, dus inclusief ziekenfondsverzekerden. Nu is er in de collectieve sector weinig aandacht voor het ziekenfondsproduct, maar kort voordat ziekenfondsverzekerden ‘net als iedereen’ worden, zal dat gaan veranderen.”
Gemengde collectiviteiten leken een aantal jaren geleden de toekomst te hebben. Sommige verzekeraars speelden daar met hun aanvullende producten op in. Grosso modo is het echter niet veel geworden. “Ook bij ons omvatten de collectiviteiten vrijwel uitsluitend particuliere verzekerden””, zegt Dessing. “Van onze particuliere verzekerden valt overigens zo’n 60% tot 65% onder een collectiviteit. Dankzij de gevolmachtigden wordt dit percentage jaarlijks groter. Het zijn vooral grotere collectiviteiten.”
Fusie afgeblazen
“De verzekeraars zitten met de vraag hoe zij zich straks, als iedereen hetzelfde basispakket moet voeren, kunnen onderscheiden op de aanvullende pakketten”, zegt Dessing. “Werkgevers verwachten natuurlijk dat wij iets extra’s bieden. Mede met dit oogmerk hebben wij enige tijd geleden het Bedrijfs Zorg Pakket gelanceerd. Hierbij wordt verwezen naar en bemiddeld voor – al dan niet door het ziektekostencontract gedekte – voorzieningen waarmee het ziekteverzuim van een werknemer kan worden bekort. Steeds meer bedrijven en gemeenten sluiten dit pakket. We krijgen het niet aangesleept.”
Twee jaar geleden koesterden VGZ en IZA de wens om de verzekerden een scala aan niet-medische verzekeringen te bieden. Daartoe werd een fusie voorbereid met Univé. Er zou een gigant ontstaan met 3,6 miljoen verzekerden onder wie 3,2 miljoen zorgverzekerden. Cross-selling was het sleutelwoord. Vorig jaar – de topfuncties waren al ingevuld en de bedrijfsstructuur was al uitgeknobbeld – werd de fusie afgeblazen. Dessing wil daar niets over zeggen. “Inmiddels is een andere koers ingezet.”
Interpolis
Nog voor de breuk met Univé was VGZ een relatie aangegaan met Interpolis. De Rabobank-dochter had een jaar of zeven geleden de ziektekostenportefeuille overgedaan aan CZ met de afspraak samen medische bedrijfspakketten te ontwikkelen. Omdat daar weinig van terecht kwam, ging Interpolis begin vorig jaar in zee met VGZ. “Interpolis wilde beschikken over een ziektekostenproduct en voor ons lag er een interessant distributiekanaal”, zegt Dessing. “Via een joint-venture zouden wij de mkb-markt bewerken. We zitten nog niet dik in de mkb’ers. Het was niet de bedoeling dat wij distributiekanaal zouden worden voor de vele Interpolis-producten. Het idee van brede cross-selling hebben we eigenlijk verlaten op het moment dat wij Univé verlieten.”
Ook de relatie met Interpolis verloopt niet probleemloos. De Rabobank liet kortgeleden weten zich te heroriënteren op het samenwerkingsgebied en gebood Interpolis met het oog hierop om voorlopig met VGZ ‘pas op de plaats’ te maken. “De joint-venture – waarin zo’n elfhonderd polissen zitten – is juridisch nog in oprichting”, zegt Dessing. “We stonden op het punt te gaan tekenen, het zou officieel worden, toen moeder Rabo ‘ho stop’ riep. De Rabobank wil tot het eind van het jaar de handen vrij hebben. Ik betreur het uiteraard dat we in een status-quo terecht zijn gekomen.”
Het gebod van de Rabobank was kennelijk een streep door de rekening van Interpolis-topman Kick van der Pol. Een paar maanden geleden zei Van der Pol namelijk, dat hij een fusie met VGZ niet uitsloot. Dessing: “Die uitspraak streelde ons natuurlijk, het gaf aan dat Interpolis in VGZ een goede partner ziet en het bevestigt het vertrouwen dat beide organisaties in elkaar hebben.”
Leefstijl
Na het afscheid van Univé heeft VGZ besloten een zorgverzekeraar te zijn die daarbij uitsluitend ‘aanpalende producten’ biedt. “Of dat nu met Interpolis gebeurt of met een ander, wij willen producten bieden op het gebied van arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid. Nee, ik weet nog niet of we daarvoor zelf het risico gaan dragen of dat we onder eigen label gaan inkopen.”
Met het oog op de – vooral in de toekomst – broodnodige meerwaarde, werkt VGZ aan een pakket dat de verzekerden moet steunen bij een gezondere en bewustere leefstijl. Onder meer met dit soort zaken moeten de verzekeraars zich bij de invoering van het basispakket gaan onderscheiden. Er is al een speciale site, www.gezondvgz.nl, en er is een telefonische hulplijn. “De site biedt veel informatie en veel interactieve toepassingen. De verzekerden kunnen bijvoorbeeld vragen stellen, gezondheidstests doen en hun gewicht in de gaten houden. De inhoud wordt regelmatig vernieuwd. Bij de telefonische hulplijn kunnen verzekerden vierentwintig uur per dag aankloppen voor medische vragen. We gaan nog meer actie ondernemen in verband met het thema bewegen. Ik denk aan kortingen op fitness, op Tae Bo, aerobics en sportmedische keuringen, aan sportieve vakanties in bungalowparken en aan preventieve cursussen zoals ‘stoppen met roken’. We gaan onze missie, door middel van spelletjes en adviezen ook uitdragen op onze site en in ons verzekerdenmagazine.”
Drie miljoen verzekerden
Door de bedrijfsfusie met IZA ontstaat een concern met zo’n 2,7 miljoen verzekerden. De grootste zorgverzekeraar in ons land, Achmea, heeft er op grond van de huidige aantallen, dan zo’n 50.000 minder. “Het zal er om spannen”, zegt Dessing desgevraagd en op een toon of het er eigenlijk weinig toe doet of hij de grootste is. Dat is te begrijpen, want één of twee grote contracten er bij of er af en de verhoudingen liggen anders. De ambities van Dessing zijn niet onbescheiden. “We willen, door uitbouw van de collectieve sector, naar drie miljoen verzekerden. Ik wil niet alleen denken aan groei, maar ook en vooral aan het behoud van verzekerden. Daar hebben we de afgelopen tijd hard aan gewerkt. Ik ben dit jaar bijvoorbeeld zeer tevreden geweest over de snelheid van polisopmaak en van de declaratieverwerking. Mijn adagium is: wees zuinig op wat je hebt.”
Ir. Boudewijn Dessing (55) studeerde aan de TH Delft wiskunde met als bijvak bedrijfskunde. Toen hij in 1993 VGZ binnenstapte om daar voorzitter van de raad van bestuur te worden, had hij een tien jaar durende carrière als ziekenhuisdirecteur achter de rug. Hij was economisch directeur bij het Academisch Ziekenhuis Groningen en algemeen directeur van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Daarvoor werkte hij achtereenvolgens bij het Europoortproject Havenmonden Hoek van Holland, op het directoraat-generaal van de Industrie van het ministerie van Economische Zaken, en was hij directielid van de Deltadienst/Oosterscheldewerken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.