nieuws

VFN waarschuwt voor een tweede hypotheek

Archief

VFN waarschuwt voor een tweede hypotheek

De organisatie voor financieringsmaatschappijen VFN maakt zich zorgen over het toenemend aantal tweede hypotheken dat gesloten wordt. “Er is sprake van argeloosheid. De consument realiseert zich niet dat de fiscus na de verlaging van de rente-aftrek op consumptief krediet hypotheken strenger gaat controleren”, aldus VFN-voorzitter Wijngaarden.
Dat de consument de tweede hypotheek steeds vaker gebruikt voor consumptieve doeleinden leidt de VFN af uit het aantal hypotheken dat vorig jaar is gesloten voor een bedrag kleiner dan f 50.000. “Daar kun je immers geen huis voor kopen. Bovendien heeft de consument, zo blijkt uit de cijfers van het CBS, op vrij grote schaal oude leningen omgezet in nieuwe leningen. Daar was opvallend vaak een notaris bij betrokken” aldus Wijngaarden.
Volgens de VFN denkt de consument ten onrechte dat een tweede hypotheek die aangewend wordt voor consumptiegoederen onbeperkt aftrekbaar is. Maar de beperking van de rente-aftrek op consumptief krediet, die sinds 1 januari van kracht is, geldt ook bij een tweede hypotheek die voor consumptieve doeleinden wordt gebruikt.
Adviesfunctie
Dat de fiscus strenger gaat controleren, staat voor Wijngaarden vast. “De bewijslast ligt bij de consument. Iemand die een tweede hypotheek heeft, of wiens huis overgewaardeerd is, moet kunnen aantonen wat er met het extra geld gedaan is. Het criterium van de fiscus zal zijn: wendt de consument het extra krediet inderdaad voor zijn huis aan? Daar zullen heel wat consumenten verbaasd en teleurgesteld over zijn. Vooral omdat de fiscus 31 december 1995 als peildatum neemt.”
Wijngaarden ziet dan ook een grote rol weggelegd voor het intermediair. “De adviesfunctie neemt toe. De consument moet weten wat de gevolgen zijn van de steeds complexer wordende fiscale regels.”
Forse groei
In totaal leenden particulieren vorig jaar voor de aanschaf van duurzame consumptiegoederen, waaronder personenauto’s, video-apparatuur en vakanties, f 16,1 mld (14,1) bij financieringsmaatschappijen, banken en overige finaciële instellingen. Dit is 14,4% meer dan in 1995, zo blijkt uit de cijfers van het CBS. Per huishouden werd f 2.400 voor consumptieve doeleinden geleend. Dat is bijna een verdubbbeling ten opzichte van tien jaar geleden. De uitstaande schuld per huishouden is licht gestegen naar f 3.500 (3.397).
De groei, die met name in het tweede halfjaar plaatsvond, is volgens het CBS de sterkste van de afgelopen tien jaar. De consument heeft zich duidelijk niet laten afschrikken door de beperking op de rente-aftrek tot f 5.000 per persoon per jaar. Alleen in juni vorig jaar, bij de bekendmaking van het wetsvoorstel Vermeend, was er sprake van een dip.
Ruim driekwart (77%) van het consumptief krediet werd verstrekt in de vorm van doorlopend krediet, 23% als vast krediet. Ter vergelijking: vorig jaar was de verhouding nog 75/25. Dit betekent dat de verschuiving van krediet met een vaste looptijd naar variabel krediet – die zich begin jaren negentig voor het eerste aftekende – doorzet.
Rondpompen
Het uitstaande bedrag aan consumptieve kredieten bedroeg eind vorig jaar f 23,5 mld: 5% meer dan eind 1995. Opvallend is dat het uitstaande saldo minder snel is gestegen dan dat van de nieuw afgesloten kredieten (14,4%). Het CBS leidt hieruit af dat veel lopende kredieten zijn omgezet in nieuwe.
Wijngaarden spreekt in dit verband van het ‘rondpompeffect’. “We zijn beslist niet blij met deze ontwikkeling. Oversluiten betekent veel werk, vooral op automatiseringsgebied, en weinig opbrengst.”
De VFN verwacht op korte termijn echter geen initiatieven van de maatschappijen onderling om het rondpompen tegen te gaan. “Afspraken maken mag nu eenmaal niet. Het is gewoon een marktmechanisme. Juist die flexibiliteit, maakt het product zo geliefd.”
De enige remedie tegen het oversluiten is volgens Wijngaarden verhoging van de kwaliteit van de dienstverlening. Een goede relatie met de consument kan ervoor zorgen dat hij voor een iets lagere rente niet naar een concurrerende financier stapt.
De VFN verwacht overigens voor de komende jaren geen spectaculaire rentestijging. “De euro is een ware zege voor de kredietnemer. Door de criteria voor toetreding, zal de rente wel laag blijven”, aldus Wijngaarden. Voor dit jaar verwacht de VFN, mede gelet op de economische ontwikkelingen, een verdere groei van het consumptief krediet.
VFN-voorzitter Wijngaarden: “De euro is een zege voor de kredietnemer”.
Marktaandelen
Financieringsmaatschappijen 50%
Banken 41%
Gemeentelijke kredietbanken 3%
Kaartmaatschappijen 3%
Postorderbedrijven 3%
Verstrekt Uitstaand nettokredietkrediet 1995 1996 1995 1996 Gemeentelijke kredietbanken 514 527 851 820 vaste geldleningen 422 409 712 650 doorlopend krediet 93 118 139 169 Banken 5.319 6.480 9.020 9.711 vaste geldleningen 997 1.150 1.953 1.941 doorlopend krediet 4.322 5.329 7.067 7.770 Financieringsmaatschappijen 5.764 6.182 11.267 11579 vaste geldleningen 1.239 1.356 3.051 2.853 vast goederenkrediet 927 864 1.637 1.682 doorlopend krediet 3.597 3.962 6.579 7.044 Postorderbedrijven 717 766 707 749 Creditcardmaatschappijen 1.779 2.174 476 603 Totaal consumptief krediet 14.093 16.128 22.321 23.461 krediet met vaste looptijd 3.585 3.779 7.353 7.127 doorlopende kredietfaciliteiten 10.508 12.349 14.968 16.335
Verstrekt krediet Jaar netto bruto 1987 7,4 8,9 1988 7,8 9,4 1989 8,1 9,9 1990 8,5 10,7 1991 9,4 11,9 1992 12,0 14,8 1993 12,8 15,4 1994 13,4 16,0 1995 14,1 16,6 1996 16,1 18,5

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.