nieuws

VFN stelt tien reclamegeboden op

Archief

De organisatie van financieringsondernemingen VFN (38 leden) heeft tien geboden opgesteld, regels waar maatschappijen en tussenpersonen zich aan moeten houden in advertenties en andere reclame-uitingen voor consumptief krediet. De VFN wil hiermee de reclamevoorschriften uit de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) meer onder de aandacht brengen.

De gevolgen van de wetswijziging zijn voor de VFN duidelijk: er kan tegenwoordig beter opgetreden worden tegen misleidende advertenties voor consumptief krediet. “Samen met een strenger vervolgingsbeleid van de Economische Controledienst heeft dit ertoe geleid dat de advertenties in bijvoorbeeld radio- en televisiegidsen, de Kampioen, en huis-aan-huisbladen nu meer in overeenstemming zijn met de wettelijke eisen.”
Met de tien reclamegeboden, zoals de organisatie de regels zelf noemt, wil de VFN de wettelijke voorschriften beter toegankelijk maken. De leden zullen de regels ook toesturen aan de tussenpersonen met wie ze samenwerken. “Dit met het doel dat alle advertenties voor consumptief krediet, ook die van kredietbemiddelaars, voortaan voldoen aan de wettelijke voorschriften, zodat de consument beschermd wordt tegen misleidende advertenties.”
Tien geboden
De zogeheten voorlichtingsverplichtingen op grond van artikel 26 van de WCK gelden voor alle kredietaanbiedingen, ongeacht de hoogte van het kredietbedrag. De werkingssfeer van de besluiten strekt zich uit tot “openbaar gemaakte mededelingen”. Hieronder vallen dus schriftelijke (advertenties huis-aanhuisbladen, direct-mail en andere gedrukte reclamevormen) en mondelinge uitingen (via bijvoorbeeld pers, radio, televisie, internet of in bioscoop).
Het eerste gebod van de tien – die overigens alle niet in gebodsvorm zijn geformuleerd – is de hoofdregel dat als in een kredietaanbieding “een element van een betalingsregeling onderscheidenlijk de theoretische looptijd” wordt vermeld, ook alle andere relevante aspecten genoemd moeten worden. Dit zijn het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis, de kredietlimiet of kredietsom, de theoretische looptijd, de hoogte van de termijnbedragen en de lengte van de betalingstermijnen. De tweede stelregel is dat “uitsluitend en ten minste” twee representatieve voorbeelden gegeven moeten worden. Regel drie betreft de zogenaamde loktarieven: als het vermelde kredietvergoedingspercentage niet geldt voor alle transacties van gelijke soort, omvang en duur, dan moet ook het hoogste percentage vermeld worden. Regel vier is dat er niet geadverteerd mag worden met lange looptijden. Het vijfde gebod betreft het effectieve kredietvergoedingspercentage dat bij elk kredietbedrag moet staan onder vermelding van de effectieve rente op jaarbasis.
Geen vermelding van ‘snel geld’, de termijn waarbinnen het krediet beschikbaar kan zijn, is gebod nummer zes. De zevende regel is dat de hoedanigheid van de kredietaanbieder duidelijk ,moet zijn: is het een kredietgever, – bemiddelaar of leverancier (bij goederenkrediet). Regel acht is de verplichte vermelding van de BKR-toets en negen is het verbod om te vermelden dat lopende leningen bij de beoordeling geen of een ondergeschikte rol spelen. Het tiende en laatste gebod betreft de algemene en wettelijke voorschriften inzake misleidende reclame en de normen van Reclame Code. Voor de aanbieders van consumptief krediet houdt dit onder meer in dat uit de advertentie duidelijk moet blijken om wat voor krediet het precies gaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.