nieuws

Verzekeringskamer trekt boetekleedje aan

Archief

Een te groot vertrouwen in de directie, de accountant en de actuaris. Dat heeft de Verzekeringskamer naar eigen zeggen voor wat het toezicht op Vie d’Or betreft de das omgedaan. Dit blijkt uit het tweede tussentijdse rapport betreffende de Veldhovense verzekeraar. “We zijn voor de gek gehouden”, geeft bestuursvoorzitter Vermaat toe.

De Verzekeringskamer (VK) heeft in de afgelopen negen maanden haar mening over de aanleiding tot de deconfiture van Vie d’Or duidelijk bijgesteld. In het eerste tussentijdse verslag van begin dit jaar stelt de VK, dat de ondergang vooral te wijten is aan de plotselinge negatieve publiciteit. Uit het tweede verslag blijkt, dat de toezichthouders uit Apeldoorn daar inmiddels aanzienlijk genuanceerder over denken. Nú wordt het feit dat de directie en externe adviseurs van de Veldhovense verzekeraar de toezichthouder jarenlang voor het lapje hebben gehouden, ofwel niet naar behoeven hebben geïnformeerd, als belangrijkste oorzaak van de ondergang genoemd. Het toezicht zal daarom met name op dat gebied verscherpt moeten worden.
Vermaat zegt door de hele affaire ontgoocheld te zijn: “Vertrouwen is een groot goed in onze bedrijfstak. Dat hoort ook te gelden voor de toezichthouder en de onder toezicht staande instellingen. Wat dat betreft zijn we behoorlijk teleurgesteld in zowel de directie als de professionele adviseurs van Vie d’Or”.
Verantwoorde strategie
Ondertussen blijven de toezichthouders van mening dat ze ál het mogelijke hebben gedaan om Vie d’Or overeind te houden. In het rapport staat: De gevolgde strategie was in de gegeven omstandigheden alleszins verantwoord.
Het is de vraag in hoeverre de VK zich voor de gek heeft láten houden. Het bestuur schrijft in het rapport namelijk ook dat: De problemen van het niet tijdig en onvolledig ontvangen van belangrijke informatie hebben een ernstiger probleem gevormd dan de VK zich toentertijd heeft gerealiseerd. Bovendien verwijt de toezichthouder zichzelf er ‘te weinig bovenop gezeten te hebben’, nadat zij de directie en aandeelhouders had gedwongen om Vie d’Or, of de portefeuille, in de verkoop te doen. Naast het slechts initiëren voor verkoop (…) had de VK ook de regie voor het verkooptraject in handen moeten nemen. De aandeelhouders en directie van Vie d’Or zagen dit gedwongen verkoopplan immers totaal niet zitten, zodat er op dit punt weinig of geen vorderingen gemaakt werden.
Veeg uit de pan
Met name accountant Deloitte & Touche krijgt in het tweede rapport van de VK een veeg uit de pan. Deze heeft tot groot ongenoegen van de toezichthouder onder andere verzuimd melding te maken van de vele onzekerheden over de rekeningcourant-verhoudingen met de tussenpersonen van Vie d’Or. Deze onzekerheden zijn ook niet uit de verslagstaten op te maken, stelt het VK-bestuur. Dat was in de ogen van de VK cruciaal, want: Indien wij hiervan eerder op de hoogte waren geweest, hadden wij zeker een nader onderzoek verlangd.
Ook de kwaliteit van de accountantscontroles was volgens de toezichthouders povertjes. Er zaten aanmerkelijke verschillen tussen dat wat wij van de accountant verwachtten en datgene wat hij daadwerkelijk aan controle-arbeid heeft verricht, aldus het VK-rapport. En met een sneer richting Tillinghast: Een soortgelijke constatering is eveneens van toepassing op de actuaris voor wat betreft de keuze van te lichte actuariële grondslagen.
Daarnaast blijkt nu pas dat de accountant reeds enkele jaren geleden verzuimd had melding te maken van onzekerheden in een aan de VK voorgesteld omvangrijk financieel herverzekeringscontract van Vie d’Or (waarmee aan de solvabiliteits-eis voldaan zou worden). Hierdoor verschenen er uiteindelijk onjuistheden in de jaarrekening van de verzekeraar, en dus ook in diens openbare verslagstaten. Deze nalatigheid had de VK overigens al vóór de ondergang van Vie d’Or ontdekt, maar zij besloot desondanks niet in te grijpen. De reden daarvan blijkt ook uit het rapport: Wij oordeelden dat het corrigeren van de openbare verslagstaten discontinuïteit van de onderneming zou kunnen betekenen.
Ook Sandkuyl, de huidige directeur van Elvia en indertijd van Vie d’Or, krijgt in het VK-rapport de wind van voren. Híj was het tenslotte die de toezichthouder schriftelijk liet weten dat de administratie van Vie d’Or grotendeels op orde was, terwijl daar in de praktijk nog maar weinig van bleek te kloppen.
Behalve directie, accountant en actuaris hebben ook de commissarissen van Vie d’Or schuld, in de ogen van de toezichthouder. Zij hebben volgens de VK zitten slapen: Achteraf kan worden geconstateerd dat de raad van commissarissen als geheel te weinig kritisch sturing gaf aan de directie.
Verbeteringen
Hoewel de VK van mening is dat zij alles gedaan heeft om Vie d’Or te behoeden voor de ondergang, houdt dat volgens haar niet in dat er geen reden is om het toezicht hier en daar te verbeteren. In de bijstaande kaders zijn die wensen op een rijtje gezet.
Een aangescherpt toezicht
Startende verzekeraars, maar ook lopende maatschappijen zullen aan een sterkte/zwakte-analyse worden onderworpen.Bij twijfel over de bekwaamheid van bestuurders zal een management-audit gehouden worden. Daarnaast worden aantredende bestuurders voortaan beter tegen het licht gehouden worden. Bovendien mag het grootaandeelhouderschap niet langer gecombineerd worden met de feitelijke zeggenschap in de onderneming.Jonge verzekeraars zullen de VK met grotere regelmaat over de vloer krijgen. Ook zullen ze de eerste jaren vaker moeten rapporteren aan de toezichthouder.Nieuwe produkten moeten eerst een ‘winst-test’ ondergaan, hetgeen de VK al aankondigde in de beleidsnotitie ‘Actuariële Principes’.Nadere afspraken met accountants en actuarissen zullen vastgelegd worden in een protocol. De accountant zal onder andere z’n oordeel moeten geven over de adequaatheid van de administratieve organisatie, waar bovendien minimumeisen voor gaan gelden. Ook zal de VK de accountant in bepaalde gevallen moeten kunnen dwingen om meer gedetailleerde controles uit te voeren.Verzekeraars moeten desgevraagd rapportages van accountant en actuaris aan het bestuur en commissarissen onmiddellijk aan de VK moeten verstrekken.Aanbevolen wijzigingen WTV
De VK moet aan sommige verzekeraars – tijdelijk – hogere solvabiliteitseisen kunnen stellen dan aan andere. Nog liever zou de VK een nieuwe formule voor de berekening van de solvabiliteitsmarge zien, waarbij rekening wordt gehouden met de bestaansduur van de verzekeraar, de schaalgrootte, de aard van de verzekerings- en beleggingsportefeuille etc.Indien een verzekeraar een vergunning aanvraagt, zal daar wettelijk verplicht een bedrijfsplan tegenover moeten staan.De VK moet de verzekeraar een boete kunnen opleggen bij het te laat indienen van verslagstaten en bij het overschrijden van andere afgesproken termijnen.Een ieder die over voor het toezicht relevante informatie beschikt (accountant, actuaris, bestuurders en commissarissen) zou verplicht moeten worden deze te overleggen aan de VK.De raad van commissarissen zou een grotere rol moeten gaan spelen in de informatievoorziening aan de VK.De VK zou de wettelijke mogelijkheid moeten krijgen tot inzage in dossiers van accountants en actuarissen die betrekking hebben op verzekeraars.De VK zou, ook buiten de noodregeling om, bevoegd moeten worden de verkoop van verzekeringsportefeuilles ter hand te kunnen nemen.In geval van een gedwongen portefeuille-overdracht zou een eventueel fiscaal compensabel verlies van de onderneming (deels) ten goede moeten komen van de gedupeerde polishouders.Vermaat: voor de gek gehouden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.