nieuws

Verzekeringskamer toetst geheimhouding ten opzichte van Ondernemingskamer

Archief

In verband met de aanstaande enquête van de Ondernemingskamer is de juridische afdeling van de Verzekeringskamer (VK) aan het onderzoeken of de in de WTV vastgelegde geheimhoudingsplicht tevens van toepassing is op noodregelingen. Ook moet hiermee duidelijk worden of de WTV ‘boven’ het enquêterecht van de Ondernemingskamer staat.

De Ondernemingskamer, die op verzoek van de Amsterdamse Procureur Generaal ‘om redenen van openbaar belang’ een onderzoek doet naar de opkomst en ondergang van Vie d’Or, besloot – tot ergernis van de VK – om ook de handel en wandel van de toezichthouder gedurende de noodregeling te onderzoeken.
Volgens de Ondernemingskamer staat de geheimhoudingsplicht niet in de weg van het onderzoek, omdat deze geen betrekking heeft op de handelingen die de bewindvoerder respectievelijk de Verzekeringskamer namens Vie d’Or hebben verricht.
Overbodig
Volgens de VK is zo’n onderzoek overbodig, aangezien zowel een parlementaire onderzoekscommissie als de fraude-afdeling van KPMG reeds een vergelijkbaar onderzoek aan het verrichten zijn. De toezichthouder voerde daarom verweer tegen dit voornemen van de Ondernemingskamer.
De Ondernemingskamer stelt echter, dat de gebeurtenissen na 18 november 1993 (stille curatele) en 15 december 1993 (noodregeling) inzicht kunnen geven in het beleid en de gang van zaken bij Vie d’Or in de periode daarvoor. Bovendien, zo stelt de Ondernemingskamer, zijn er gegronde redenen om aan een juist beleid van de toezichthouder over deze periode te twijfelen. Zo heeft de VK het opzeggen van een zeer belangrijke beleggingsovereenkomst met Merrill Lynch door deze laatste niet kunnen voorkomen. Tijdens gesprekken met de Ondernemingskamer heeft de VK haar handelen ten opzichte van Merrill Lynch niet voldoende toegelicht, vindt de Ondernemingskamer.
Inmiddels is de VK van mening dat een objectief uitgevoerd onderzoek duidelijkheid kan scheppen en de VK de mogelijkheid geeft de feiten en de achtergronden van haar rol tijdens de noodregeling te verhelderen. De toezichthouder zegt dan ook waar mogelijk mee te zullen werken aan het onderzoek.
Ook voormalig voorzitter van de raad van commissarissen van Vie d’Or, B.H.M. van Dommelen, voerde verweer tegen de plannen van de Ondernemingskamer. Volgens hem zouden er geen redenen van openbaar belang zijn die een enquête rechtvaardigen. Volgens de Ondernemingskamer zijn er evenwel redenen genoeg: “de gebeurtenissen bij Vie d’Or hebben een ernstige schok in de samenleving veroorzaakt. Het vertrouwen dat gesteld wordt in het levensverzekeringsbedrijf is daarmee in het geding”.
KPMG
De Ondernemingskamer heeft tot het instellen van een onderzoek besloten, mede op basis van het rapport van KPMG-forensic accounting, waarin de rol van de bestuurders van Vie d’Or wordt besproken. Dit rapport werd gemaakt in opdracht van de Stichting Vie d’Or met het oog op aansprakelijkstellingen.
De Ondernemingskamer is gerechtigd alle stukken van een te onderzoeken bedrijf en dochterondernemingen in te zien. Indien het onderzoek dit verlangt, kunnen de onderzoekers betrokkenen onder ede laten horen.
Voor het Vie d’Or-onderzoek is een bedrag van f 200.000 uitgetrokken. Deze kosten komen ten laste van Vie d’Or. De Stichting Vie d’Or heeft zich voor de betaling van de kosten garant gesteld.
Volgens ingewijden is dit bedrag aan de lage kant, mede omdat de Ondernemingskamer voor het onderzoek drie onderzoekers zal benoemen.
Aansprakelijkstelling
Dit najaar wordt de rapportage van KPMG-forensic accounting over de rol van de Verzekeringskamer verwacht. KPMG onderzoekt de toezichthouder eveneens met het oog op aansprakelijkstelling.
Ook de certificerend actuaris van Vie d’Or, Tillinghast, is door KPMG onderzocht. Inmiddels is van dit onderzoek een concept-rapport gereed. Aan het onderzoek nam onder meer Brans & Co deel, het actuarieel bureau van KPMG. Tillinghast stelt, dat het concept-rapport geen grond biedt voor aansprakelijkstellingen. De Stichting Vie d’Or kan dit niet bevestigen. Voorzitter mr J. van Rijn zegt dat de Stichting het rapport eerst nader moet bestuderen om er inhoudelijk op te kunnen reageren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.