nieuws

Verzekeringsfraude kinderlijk eenvoudig

Archief

 

door Bart Mos
Als je wilt, kun je elke maand een lezing of congres over verzekeringsfraude bijwonen. Congresseren over het oplichten van verzekeraars is ‘in’, hoewel zwendel gepleegd door tussenpersonen nog altijd in de taboesfeer ligt. Het aantal onderzoeken naar deze laatste fraudesoort neemt echter toe, en de interesse en bereidheid van verzekeraars tot het doen van aangifte stijgt evenredig. Onderzoeksbureau Daelenbergh, gespecialiseerd in het screenen van tussenpersonen, is één van de bedrijven die dankbaar gebruik maken van deze ontwikkeling. Directeur Dennis Esajas: “Ik wil met dit interview allesbehalve mensen op een slecht idee brengen, maar het is écht kinderlijk eenvoudig om verzekeraars op te lichten”.
Wie zich als tussenpersoon zorgen maakt over onderzoeksbureaus die de zaak doorlichten voordat een agentschap verleend wordt, kan opgelucht ademhalen. Er komen geen fotografen aan te pas die heimelijk vanuit het struikgewas plaatjes schieten, of detectives die postend onder een lantaarnpaal het woonhuis in de gaten houden. Een screening gebeurt in alle openheid en met enkele zeer voor de hand liggende hulpmiddelen. De te screenen tussenpersoon wordt meestal telefonisch benaderd door bureau Daelenbergh. Esajas: “Wij stellen ons daarbij gewoon voor en melden wat ons doel van het telefoongesprek is. Over het algemeen zijn de tussenpersonen er enthousiast over. Het geeft ze een idee dat de verzekeraar niet zomaar met de eerste de beste in zee gaat, maar precies wil weten met wie hij van doen heeft”.
De onderzoeksopdrachten komen volgens Esajas uit het hele land. Zowel grote als kleine verzekeraars weten het bedrijf te vinden. “Wel valt het ons op dat ook steeds meer kleine maatschappijen besluiten om tussenpersonen aan een onderzoek te onderwerpen voordat zij een agentschap verlenen”.
Het relatief jonge onderzoeksbureau Daelenbergh (zie kader) is momenteel nog samen met een aantal andere bedrijfjes gevestigd in een verzamelgebouw in het Stadshart, het drukke winkelcentrum van Zoetermeer. Mede gezien de groeiende rij opdrachtgevers uit de verzekeringsbranche is het bureau echter genoodzaakt binnenkort een groter kantoorpand te betrekken, dat nu nog in aanbouw is. “Verzekeraars realiseren zich dat rapporten van de grote bureaus zoals Graydon en Dun & Bradstreet, die zich puur baseren op databanken, niet altijd afdoende waarborg bieden omtrent de moraliteit van de onderzochte tussenpersoon. Vaak resulteren dat soort onderzoeken in een aangedikt uittreksel van de Kamer van Koophandel”.
Geen verhaal mogelijk
Met de ervaring op zak van het in verhaalsonderzoek gespecialiseerde moederbedrijf Mariëndijk, meent Esajas dat verzekeraars nieuw aan te stellen tussenpersonen veel beter tegen het licht zouden moeten houden. Zo’n preventieve opstelling van verzekeraars is niet alleen interessant voor het Zoetermeerse onderzoeksbureau (meer opdrachten), maar het blijkt ook dat verhaalpogingen achteraf over het algemeen weinig of niks opleveren.
Esajas: “In 95% van de gevallen is er na fraude geen verhaal meer mogelijk. Mijn advies is dan ook: probeer vooraf in ieder geval enige informatie in te winnen over de personen met wie je in zee gaat. Dat loont de moeite, want er zijn af en toe vreemde partijen bij die een agentschap willen bemachtigen. Ook keiharde criminelen hebben zich in het verzekeringswereldje genesteld”.
Verhaalsacties hebben volgens Esajas zelden succes, omdat frauderende tussenpersonen over het algemeen willens en wetens bepaalde transacties aangaan om de zaak op te lichten. “Voor hen is het een fluitje van een cent om te zorgen dat ze na gedane zaken geen verhaalsmogelijkheid bieden. Gewoon omdat ze bijvoorbeeld op huwelijkse voorwaarden getrouwd zijn en hebben geregeld dat alle geldmiddelen op naam van de echtgenote staan, of zorgdragen dat ze zelf niet op de loonlijst staan. Vanzelfsprekend is het huis niet van henzelf, maar van hun broer, of desnoods van ‘moeders’. Technisch is er dan over het algemeen geen verhaal mogelijk.”
Volgens Esajas is het niet zo verwonderlijk dat verhaalsacties meestal op niets uitlopen “Je kunt van fraudeurs nou eenmaal niet verwachten dat ze hun buit op hun rekening bij de plaatselijke Rabobank storten. Degenen die dat wél doen, zijn geen professionals en daar zal door verzekeraars over het algemeen ook niet tegen geprocedeerd worden. Dat soort zaakjes komen niet hier ter tafel, die lossen ze meestal zelf op.”
Gemakkelijk
Esajas zegt zich te verbazen over het gemak waarmee je als kwaadwillend tussenpersoon een agentschap kunt verwerven. “Het aanstellingsbeleid geschiedt over het algemeen via de buitendienst. Terwijl diezelfde buitendienstmedewerkers qua inkomen afhankelijk zijn van het aantal tussenpersonen dat ze aanbrengen”, zegt hij met een veelbetekenend gezicht. Esajas is desondanks van mening dat de huidige aandacht voor verzekeringsfraude een sterk vertekend beeld geeft van de mate waarin er in de branche gezwendeld wordt. “Er is in feite maar een heel klein gedeelte dat fraudeert. Aan de andere kant: als de grote massa zich zou realiseren hoe simpel het is, dan zou het veel vaker gebeuren”.
De directeur van bureau Daelenbergh ziet het niet zitten om de precieze werkwijze van het bureau prijs te geven (“Anders kan iedereen het morgen zelf doen”). Enkele standaard handelingen wil hij echter wel noemen. Een doorsnee screening (kosten: f 200 tot f 300) begint met een inzage bij de Kamer van Koophandel. De bedrijfsgegevens worden onder de loep genomen en naast de rapportage van de betrokken buitendienstfunctionaris gelegd. Ook de overige gegevens die de tussenpersoon aan de buitendienst heeft verstrekt, worden gecontroleerd. Vervolgens klopt het bureau aan bij de SER met de vraag of er een inschrijving bestaat en wie de feitelijk leider van het bedrijf is. “Zodra de feitelijk leider een ander persoon blijkt te zijn dan de directeur op papier, dan willen wij graag weten wat de relatie tussen die twee is en waarom de directeur niet gewoon zelf over de nodige papieren beschikt”.
Luchtje
Daelenbergh wordt doorgaans pas door maatschappijen ingeschakeld indien er reeds verdenkingen bestaan ten aanzien van een tussenpersoon. “Men roept onze hulp vaak pas in als er een luchtje aan zit. Vaak klopt zo’n vermoeden en zorgen wij na onderzoek alleen voor bevestiging. Enkele onderzoeken waar we momenteel mee bezig zijn, stinken werkelijk aan alle kanten”.
Het onderzoek resulteert in een rapport aan de opdrachtgevende maatschappij, waaraan het onderzoeksbureau een advies hangt, variërend van ‘alles in orde’ tot ‘zeker niet mee in zee gaan’. “Als het bij het onderzochte assurantiekantoor inderdaad goed fout zit, nemen we in voorkomende gevallen ook nog even contact op met andere maatschappijen, indien wij weten dat het kantoor bij hen een agentschap heeft. Daar melden we onze bevindingen dan bij wijze van vriendendienst.”
Als tekenend voorbeeld noemt Esajas de tussenpersoon die onlangs een compleet gefingeerde spaarloonregeling van een bedrijf op poten zette. Het door de tussenpersoon aangemelde bedrijf zou tientallen personeelsleden hebben die allemaal deelnamen aan de spaarloonregeling, gekoppeld aan een levensverzekering. “De premie-afdracht verliep keurig netjes en de verzekeraar in kwestie was erg in z’n nopjes met de klant. Maar helaas, kort na de provisie-afdracht van enkele miljoenen stopten de premiebetalingen en bleek dat de tussenpersoon de spaarloonregeling compleet in scène had gezet. De tussenpersoon zit inmiddels vast, maar hij bood – je raadt het al – nog voor geen gulden verhaal. In zijn geval was alles geleasd”.
Hypotheekfraude
In de media komen de laatste maanden regelmatig omvangrijke hypotheekfraudes aan het licht. Esajas is daar niet verbaasd over. De zaken lijken spectaculair en ingewikkeld, maar voor een beetje hypotheekfraude hoef je volgens hem geen volleerd crimineel te zijn.
“Het is tegenwoordig toch kinderlijk eenvoudig om een hypotheek te krijgen. Het enige dat je nodig hebt, is een loondienstverklaring; een verklaring dat je bij bedrijf ‘X’ werkzaam bent en dat je bijvoorbeeld een ton verdient. De meeste geldverstrekkers controleren deze gegevens niet eens. Je kunt je afvragen waarom niet. Er staat op de aanvraag nota bene een telefoonnummer van de werkgever, maar dat nummer wordt vrijwel nooit gebruikt om de opgegeven gegevens te verifiëren. Toch loont even navraag doen de moeite, want het gevaar is levensgroot dat de aanvrager zijn werkgeversverklaring fingeert om een aanzienlijke hypothecaire lening los te peuteren. Kinderlijk eenvoudig kun je zo over een paar ton beschikken.”
Registratie
Het voorstel van het Verbond van Verzekeraars om tussenpersonen uit preventief oogpunt te gaan registreren, noemt Esajas een stap in de goede richting. “Toch ben je er daarmee nog niet, want een malafide tussenpersoon is pas malafide als het leed al geschied is. Bovendien ben je als intermediair dan gebrandmerkt voor het leven en dat lijkt me ook geen pretje”. PLT = “We beschikken zelf niet over een zwarte lijst met namen van oplichters. Dat is allereerst wettelijk niet toegestaan, maar we zijn hier gelukkig allemaal door God gezegend met een goed geheugen”, glimlacht Esajas, om vervolgens een aantal namen te noemen van tussenpersonen die het zwendelen niet kunnen laten en waar bureau Daelenbergh telkens weer tegenaan loopt.
“Een registratie door verzekeraars is trouwens allesbehalve waterdicht. Zodra malafide tussenpersonen besluiten om een stroman in te huren, begin je weinig met je zwarte lijst. De werkelijke bedrijfsleider blijft in deze situatie uit het zicht van iedere registratie, terwijl een SER- en KvK-ingeschrevene van onbesproken gedrag naar voren wordt geschoven als contractspartner.”
“In de dagbladen kom je in dat kader regelmatig intrigerende advertenties tegen, waarbij men op zoek is naar personen met een SER-inschrijving. In ruil voor een aantrekkelijk geldbedrag verbinden zulke mensen hun naam aan een bedrijfsactiviteit zonder daar in de dagelijkse gang van zaken enige bemoeienis mee te hebben. Wij zien zulke praktijken regelmatig.”
“Onze mensen melden zich in zo’n geval telefonisch bij het assurantiekantoor om contact te zoeken met de feitelijk leider, maar deze blijkt in zulke gevallen elke keer ‘toevallig’ niet aanwezig te zijn. Vervolgens bellen wij de feitelijk leider thuis, waar z’n vrouw meldt dat hij aan het werk is bij de snackbar op de hoek. Dit zijn mensen die ooit een assurantiediploma hebben behaald en er op deze manier munt uit weten te slaan. Het is zelfs voorgekomen dat de feitelijk leider zelf niet eens wist dat hij als zodanig werd opgevoerd.”
Dennis Esajas: “Verzekeraars roepen onze hulp pas in als er een luchtje aan zit. Wij zorgen dan voor bevestiging.”
Dennis Esajas (39) begon zijn carrière in 1981 als medewerker kredietinformatie bij het bureau voor handelsinformatie Dongelmans Business Services, inmiddels opgegaan in het grote Graydon. Esajas werkte zich in de organisatie op tot specialist in ‘diepgaande recherches’. In die functie hield hij zich bezig met fraude-onderzoeken, maar ook met onderzoeken naar bijvoorbeeld kredietwaardigheid en aanstelling van tussenpersonen. In 1985 worden deze activiteiten van Dongelmans overgenomen door het bedrijf BCS (Business Control Services). Hieruit ontstaat in 1992 Mariëndijk Intermediair, gespecialiseerd in het achterhalen van ‘verhaalsinformatie’ in opdracht van de advocatuur. Het stijgende aantal opdrachten van verzekeraars doet Esajas besluiten tot oprichting van het op de verzekeringsbranche gerichte onderzoeksbureau Daelenbergh, dat gespecialiseerd is in screening van tussenpersonen en aspirant-hypotheekgevers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.