nieuws

Verzekering met pensioendoel bij failliet persoon niet uitwinbaar

Archief

Minister Sorgdrager van Justitie heeft eind vorige maand antwoord gegeven op diverse vragen over het voorstel tot wijziging van de Faillissementswet in verband met de schuldsanering van natuurlijke personen. In dit voorstel is een regeling opgenomen waardoor levensverzekeringen met het verzorgingsdoel pensioen tegen crediteursverhaal worden beschermd.

Hier volgt een samenvatting van de memorie van antwoord, waarin de minister het standpunt verdedigt dat levensverzekeringen met een duidelijke verzorgingsdoelstelling als pensioen – net als pensioenen zelf – worden beschermd tegen verhaal door crediteuren.
Ook aan levensverzekeringen die niet tot een lijfrente leiden, kan een verzorgingskarakter ten grondslag liggen. “Denk bijvoorbeeld aan een gemengde levensverzekering die tot uitkering komt bij het vooroverlijden van de verzekerde en waarbij de uitkering door de nabestaanden kan worden aangewend ter aflossing van één of meer geldleningen”, aldus Sorgdrager.
Ze vervolgt: “Met het criterium ‘onredelijke benadeling’ kan naar mijn mening op evenwichtige wijze rekening worden gehouden met enerzijds de belangen van de schuldeisers, en anderzijds de belangen van degene ten behoeve van wier verzorging de verzekering is gesloten. Het criterium staat immers toe dat levensverzekeringen die niet of niet geheel nodig zijn ter verzorging van de oude dag of nabestaanden (geheel of gedeeltelijk) uitwinbaar zijn.”
Begunstiging
Als wordt overgegaan op uitwinning heeft zowel de verzekeringnemer zelf – de failliete persoon derhalve – als een eventuele begunstigde de bevoegdheid om zich tegen de uitwinning te verzetten. Sorgdrager licht dit toe door te stellen: “Een herroepelijk aangewezen derde-begunstigde heeft een kans, maar geen recht op een uitkering.”
De derde-begunstigde kan er een voldoende – beschermenswaardig – belang hebben bij dat zijn vooruitzicht op uitkering niet wordt aangetast. “Als dus de verzekeringnemer wordt toegestaan zich tegen uitwinning te verzetten wegens onredelijke benadeling van een derde, dan is er weinig op tegen dat de derde zélf zich ook tegen een dergelijke uitwinning kan verzetten.”
De procedure voor uitwinning is overigens als volgt: De curator heeft voor wijziging van de begunstiging toestemming van de rechter-commissaris nodig. Tegen diens beschikking kan vijf dagen lang hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank. De beslaglegger moet de geëxecuteerde op de hoogte stellen van de voorgenomen begunstigingswijziging. Binnen twee weken na die mededeling kan aan de president van de rechtbank een verbod tot wijziging worden gevraagd.
De minister verwacht niet dat elke verzekeringnemer (of begunstigde) blindelings hoger beroep zal instellen. “Alleen als de rechter-commissaris meent dat uitwinning niet onredelijk benadelend is, zal hij toestemming geven voor uitwinning. De verzekeringnemer zal alleen hoger beroep instellen als hij meent goede argumenten te hebben waarom de verzekering noodzakelijk is voor de verzorging van de oude dag of nabestaanden.”
Onbevoegd
Volgens Sorgdrager is het niet zo dat het onder de voorgestelde regeling mogelijk is om zolang de curator geen toestemming voor wijziging van de begunstiging heeft gegeven, deze te wijzigen ten gunste van de derde. “Dit moet berusten op een misverstand.”
De voorgestelde regeling sluit een beroep op de actio Pauliana – waarmee een gewijzigde begunstiging vóór het faillissement door de curator kan worden teruggedraaid – niet uit. “Een wijziging van de begunstiging door de verzekeringnemer ná het intreden van het faillissement geschied onbevoegd. De gefailleerde verzekeringnemer heeft immers de beschikking en beheer over de verzekering verloren.”
Vervolgens spreekt de minister de suggestie tegen dat het huidige regime chicaneus gedrag en misbruik van levensverzekeringen in de hand werkt. “Dat blijkt niet uit de praktijk. Navraag bij het Verbond van Verzekeraars heeft mij geleerd dat daarvan geen voorbeelden bekend zijn. Evenmin zijn uit de jurisprudentie voorbeelden bekend.”
Afkoopwaarde
Op basis van een uitspraak van de Hoge Raad uit 1952 (HR 3 oktober 1952, NJ 1953, 577) wordt uitwinning afgewezen als het verschil tussen de afkoopwaarde en het bedrag van de verzekerde som significant is. Volgens de minister is dat echter geen argument om uitwinning af te wijzen.
“Dit is niet de invulling zoals die in beide nota’s van wijziging wordt voorgestaan. Nadrukkelijk wordt erop gewezen dat met het criterium ‘onredelijke benadeling’ primair getoetst dient te worden of en in hoeverre het een levensverzekering met verzorgingskarakter betreft, in welk geval uitwinning (gedeeltelijk) niet toegestaan is.”
De minister spreekt tegen dat in de voorgestelde regeling de mogelijkheden tot uitwinning beperkter zijn dan de mogelijkheden zoals voorgesteld in titel 7.17 Ontwerp NBW. Sorgdrager: “Ik noem de volgende twee verschillen.”
“Ten eerste: in titel 7.17 zijn slechts verzekeringen die afkoopbaar zijn uitwinbaar. Dit betekent dat bijvoorbeeld tijdelijke overlijdensrisicoverzekeringen of verzekeringen die uitsluitend uitkeren bij in leven zijn op de einddatum, niet uitwinbaar zijn. In de voorgestelde regeling zijn deze verzekeringen weliswaar niet tussentijds uitwinbaar, maar zijn de uitkeringen uit deze verzekeringen voor uitwinning vatbaar te maken door begunstigingswijziging.”
“Ten tweede: in titel 7.17 zijn verzekeringen die afkoopbaar zijn slechts uitwinbaar tot de afkoopwaarde. De curator/bewindvoerder/beslaglegger die evenwel voorziet dat de verzekering spoedig tot uitkering zal komen, kan door wijziging van de begunstiging de gehele uitkering uitwinbaar maken.”
Spaargelden
Ten slotte is de minister gevraagd waarom in geval van faillissement spaargelden die zich bevinden onder een levensverzekeraar, anders worden behandeld dan spaargelden die zich bevinden onder de schuldenaar zelf of bij een spaarbank.
“Laat ik voorop stellen dat dit verschil in behandeling zich alleen voordoet bij die verzekeringsvormen waaraan een verzorgingselement ten grondslag ligt. Is dit niet het geval dan is een verzekering evenals een banktegoed uitwinbaar.”
“Wil een verzekering evenwel als nabestaanden-, of oudedagsvoorziening kunnen blijven voldoen, dan dient de continuïteit daarvan voorop te staan. Om die reden wordt ook voor het sluiten van een levensverzekering gekozen, boven het opsparen van vermogen via een bancaire spaarrekening. Dit ook omdat daarmee het risico van het overlijden of het in leven zijn op een bepaalde datum van de verzekerde wordt gedekt. Dit alles verklaart het genoemde verschil in behandeling.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.