nieuws

Verzekeren oldtimer veelal liefhebberij

Archief

Wie zijn oldtimer wil verzekeren, heeft tegenwoordig keus uit talloze aanbieders. Veel verzekeraars bieden een oldtimer-polis, maar ook steeds meer tussenpersonen werpen zich op als specialist op dit gebied. Doen de meeste verzekeraars de polis er gewoon even bij, de gespecialiseerde tussenpersoon – veelal een hobbyist – biedt een maatwerkproduct en sluit per jaar vele polissen. De meeste verzekeraars blijken niet vies te zijn van koppelverkoop: ook de auto voor dagelijks gebruik moet bij hen verzekerd zijn.

Een oude Alfa Romeo Spider, een Bentley Convertible uit 1950, een Rolls Royce Silver Shadow of een Citroën 2CV: het zijn stuk voor stuk klassieke wagens die in de regel niet op een gewone autopolis verzekerd worden. Er zijn flink wat verzekeringsbedrijven die hiervoor een klassiekerverzekering of oldtimer-polis bieden, maar niet altijd voldoen deze producten aan de wensen van de autoliefhebber. De Fehac, de Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs, hield een paar jaar geleden de producten van vijftien aanbieders – verzekeraars én tussenpersonen – tegen het licht. Slechts eenderde van de onderzochte polissen kreeg een voldoende van de federatie, die circa tweehonderd aangesloten clubs telt met bijna 70.000 leden. Volgens een schatting van de Fehac rijden er in ons land ruim 100.000 oldtimers rond.
Zes basiseisen
Aan welke eisen moet een goede oldtimer-polis volgens de federatie voldoen? De Fehac onderscheidt zes primaire eigenschappen: basisvoorwaarden. De eerste drie voorwaarden zijn dat het dagelijkse voertuig elders verzekerd mag zijn, dat verzekerden ouder dan 65 jaar geaccepteerd worden en dat de verzekerde bepaalt wie de oldtimer herstelt. De vierde voorwaarde betreft de taxatie. Hiervoor geldt dat er een vaste taxatie moet plaatsvinden volgens artikel 275 van het Wetboek van Koophandel. Dat wil zeggen dat bij schades uitgegaan wordt van de getaxeerde waarde, in plaats van de veel lagere dagwaarde. Daarnaast vindt de Fehac dat de verzekeraar taxatierapporten van autoclubs moet accepteren. De vijfde voorwaarde stelt dat er in de polis expliciet vermeld moet worden dat defecte of beschadigde onderdelen vergoed worden op basis van actuele marktprijzen en dat reproducties en originele onderdelen worden vergoed. Ten slotte moet bij gebruik in het buitenland repatriëring gedekt zijn, ongeacht de aard van de schade.
Daarnaast onderscheidt de Fehac een aantal secundaire ‘wensen’, zoals de mogelijkheid om deelname aan puzzelritten, rally’s en snelheidsritten mee te verzekeren, het dekkingsgebied, de verzekerde jaarlijkse kilometrage, de geldigheidsduur van de taxatie en de mogelijkheid tot premieopschorting bij langdurig buitengebruikstelling.
Eigen onderlinge
Voor het onderzoek stuurde de Fehac destijds 26 vragenlijsten naar verzekeraars en tussenpersonen die actief waren in oldtimer-verzekeringen. Van de vijftien die reageerden, werden de producten getoetst aan de zes basiseisen. Er kwamen slechts vijf ‘winnaars’ uit de bus. Bij de verzekeraars voldeden alleen TVM en Europeesche aan de criteria. De gespecialiseerde tussenpersoon deed het beter; drie kantoren ontvingen het Fehac-keurmerk: Van den Berg Assurantiën (Naarden), Wiggers Groep (Baarn) en Herasto (Rosmalen).
Het plan was om het onderzoek jaarlijks te herhalen. Maar alleen al uit het feit dat tussen het tijdstip van het versturen van de vragenlijsten en de publicatie van de onderzoeksresultaten een jaar zat, bleek dat deze klus te omvangrijk was voor de overkoepelende organisatie van klassieke voertuigenclubs. “Het is dus niet te zeggen of deze polissen nu nog aan onze voorwaarden voldoen”, zegt Fehac-bestuurslid Tiddo Bresters. Wel ziet hij in de praktijk nog duidelijk de gevolgen van het onderzoek. “De criteria, de zes basiseisen, hebben zeker een trend gezet. Er zijn nieuwe aanbieders bijgekomen, omdat het een interessante markt is. Ook omdat er zo weinig schade voorkomt.”
Sommige verzekeraars die bezig zijn met de ontwikkeling van een polis, kloppen volgens Bresters bij de Fehac aan. “Ze willen hun product dan afstemmen op de Fehac-eisen, vooral de eerste zes voorwaarden.”
De Fehac heeft in het verleden zelf overigens ook verzekeringsaspiraties gehad. In 1996 werden de leden gepolst over de wenselijkheid om een onderlinge op te richten, maar het plan verdween in de prullenbak. In plaats daarvan kwam de federatie met het keurmerk en de basisvoorwaarden op de proppen.
De Fehac geeft haar leden geen advies welke verzekering het beste is. “Wel willen we de leden nog eens in algemene zin gaan adviseren, waarop ze moeten letten. De informatie die we in het kader van ons onderzoek hebben verzameld, biedt daarvoor nog steeds een goede basis.” [balkje]Verzekeraars
Volgens de Fehac schort er aan de meeste oldtimer-polissen het een en ander. “Het is moeilijk even in het algemeen aan te geven met welke dingen ze geen rekening houden. Maar op een aantal punten moet de bezitter van een oldtimer goed letten. Bijvoorbeeld in hoeverre vervanging van moeilijk verkrijgbare onderdelen vergoed wordt, bijvoorbeeld een originele bumper en welke rechten ze hebben bij schade in het buitenland. Er wordt wel eens met lage tarieven geschermd, maar de vraag is dan wel, wat je er voor terugkrijgt.”
Taxatie is een probleem apart, vindt Bresters. “De vraag is of verzekeraars dit veld goed overzien. Ze zijn soms nogal huiverig van ‘clubtaxaties’, taxaties door automobielclubs aangesloten bij de Fehac. Maar dat is vaak ten onrechte.”
Koppelverkoop
Koppelverkoop met verzekering van het ‘moderne blik’ is gelukkig sterk teruggelopen, meent Bresters. Een vragenrondje wijst echter uit dat nog steeds de meeste verzekeraars alleen een oldtimer verzekeren als de auto voor dagelijks gebruik ook bij hen is ondergebracht. Dit doet bijvoorbeeld De Goudse, die sinds 1996 de Historische Automobiel Polis voert. De portefeuille bestaat uit circa 4.500 auto’s. Er worden geen aparte verkoopacties voor het product gehouden. “Het intermediair weet dat we dit product hebben. Dat is voldoende”, verklaart Kees Verschut van de afdeling Acceptatie. “Dat we een oldtimer-polis hebben, zien we meer als een soort serviceproduct voor onze bestaande klanten”, is de verklaring voor het feit dat de polis niet los gesloten kan worden.
Ook Aegon hanteert het principe van koppelverkoop. De Oldtimer Verzekering is alleen bestemd voor klanten die hun auto voor dagelijks gebruik hier ook verzekerd hebben. Per week zegt Aegon ongeveer twee oldtimer-polissen te sluiten. “Hoe groot de portefeuille is, is moeilijk te zeggen”, aldus woordvoerster Mariëlle Krale. Ook over de tarieven doet Aegon niets uit de doeken. “We hebben geen gepubliceerd tarief, het betreft puur maatwerk.” De taxatie van de auto is bij Aegon overigens gratis. “Maar de klant krijgt geen kopie van het taxatierapport, anders stappen ze er zo mee naar een ander.”
SNS Reaal verzekert eveneens alleen een oldtimer als het een tweede auto van een verzekerde betreft. Volgens een woordvoerder gaat het om een kleine portefeuille. “Misschien enkele tientallen, niet meer.” Op de vraag of de polis rekening houdt met de andere Fehac-eisen luidt het antwoord: “De Fehac? Daar weet ik niets van.”
Binnen het Allianz-concern is Royal Nederland de enige die een oldtimer-polis biedt. Ook hier betreft het een product dat niet los gesloten kan worden. Royal zegt geen inzicht te kunnen geven in de omvang van de portefeuille. “Maar het zijn er niet zo heel veel, hoor. Het is meer een service voor onze verzekerden.”
Erasmus zegt momenteel geen specifieke oldtimer-voorwaarden te hanteren. “Wij hebben wel een speciaal tarief voor motorrijtuigen die aan bepaalde eisen voldoen: minimaal twintig jaar oud en maximaal 5.000 km per jaar. We verzekeren alleen oldtimers als de auto voor dagelijks gebruik ook bij ons verzekerd is.”
Fortis-dochter Amev heeft binnen haar Verkeerspolis een oldtimer-tarief. Volgens woordvoerder Miranda Noorlander heeft Amev circa 6.000 oldtimers in de boeken. “Voorwaarde is dat de eerste auto ook bij ons verzekerd is, of op hetzelfde moment bij ons verzekerd wordt.”
Nationale-Nederlanden vormt wat dit betreft geen uitzondering: de eerste auto moet hier ook ondergebracht zijn. NN, die geen inzage geeft in de portefeuille, verstaat onder een oldtimer een auto ouder dan twintig jaar. Er mag per jaar niet meer dan 7.500 met de wagen gereden worden.
Rabo-dochter Interpolis heeft vanaf 1 juli de ‘leeftijdsgrens’ van de auto verhoogd van twintig naar 25 jaar. “We kregen steeds vaker discussies met mensen die hun oude Opeltje goedkoop willen verzekeren. Met de hogere leeftijdsgrens voorkomen we dit; we verzekeren alleen échte klassiekers op dit product”, zegt woordvoerder Marco Simmers. Interpolis neemt de klassieker alleen in dekking als de auto voor dagelijks gebruik ook in Tilburg verzekerd is. De maximale jaarkilometrage is 6.000 km. Interpolis heeft geen aparte folder voor de oldtimer-verzekering en adverteert er niet voor. Simmers, die helaas geen inzage kan geven in de portefeuille, meent dat er toch veel vraag is naar het product. “We krijgen er dagelijks telefoontjes over van de Rabobanken.”
Niche-markt
De meeste multibranche-verzekeraars blijken verzekerden dus min of meer uit service-oogpunt een oldtimer-polis aan te bieden. Delta lloyd geeft eerlijk toe hiermee te zijn gestopt. “Vroeger hadden we wel een oldtimer-verzekering, maar nu niet meer. Bij hoge uitzondering sluiten we voor grote klanten soms een polis. Maar we willen ons beslist niet profileren als oldtimer-verzekeraar. Dat is toch te veel een niche-markt”, zegt woordvoerder David Brilleslijper.
Avéro Achmea is het avontuur wel aangegaan en bracht in het voorjaar een vernieuwde versie van haar oldtimer-verzekering op de markt: de Klassiekerverzekering, zónder verplichting de reguliere auto hier ook onder te brengen. Betrof het oude product meer een afgeleide versie van een reguliere personenautoverzekering, bij de nieuwe oldtimer-polis zegt Avéro rekening te hebben gehouden met de Fehac-voorwaarden. De Fehac meldt overigens dat er geen contact is geweest met de verzekeraar. De oldtimer-bezitter die lid is van een merkenclub, krijgt bij Avéro een premiekorting van 15% per jaar. Voorwaarde is dat de auto (maximaal jaarkilometrage 7.500 km) voor recreatief gebruik wordt aangewend. Verhuur op incidentele basis mag, mits de regelmatige bestuurder als chauffeur optreedt. In de eerste twee maanden sinds de introductie gingen er al ruim driehonderd polissen over de toonbank.
Univé geeft bij monde van woordvoerder Marriët Korf toe dat de oldtimer-polis niet voldoet aan de Fehac-voorwaarden. “Maar dat komt, omdat we niet uitgaan van een vaste taxatie. De polis kan wél los gesloten worden: als men maar over een auto voor dagelijks gebruik beschikt.” Uit concurrentie-oogpunt noemt Univé niet hoe groot de portefeuille is. “We voeren het product al jaren; we hebben een redelijke portefeuille.”
AXA is een van de weinige multibranche-verzekeraars die echt de boer op gaat met zijn Oldtimerverzekering. Zo adverteert de verzekeraar onder meer in De Onschatbare Klassieker van uitgeverij Haakman, hét standaardwerk voor de oldtimer-liefhebber. “Onze rechtsvoorgangers voeren al vanaf 1960 een oldtimer-polis”, zegt woordvoerder Jeroen Brouwers. De portefeuille is dan ook aanzienlijk: 25.000 posten waarvan 9.000 in volmacht gesloten is. De Oldtimerverzekering is los te sluiten, maar men moet wel over een auto voor dagelijks gebruik beschikken. “We doen niet aan koppelverkoop. Maar hij mág natuurlijk best bij ons verzekerd zijn… ”
Ook een aantal niche-verzekeraars doet aan oldtimer-verzekeringen. Zo voert transportverzekeraar TVM de Klassieke VoertuigenPolis. Hieronder vallen niet alleen personenwagens ouder dan 25 jaar, maar ook klassieke vrachtauto’s en brandweerwagens. Opvallend is dat deze ontwikkeld is samen met de Onderlinge Verzekeringsmaatschappij Historische Voertuigen (OVHV). Deze is in 1993 opgericht door drie oud-bestuursleden van de Fehac: Piet van Berne, Casper Astro en Willem Kooijmans. De drie vonden in 1998 TVM als risicodrager. Het TVM-product sluit volledig aan bij de Fehac-eisen. TVM accepteert een taxatie door een autoclub, wat volgens de verzekeraar een voordeel van “enkele tientallen euro’s” oplevert. Ook zijn toerritten gedekt. Verder biedt TVM onder meer een zogeheten ‘altijd-terug-garantie’ van de klassieker bij schade in het buitenland.
In totaal heeft TVM nu duizend oldtimer-polissen in portefeuille. “Maar dat zullen er snel meer worden”, zegt OVHV-bestuurslid Van Berne. “Sinds een halfjaar zijn we namelijk actiever aan het werven op bijeenkomsten van autoclubs, evenementen et cetera. Veel gaat ook via mond-tot-mond-reclame.”
Het TVM-product is overigens sinds de start wel veranderd. “Op indicatie van onze achterban, de verzekerden, is bijvoorbeeld de minimumleeftijd van de verzekerde aangepast. De OVHV houdt zo eigenlijk constant de kwaliteit van het product in de gaten.” Excessen in de markt van oldtimer-verzekeringen kom je volgens hem nog veel tegen. “Veel verzekeraars, die nota bene zeggen te werken volgens de Fehac-voorwaarden, accepteren geen klassieke vrachtwagens.”
Unigarant, de verzekeringsdochter van de ANWB, verstaat onder oldtimers auto’s ouder dan twintig jaar en die niet meer dan 7.500 km per jaar rijden. Rijdt men minder dan 5.000 km, dan geldt een korting van 10% op de premie. Overigens heeft Unigarant ook een WA-polis voor klassieke bromfietsen, die per jaar niet meer dan 1.500 km rijden en alleen dienst doen als tweede voertuig.
Europeesche, onderdeel van Fortis, heeft sinds 1996 de Klassieker-verzekering. In tegenstelling tot zusterbedrijf Amev doet Europeesche niet aan koppelverkoop. Het product van Europeesche is voor personenauto’s die ouder zijn dan vijftien jaar en “vanwege hun exclusiviteit als klassieker worden beschouwd en uitsluitend recreatief worden gebruikt”. Europeesche kwam destijds al één van de winnaars uit het Fehac-onderzoek. Volgens woordvoerder Ezra Rood sluit de polis nog steeds aan bij de voorwaarden van de federatie. In totaal heeft De Europeesche circa 14.000 oldtimers verzekerd. [balkje} Intermediair
Een flink aantal tussenpersonen is actief op het gebied van oldtimer-verzekeringen. Tussenpersoon Gio uit Almere noemt zichzelf ‘dé specialist voor het verzekeren van klassieke auto’s’. Gio, die al sinds 1970 in oldtimer-verzekeringen doet, biedt op haar website www.klassiekerverzekering.nl veel informatie over het product: van de voorwaarden en dekkingen tot een lijst met taxateurs, inclusief clubtaxateurs. Omdat volgens Gio de praktijk uitwijst dat veel ‘autohobbyisten’ meer dan 7.500 km per jaar rijden, biedt het advieskantoor een speciaal tarief voor maximaal 20.000 km per jaar. Daarmee onderscheidt het Gio-product zich van de meeste polissen. Ook kunnen er meerdere ‘hobby-auto’s’ op één polis. Gio zegt rekening te houden met de Fehac-wensen.
‘Oud bakkie’
Herasto uit Rosmalen (“Inderdaad, vlakbij het Autotron”) heeft eveneens een eigen oldtimer-polis ontwikkeld. De polis wordt onder volmacht bij London gesloten, maar ook wel bij Europeesche, legt directeur/eigenaar Onno van der Post uit.
De Herasto-oldtimerpolis is ontstaan uit de hobby van Van der Post. “In 1997 kocht ik een Fiat 124 Sportspider. Ik heb toen zelf een verzekering in elkaar gesleuteld, omdat ik toch wat extra dingen wilde. Ik kwam tot de conclusie dat de polis die in verzekeringsland te koop is, in veel gevallen niet overeenkomt met de wensen van de oldtimer-bezitter. Zo kwam ik eigenlijk op het idee om er zelf maar in te stappen.”
In eerste instantie verstuurde hij alleen mailings naar de leden van autoclubs, inmiddels beschikt hij over een aparte internetsite (www.oldtimerverzekering.nl) en adverteert hij veel in bladen van autoclubs. “Per jaar sluiten we nu zo’n duizend oldtimer-polissen. In totaal hebben we er 3.200 in de boeken, verspreid over het hele land.” .De Herasto-polis kreeg in het Fehac-onderzoek destijds overigens het stempel ‘Fehac-productadvies 1999′. Volgens Van der Post voldoet het product nog steeds aan de voorwaarden.
Herasto biedt keus uit een jaarkilometrage van 5.000, 7.500 of 10.000. “Als fatsoenlijk mens rijd je niet dagelijks in zo’n auto”, zegt hij stellig. “Soms zegt iemand: ik heb een oud bakkie gekocht. Dan weet ik het al. Dan is het geen liefhebber en wil hij gewoon een goedkope verzekering. Daar trap ik niet in: zo iemand krijgt dan een andere verzekering.”
Volgens Van der Post hebben de meeste verzekeraars geen kaas gegeten van oldtimer-verzekeringen. “Sowieso doen er nog veel aan koppelverkoop en is de prijsstelling vaak veel te hoog. Maar wat ik soms voorbij zie komen, je raadt het niet. Laatst hoorde ik dat een verzekeraar bij een cabrio diefstal via het dak uitsloot. Dan moet je dus maar even aantonen, dat je auto gestolen is, maar dat dit niet via het dak is gebeurd!”
Ook vragen verzekeraars volgens hem vaak een te hoog eigen-risicobedrag bij schade aan het cabrio-dak. “Dat is soms wel e 450 , terwijl een nieuw dak doorgaans e 200 tot e 300 kost.”
Buiten de boot
Volmachtkantoor Kuiper Verzekeringen uit Heerenveen startte zo’n vier jaar geleden met oldtimer-verzekeringen. “Omdat geen klassieker gelijk is, verzekeren wij op maat”, luidt de slogan van het NVA-kantoor dat onder eigen naam de Klassieker Verzekering aanbiedt. Kuiper Verzekeringen, dat ook gespecialiseerd is in het verzekeren van pleziervaartuigen, werkt samen met verschillende verzekeraars, waaronder Avéro en Unigarant. “Sommige oldtimer-bezitters vallen bij een bepaalde verzekeraar net buiten de boot, bijvoorbeeld omdat het om een bepaald type auto gaat. Wij gaan voor een klant het juiste product zoeken en bieden in dat opzicht meer service,” meldt Rolf Dijk, werkzaam op de afdeling particulieren.
Het product van het Friese assurantiekantoor sluit aan bij de Fehac-voorwaarden. “Dat melden we expliciet in onze uitingen.” Hoeveel klassiekers Kuiper in de boeken heeft, kan hij helaas niet aangeven. “Diegene die daar over gaat, is met vakantie. Maar via advertenties in autobladen et cetera krijgen we klanten uit het hele land.”
Volmachtbedrijf Orion Direct uit Etten-Leur biedt een oldtimer-verzekering, bestemd voor auto’s ouder dan 24 jaar. “Speciaal voor auto’s van toen, hebben wij een verzekering samengesteld met premies van toen”, meldt Orion Direct op haar internetsite. Het bedrijf biedt vanaf e 43,11 per jaar een WA-verzekering, stelt geen verplichting om de eerste auto daar ook onder te brengen en biedt buitenlanddekking, inclusief repatriëring. Orion-Direct meldt dat de polisvoorwaarden conform de aanbevelingen van de Fehac zijn.
Andere assurantiekantoren die actief zijn in oldtimer-verzekeringen zijn onder meer: Pronker Assurantiën (Diemen), Nivo Adviesgroep (Zwolle), Offermans Joosten Groep (Geleen) en Van Stek Assurantiën (Venhuizen).Ook Omnipolis, een internetinitiatief van Bulle Assurantiën uit ter Apel die ook via de site Netpolis verzekeringen aanbiedt, heeft een oldtimer-polis. Voorwaarde is wel dat de eerste auto verzekerd is bij Netpolis. De Wiggers Groep uit Baarn, die destijds het Fehac-keurmerk ontving, verzekert nog steeds oldtimers volgens de voorwaarden van de automobielclub. Het risico wordt ondergebracht bij Nieuwe Hollandse Lloyd. Daarnaast is het kantoor ook actief in het verzekeren van collectors-items. Zo biedt Wiggers een speciale merkenverzekering voor de MX-5.
Trendy
Bij de KNAC, de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club, kan de autoliefhebber de Classic Car Verzekering sluiten. De automobielclub uit 1898 heeft al jaren een SER-inschrijving en biedt haar leden behalve motorrijtuigverzekeringen, ook rechtsbijstand- caravan, opstal-, inboedel- en aansprakelijkheidsverzekeringen. Voor de Classic Car Verzekering werkt KNAC samen met Royal Nederland. Opvallend, want de automobielclub is gelieerd aan de ANWB en daarmee ook aan verzekeringsdochter Unigarant. “We zijn niet verplicht om met Unigarant in zee te gaan. De ANWB laat ons daarin vrij”, zegt Kees de Regt, hoofd Assurantiën. Recreatieverzekeringen worden overigens wel bij de ANWB-dochter ondergebracht.
Volgens De Regt heeft de KNAC in totaal zo’n 5.500 auto’s verzekerd “Pakweg het grootste deel hiervan betreft klassiekers, auto’s van 25 jaar of ouder, en oldtimers, auto’s van voor 1940.” Over het jaarlijkse premie-inkomen doet hij geen uitspraken, maar per jaar groeit de portefeuille volgens hem 15%. Voor dit jaar verwacht hij zelfs op 20% uit te komen. “Zo’n 20 tot 25% van de offertes wordt omgezet in een verzekering.”
De KNAC zegt geen klanten weg te halen bij andere tussenpersonen. “Onze omzetgroei komt uit nieuwe verzekerden. Als we per jaar twee of drie polissen van bijvoorbeeld Kuiper Verzekeringen oversluiten, is het veel. Het is gewoon heel erg trendy om een oldtimer te bezitten. Veel mensen van tussen de 35 en 65 jaar zien het tegenwoordig als een goede belegging.”
De Classic Car Verzekering is formeel in 2000 op de markt gebracht, maar ook daarvoor werkte KNAC al met Royal samen. In tegenstelling tot de ‘gewone’ oldtimer-polis van Royal Nederland hoeven de KNAC-leden hun auto voor dagelijks gebruik hier niet onder te brengen. De KNAC-polis biedt onder meer de vrijheid om zelf een reparateur te kiezen, dekking bij Fehac-rally’s, ritten van de internationale klassiekerclub Fiva en een gratis rechtsbijstandverzekering. Verder biedt de KNAC haar leden wegenwachthulp.
Geen taxatie
Sinds maart heeft de KNAC een nieuwe oldtimer-polis waarbij geen taxatierapport nodig is: de verzekerde geeft aan voor welk bedrag hij de auto wil verzekeren en de KNAC beoordeelt of dat redelijk is en daarmee staat de waarde vast. De polis op basis van artikel 274 Wetboek van Koophandel is volgens De Regt zeer in trek. “Bij een polis op basis van artikel 275 moet er om de drie jaar een taxatierapport opgesteld worden. Dat kost de verzekerde al snel e 125. En stel dat hij in de tussentijd zijn auto flink opknapt en de waarde stijgt, dan wil hij misschien wel een nieuw rapport. We zagen dat oldtimer-bezitters er daarom steeds vaker toe overgingen om hun auto alleen WA te verzekeren. De kosten stonden soms namelijk niet in verhouding tot de waarde van de auto.”
De nieuwe verzekering, die gelanceerd is op de door de KNAC gesponsorde beurs ‘Britisch Cars and Lifestyle’ in het Autotron, biedt de mogelijkheid om per jaar de verzekerde waarde aan te passen. De verzekerde betaalt wel meer premie: casco met taxatierapport bedraagt 1,25% van de verzekerde waarde, zonder taxatierapport is dit 1,375%. De WA-premie is gelijk.
Volgens De Regt is inmiddels 15% van alle oldtimer-polissen een verzekering op basis van artikel 274. “Dat komt vooral, omdat we elke maand een mailing eruit doen naar verzekerden die een nieuw taxatierapport op moeten stellen. Veel kiezen dan voor de nieuwe polis. Maar we houden ook veel presentaties bij autoclubs.”
Ook De Regt vindt dat er nogal wat schort aan de meeste oldtimer-polissen. “Sommige verzekeraars plakken simpelweg een fotootje van een oldtimer op een folder en ze roepen dat ze een oldtimer-verzekering hebben. De b/m-ladder staat vaak gewoon nog in de folder vermeld; in de clausules blijkt dan pas dat die niet van toepassing is!”
Dat veel verzekeraars oldtimer-polissen aanbieden, vindt hij niet verwonderlijk. “Het is een portefeuille met weinig schades, dat staat vast. Wij hebben al jaren een uitstekend technisch resultaat. Maar ja, aan de andere kant is het premievolume weer niet zo hoog, hoor.”
Veel tussenpersonen werven via automobielclubs en klassiekerevenementen nieuwe verzekerden.
Veel verzekeraars sluiten volgens de Fehac klassieke vrachtwagens uit.
De vergoeding van moeilijk verkrijgbare onderdelen, zoals een originele bumper, is een teer punt in veel polissen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.