nieuws

Verzekerd belang aov blijft bij werkloosheid bestaan

Archief

Als een verzekerde een week nadat hij is ontslagen een ongeluk krijgt, kan hij dan een beroep doen op zijn aov of is er geen sprake meer van een verzekerbaar belang, doordat hij geen inkomen heeft? De Raad van Toezicht boog zich over deze vraag en gaf de verzekerde, die vond dat de polisvoorwaarden onduidelijk zijn op dit punt, gelijk.

Op 15 september 1998 was via de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van de verzekerde, een directeur, ontbonden. Op 22 september 1998 kreeg hij een ernstig auto-ongeluk waardoor hij in de Ziektewet terecht kwam en vervolgens in de WAO (berekend naar een percentage van 55% tot 65%). De man had een aov met een dekking voor uitsluitend rubriek B (na-eerstejaarsrisico) die een uitkering geeft vanaf een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25%. In maart 1999 deelde de aov-verzekeraar mee dat hij niet zou uitkeren, omdat de verzekerde ten tijde van het ongeval werkloos was, zodat hij geen beroep uitoefende en er geen verzekerd belang meer was.
De verzekeraar verweet zijn verzekerde dat die niet had gehandeld volgens artikel 6.2.1 van de polisvoorwaarden (zie kader) waarin staat dat de verzekerde verplicht is om wijzigingen in het opgegeven beroep onmiddellijk te melden. Omdat er volgens hem vanaf 15 september geen verzekerd belang meer was, zegde hij de polis met terugwerkende kracht tot die datum op. Op grond hiervan kon geen sprake zijn van een uitkering.
De verzekerde
De verzekerde betoogde dat uit de context van artikel 6.2.1 blijkt dat dit verband houdt met risicoverzwaring, en dat daar in zijn geval geen sprake van was geweest. Hij vond het dan ook onjuist dat de polis was opgezegd. Zijn argumenten: “Ik was pas zeven dagen werkloos toen ik het ongeluk kreeg. Ik was druk aan het solliciteren en zou zonder dat ongeluk beslist een vergelijkbare functie hebben gekregen. Er was dus sprake van tijdelijke werkloosheid en het is onlogisch dat dit het einde van de verzekering tot gevolg heeft. Dat zou immers betekenen dat iemand die slechts een week werkloos is opnieuw een aov zou moeten sluiten. Tijdelijke werkloosheid houdt ook niet in, dat de verzekerde zijn beroep wijzigt of opgehouden is zijn beroep uit te oefenen. Indien de verzekeraar het oogmerk heeft een verzekering te beëindigen wanneer het dienstverband wordt beëindigd, dan moet hij dat duidelijk maken met een expliciete bepaling in de polis. De voorwaarden zijn echter op dit punt onduidelijk en dat komt voor rekening van de verzekeraar.”
De Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht stelt dat de verzekeraar “zich allereerst heeft beroepen op artikel 6.2.1.” en “dat dit beroep faalt omdat uit deze bepaling volgt dat wanneer zich bedoelde omstandigheden voordoen, het recht op uitkering behouden blijft indien de wijziging van de bezigheden van de verzekerde geen verzwaring van het risico tot gevolg heeft. Verzekeraar heeft niet gesteld dat het ontslag van klager tot een verhoging van het risico heeft geleid.”
Ook is de Raad het er, in het licht van artikel 6.2.2.1, niet mee eens dat er geen verzekerbaar belang meer was. “De verzekeraar heeft het standpunt ingenomen dat het verzekerde bedrag bij de onderhavige verzekering is: het inkomen dat de verzekerde genereert met zijn beroepsvaardigheden binnen het uitgeoefende beroep, zoals op het polisblad is vermeld. Het antwoord op de vraag welk belang door de verzekering wordt gedekt, hangt in beginsel af van wat verzekeraar en verzekeringnemer daaromtrent over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid. Klager heeft er van mogen uitgaan, dat verzekerd was een belang overeenkomstig de betekenis die aan dit begrip in het algemeen wordt toegekend. Dat is het belang dat verzekerde heeft bij het niet plaatsvinden van een gebeurtenis zoals bedoeld in artikel 1.5.2 van de polisvoorwaarden, als gevolg waarvan hij arbeidsongeschikt zou worden in de zin van rubriek B. Klager mocht er voorts van uitgaan dat dit belang, ondanks zijn werkloosheid, is blijven bestaan.” De Raad merkt hierbij op dat de verzekeraar niet heeft bestreden dat de verzekerde zonder het ongeluk een reële kan had gehad op een gelijkwaardige baan.
De Raad concludeert dat uit de polisvoorwaarden niet kan worden opgemaakt dat de verzekering eindigt op het moment dat een verzekerde werkloos wordt. “Uit artikel 6.2.2.1 gelezen in samenhang met artikel 6.2.3. volgt ook niet dat verzekeraar in zodanig geval naar eigen goeddunken bevoegd zou zijn de verzekering te beëindigen. Deze bepalingen kunnen niet anders worden opgevat dan dat de verzekeraar gemotiveerd zal moeten beslissen of, gelet op de wijziging van het risico, naar objectieve maatstaven een hogere premie of een lager verzekerd bedrag zal moeten worden aangenomen, dan wel dat naar redelijkheid niet van hem kan worden gevergd dat hij de verzekering voortzet.”
De Raad oordeelt derhalve dat het standpunt van verzekeraar niet verdedigbaar is en dat de verzekeraar de schadeclaim dient te honoreren.
Raad van Toezicht Verzekeringen, uitspraak 2002/18 Med.
De polisartikelen
In de betreffende aov (die is gebaseerd op het oude aov-model uit 1995) staat onder artikel 6.2.1: “Verzekeringnemer en verzekerde zijn verplicht (verzekeraar) terstond mee te delen wanneer de verzekerde zijn in de polis omschreven beroep wijzigt, of de daaraan verbonden bezigheden veranderen. Als verzekeringnemer of de verzekerde zich niet aan deze verplichting heeft gehouden, bestaat geen recht op uitkering. Het recht op uitkering blijft behouden als de mededeling niet is gedaan, maar (verzekeraar) de wijziging niet als een risicoverzwaring ziet. Vindt (verzekeraar) de niet gemelde wijziging wel een risicoverzwaring, die alleen tot aanpassing van de voorwaarden en/of premie leidt, dan zal (verzekeraar) de uitkering verlenen met toepassing van de nieuwe voorwaarden en/of in verhouding van de oude premie tot de nieuwe premie”.
In artikel 6.2.2. aanhef en onder 6.2.2.1 van deze voorwaarden is bepaald: “Verder zijn verzekeringnemer en de verzekerde verplicht (verzekeraar) mede te delen wanneer (…) de verzekerde volledig of gedeeltelijk heeft opgehouden een beroep uit te oefenen om een andere reden dan arbeidsongeschiktheid”.
In artikel 6.2.3 staat: “In al deze gevallen heeft (verzekeraar) het recht andere voorwaarden te stellen, bijvoorbeeld een hogere premie of een lager verzekerd bedrag, of de verzekering onmiddellijk te beëindigen”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.