nieuws

‘Verzekeraars moeten investeren in richtlijnen verzuimbegeleiding’

Archief

Verzekeraars zouden op bedrijfstakniveau moeten investeren in het (mede) ontwikkelen van richtlijnen voor verzuimbegeleiding. Dat stelde mevrouw drs. H.E. Oosterling-Schiereck, stafmedewerker van de overkoepelende artsenorganisatie KNMG, tijdens een recente studiedag van de Federatie van Onderlinge Verzekeringsmaatschappijen FOV.

Oosterling sprak over ‘De bedrijfsarts en de privacy van de werknemer’. De positie van de bedrijfsarts is volgens haar onder steeds grotere druk komen te staan als gevolg van onder meer de privatisering van de Ziektewet en de opkomst van employee-benefits. In dit geheel vormen de arbodiensten een belangrijke factor, die indringender is dan was verwacht. “De enorme impact van de commerciële context van de arbozorg is onderschat, ook door de KNMG”, erkende zij.
Streng verzuimbeleid
Oosterling: “Het management van sommige arbodiensten verkoopt streng verzuimbeleid, want daar heeft het bedrijfsleven belangstelling voor. De afgesproken verzuimreductie moet worden gehaald. Door de scherpe prijsstelling van zo’n arbodienst is de bedrijfsarts voor verzuimbegeleiding slechts beperkt beschikbare tijd en inspanning gegund.”
Preventief (‘klassiek’) arbobeleid ligt volgens haar wat minder goed in de markt; de verbinding tussen verzuimachtergronden en de verbetering van de arbeidsomstandigheden komt nauwelijks uit de verf. Desgewenst maken keuringen en spoedcontroles deel uit van het verzuimpakket. “Arbodiensten met een dergelijke marktvisie bieden niet de optimale context voor een open relatie tussen bedrijfsarts en werknemers.”
Niet waterdicht
De commerciële status van arbodiensten kent nog meer bedreigingen voor de privacy van de werknemer, waarin de bedrijfsarts een relevante rol heeft, meent Oosterling. “Verschillende arbodiensten hebben relaties met verzekeringsbedrijven, onder meer voor ziektekosten en de kosten van ziekteverzuim. De koppeling van dossiers en gegevensbestanden is voor deze zakenpartners interessant. De Wet op de Persoonsregistratie verbiedt verbindingen tussen de bestanden; in de praktijk wordt ruiterlijk toegegeven dat de scheidingen niet waterdicht zijn.” De toenemende populariteit van employee-benefitsconstructies heeft voor werknemers met gezondheidsklachten risico’s. De positie van de bedrijfsarts wordt bij dit soort verbindingen onduidelijk. Tot waar reikt zijn medisch dossier en welke informatie dient welk doel?, vroeg zij zich hardop af.
Frustreren
Oosterling: “De concentratie van arbodiensten op het veroveren van een marktaandeel lijkt de ontwikkeling van kwaliteit en betrouwbaarheid van arbozorg te frustreren. De belofte dat op de markt kwaliteit vanzelf boven komt drijven, is vooralsnog niet ingelost. Het tegendeel manifesteert zich volop. De keuzes die arbo-ondernemers maken om hun marktpositie te versterken, belasten de positie van de bedrijfsarts nog verder en verstoren de relatie met de gezondheidszorg. De korte-termijnvisie op de concurrentiepositie spoort slecht met de lange-termijnblik die vereist is voor goede en betrouwbare arbozorg.
De desinteresse, zowel bij overheid als arbobranche, om te investeren in kwaliteit belemmert de arbosector in het waarmaken van goede arbozorg en een constructief verzuimbeleid voor alle werknemers. Dat kan op lange termijn nimmer tot goede resultaten leiden.”
Geen vertrouwen
Ook in de ogen van arbeidsongeschiktheidsverzekeraars zal de geschetste tendens verontrustend zijn, meende Oosterling. “Ook zij zijn gebaat bij kwalitatief goed arbo- en verzuimbeleid. Door nauwe connecties met, zo niet annexatie van arbodiensten, beïnvloeding van het verzuimproces door de koppeling aan de claimbeoordeling en onzorgvuldigheid rond dossier- en gegevensbeheer, wekken verzekeraars niet het vertrouwen als zouden zij partners zijn in het streven naar goede arbozorg.”
Dat wekt bevreemding, stelde zij. “Verzekeraars zouden juist veel moeten investeren in arbozorg, in goede preventie en verzuimbegeleiding en in arbeidsomstandigheden die werkhervatting mogelijk maken. Hopelijk ontdekken de arbeidsongeschiktheidsverzekeraars – in de voetsporen van ziektekostenverzekeraars – het belang van kwaliteitsontwikkeling in de arbosector.” Als sector verzekeringen is investeren in richtlijnontwikkeling voor verzuimbegeleiding het overwegen waard. Verzekeraars zouden zo gezamenlijk kunnen bijdragen aan goede arbozorg en de beperking van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Oosterling: “Voor directe relaties op bedrijfsniveau is zorgvuldigheid geboden. Terughoudendheid van verzekeraars ten opzichte van de privacy van de werknemers en de onafhankelijke positie van de bedrijfsarts, blijft een niet te onderschatten voorwaarde voor kwaliteit en daarmee voor zakelijk succes.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.