nieuws

Verzekeraars doen steeds meer werk de deur uit

Archief

Een toenemend aantal assurantiekantoren mag voor rekening en risico van maatschappijen verzekeringen sluiten en schades behandelen. Het aantal zogenoemde gevolmachtigden liep volgens het Bureau Wabb van de SER op van 315 begin 1992 tot 355 begin dit jaar.

Het aantal vergunningverlenende schadeverzekeraars nam in dat tijdvak toe van 143 tot 172 en het aantal dito levensverzekeraars van 17 tot 25.
AM liet voorzitter A.L. Stoffels van de Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantie-agenten (NVGA) aan het woord over het reilen en zeilen van gevolmachtigden.
Verzekeraars doen steeds meer werk de deur uit
door Piet Biemans
De groei van het aantal assurantiekantoren dat verzekeraarswerk mag doen, treedt met name op ‘in de provincie’, dus buiten de beurs. De toename wordt zowel door het intermediair bewerkstelligd als door maatschappijen, zegt voorzitter Stoffels van de NVGA.
“Voor tussenpersonen is een belangrijk voordeel van het bezit van volmachten dat ze in hun dienstverlening niet op de betrokken maatschappij hoeven te wachten. Gevolmachtigden kunnen hun diensten snel verlenen en de kwaliteit ervan zelf bepalen, bijvoorbeeld bij de schaderegeling. De verzekeraar geeft als het ware zijn portemonnee uit handen. Eén keer per kwartaal rekent de gevolmachtigde zijn bemoeienissen – premie-incasso en schaderegeling – af met de maatschappij. Hij kan zelf polissen opmaken en deze polissen een eigen gezicht geven. Kortom: met volmachten kan hij beter en vlotter maatwerk leveren aan bedrijven dan een ‘normaal’ tussenpersoon”.
Uitbreiding van het aantal volmachten kan voor de tussenpersoon ten doel hebben de tekencapaciteit te vergroten. Hiermee kan een volmachtbedrijf grotere bedrijfsrisico’s behappen, door spreiding van het risico over de volmachten.
Kostenvermindering
Ook de maatschappijen zitten achter de groei van het aantal volmachten. Een belangrijke reden voor de verzekeraars om ‘de pen uit handen te geven’ is simpelweg kostenvermindering, zegt Stoffels.
“De volmachttekening is voor de verzekeraar veel goedkoper dan distributie via de tussenpersoon. De maatschappij heeft bijna geen buitendienst nodig, doet geen schadebehandeling en heeft geen polisadministratie. De administratie tussen maatschappij en gevolmachtigde is oneindig veel eenvoudiger dan die tussen verzekeraar en tussenpersoon”.
Naarmate het kostenpeil van een maatschappij hoger is, is het voor haar interessanter om gemachtigden het werk te laten doen.
Naast besparing aan kosten is behoud en groei van de portefeuille voor de verzekeraar een belangrijk oogmerk. “Een assurantiekantoor gaat met zijn volmachtportefeuille voorzichtiger om dan met zijn bemiddelingsportefeuille, omdat het werken als gemachtigde hem extra profijt kan opleveren”.
Een gevolmachtigde zal niet zo gauw, door middel van oversluitacties, afscheid nemen van een maatschappij als een tussenpersoon, aldus de voorzitter van de NVGA. “De gevolmachtigde is ook selectiever bij acceptatie. Het is een gezamenlijk belang van maatschappij en gemachtigde dat hun portefeuille van goede kwaliteit is en niet afkalft”.
Wanneer een volmachtkantoor een portefeuille overneemt, is dat volgens Stoffels vaak aanleiding om een evenredige uitbreiding in de volmachten te realiseren. “Die uitbreiding wordt vaak weer versterkt doordat als een maatschappij verneemt dat een groot kantoor waarmee zij zaken doet, volmachten (erbij) heeft gekregen, die maatschappij vervolgens zelf ook een machtiging verleent aan het kantoor, soms louter uit defensieve overwegingen. De band met de verzekeraar wordt er immers door verstevigd”.
In de eredivisie
De automatisering is een belangrijke factor in de ontwikkeling van het volmachtensysteem geweest, zegt Stoffels.
“Vroeger bepaalde de maatschappij of een assurantiekantoor een volmacht kreeg. Het was de kroon op het werk dat je voor de maatschappij deed. Je kwam in de eredivisie van assurantiekantoren. Destijds was een premie-omzet voor één maatschappij van één miljoen een voorwaarde voor een rendabele uitvoering. Door de automatisering is die grens teruggelopen tot enkele tonnen. Of een kantoor groot of klein is, is niet meer doorslaggevend”.
Bij distributie en dienstverlening via gemachtigden kan een maatschappij minder sturen dan mogelijk is bij het intermediair, bijvoorbeeld in het acceptatieproces. “Maar ze verleent de volmacht alleen als ze vertrouwen heeft in de gemachtigde. De maatschappij geeft veel bevoegdheden uit handen, maar doet dat pas na zorgvuldige screening van het betrokken kantoor. Het contract zorgt ervoor dat de gemachtigde zorgvuldig met haar belangen omgaat”.
Wanneer de portefeuille van de volmacht vervolgens harder groeit dan het gemiddelde van de markt, en de gemachtigde daarmee een gelijk of een hoger technisch resultaat behaalt dan de maatschappij zelf, dan heeft de verzekeraar goed gekozen.
Indien de resultaten in een volmacht echter achterblijven, kan deze worden ingetrokken, volgens de voorwaarden in de volmachtovereenkomst of in onderling overleg.
Een specifiek wettelijk toezicht op gevolmachtigden is er overigens niet. Eventuele klachten tegen gevolmachtigden worden behandeld door de Raad van Toezicht op het schadeverzekeringsbedrijf.
Grenzen
Er zijn maatschappijen die in overheersende mate met volmachten werken. Dat is een kwestie van keuze. Een goed voorbeeld hiervan in de praktijk is Nieuw Rotterdam.
“Maar het tekenen in volmacht kent grenzen”, aldus Stoffels. Niet alle tussenpersonen zijn in staat om met volmachten te werken “Een belangrijke drempel is de noodzakelijke vakbekwaamheid. Je moet alle verzekeraarswerk kunnen doen”.
Hoewel kostenbesparing voor verzekeraars een belangrijke drijfveer is om volmachten te verstrekken, zal de zich uitbreidende inktvlek van gevolmachtigden volgens Stoffels niet leiden tot een grote uitholling van werk bij maatschappijen. De groei van het aantal volmachten leidt niet noemenswaardig tot geografische verschuivingen in de werkgelegenheid, denkt hij, hoewel hij dat niet met cijfers kan staven. Ondertussen treedt er bij grote assurantiekantoren wél groei op in aantallen medewerkers, terwijl maatschappijen juist inkrimpen. Eén oorzaak hiervan is uiteraard de overneming van kleine kantoren door de grote jongens.
De afslanking bij verzekeraars is volgens Stoffels veel eerder het gevolg van de invoering van geautomatiseerde acceptatie bij maatschappij of intermediair, en vooral van de ommezwaai bij maatschappijen naar meer tussenpersoongericht werken”.
Administratie
In 1991 stroomde er via de volmachten bij de 127 NVGA-leden een premie-inkomen van circa f 750 mln. “Dat is de omvang van een volwassen verzekeraar”, merkt Stoffels op. Daarnaast behaalden zij in de pure bemiddeling een premie-inkomen van f 1 mld.
Er is tussen verzekeraars en hun gevolmachtigden geen dubbele administratie, afgezien van een kleine overlapping. “Wij werken nog aan verhoging van de efficiency. De kwartaalafrekeningen (premiestroom en schadevergoedingen) kunnen sinds kort via het ADN worden gemaakt. Van die mogelijkheid wordt nog niet volop gebruik gemaakt”.
Ook gevolmachtigden hebben binnen hun eigen software systemen van automatische acceptatie. Bij het acceptatieproces werkt de toetsing aan de ‘zwarte lijst’ van het Verbond van Verzekeraars nog niet erg doelmatig, vindt Stoffels. Nu staat die lijst op microfiches of wordt de controle nog gedaan door de volmachtgevende maatschappij. Er wordt gewerkt aan een systeem waarbij volmachtkantoren een abonnement krijgen op vertrouwelijke mededelingen van het Verbond van Verzekeraars. Via een telefoonlijn komt die vertrouwelijke informatie dan automatisch in hun systeem waarin vervolgens elke nieuwe post tegen het licht gehouden wordt.
Commissie
Een gevolmachtigde krijgt voor zijn werk een vaste vergoeding: de tekencommissie. Volgens Stoffels oefent hij zijn vak niet primair uit met het oog op tekencommissie. “De vergoeding voor het werk is belangrijk, maar de verdiensten zitten veel meer in de efficiënte uitvoering, om zodoende een winstmarge te realiseren”.
Het technisch resultaat van de volmachtportefeuille gaat in principe naar de risicodrager. Als de portefeuille winstgevend is, ontvangt de volmachthouder daarover een winstcommissie.
De tekencommissie ligt bij practisch alle maatschappijen op gelijk niveau zonder dat er marktafspraken zijn: tussen de 10% en 15% van de premie. Er wordt dus niet onderhandeld. In de winstcommissie heeft elke maatschappij haar eigen regeling per gevolmachtigde.
Stoffels kan geen cijfers geven over het gemiddeld technisch resultaat bij de NVGA-leden. “In het algemeen ontwikkelen de volmachtenbedrijven zich gezond”.
Co-assurantie
Om incidentele grote posten te kunnen dekken, kan een volmachtkantoor co-assurantie toepassen: verscheidene volmachten samen het risico laten dragen.
Sommige kantoren vormen met volmachten een vaste combinatie van risicodragers (pool) voor massarisico’s als auto- en opstalverzekeringen. In een vaste verhouding ontvangen participerende maatschappijen premies en delen ze schades. Pools bestaan volgens Stoffels al tientallen jaren. Vaak hebben ze als enig doel: vereenvoudiging van de administratie, door het vaste aandeel van de deelnemers. Soms is die vereenvoudiging echter ver te zoeken. “Deelneming betekent voor de maatschappijen een vaste premiestroom. Maar als er af en toe, bijvoorbeeld door slechte resultaten, een maatschappij uittreedt en een andere ervoor in de plaats komt, wordt de schaderegeling een geweldige klus voor de administratie. Bij de ene schade is de pool anders samengesteld dan bij een andere. Daarom wordt er over deze samenwerkingsvorm wel eens gniffelend gedaan”.
Een enkele keer brengt een assurantiekantoor in zo’n pool een eigen polis uit tegen een tarief dat op eigen regionale schadestatistieken gebaseerd is.
Indien maatschappijen in zulke pools regionaal lagere tarieven hanteren dan onder hun eigen naam, dan hebben ze iets uit te leggen aan het overig intermediair, vindt Stoffels. “Want op zo’n moment is er sprake van een schemergebied met dual pricing”.
Voor een concurrerend regionaal tarief is volgens hem geen pool meer nodig. “De concurrentie dringt nu door in alle uithoeken. De tijden van asociaal hoge winsten in veilige regio’s in de jaren zestig en zeventig zijn voorbij. De grote maatschappijen hebben hun tarieven naar regio’s al gedifferentieerd. Dankzij de automatisering is dat nu een eenvoudige zaak geworden”.
Stoffels kent niet het aantal van dergelijke bijzondere pools en weet niet of het aantal toeneemt. Hij wil absoluut niet de indruk wekken dat het verschijnsel welig tiert. “Van een grote groei kan geen sprake zijn, want de markt wordt steeds overzichtelijker zodat de ruimte voor deze buitenbeentjes met afwijkende tarieven en voorwaarden kleiner wordt”.
Samenwerking in volmachten
Onlangs maakten vier assurantiekantoren de oprichting bekend van een gezamenlijk volmachtenbedrijf. Samenwerking door tussenpersonen in volmachten is volgens de NVGA-voorzitter een tamelijk nieuw verschijnsel. Sommige volmachtbedrijven werken al jaren met tussenpersonen als agent. In de bewuste samenwerking is het opvallend dat de betrokken assurantiekantoren al volmachten hàdden en die nu als het ware op een hoop gooien. “Dat is iets nieuws. Maar als de bundeling eenmaal gestabiliseerd is, dan ontstaat de situatie van één volmachtbedrijf met tussenpersonen als agent. De vraag is of de betrokken kantoren, die allemaal een belang hebben in het volmachtbedrijf, samen eensgezind een goed beleid uit kunnen stippelen. Dat zal een heel moeilijke weg zijn”.
Stoffels denkt dat volmachtverlenende maatschappijen kritisch zullen kijken naar de nieuwe tussenpersonen met wie ze door zo’n combinatie van volmachten geconfronteerd worden. “Het lijkt me niet een ontwikkeling die op grote schaal navolging zal vinden maar eerder een incidenteel gebeuren, met specifieke problemen maar misschien ook kansen. Een aanpak op grotere schaal geeft schaalvoordelen. Dat staat buiten kijf”.
Tussenpersonen die door maatschappijen worden uitgerust met een automatisch acceptatiesysteem, gaan daarmee niet lijken op gevolmachtigden, vindt Stoffels: “De software is geleverd en geïnstalleerd door de verzekeraar, dus de acceptatie gebeurt in feite nog steeds door de maatschappij. De enige verandering is, dat de acceptatie nu gebeurt op het kantoor van die tussenpersoon. Het enige wat in de richting van de gevolmachtigde komt is, dat de tussenpersoon ter plekke de polis mag printen en leveren, die overigens vooraf al door de maatschappij is goedgekeurd en voorgetekend”.
Aantal volmachten groeiend
Volgens Bureau Wabb van de SER is tussen begin 1992 en begin 1994 het aantal schadevolmachten (inclusief ondervolmachten) toegenomen van 1142 tot 1496. Het aantal levenvolmachten steeg van 56 tot 75.
Van de 355 gevolmachtigden zijn circa 23 beursassuradeuren, georganiseerd in de Vereniging van Assurantiegevolmachtigden ter Beurze van Amsterdam en Rotterdam (Vabar). De overige 332 zijn de zogenaamde provinciale gevolmachtigden. Van hen zijn 127 lid van de NVGA. Het zijn vooral de grote kantoren.
De ruim 200 niet-georganiseerden zijn volgens NVGA-voorzitter Stoffels voornamelijk kleinere kantoren met één of hooguit twee volmachten. Ze zijn vaak historisch gegroeid en timmeren niet aan de weg.
Bij de NVGA-leden is qua premie-inkomen het volmachtbedrijf in de branche motorrijtuigen het grootst, gevolgd door successievelijk brand, varia (aansprakelijkheid) en medische varia (vooral ongevallen). Slechts enkele leden hebben een ziektekostenvolmacht en hetzelfde geldt voor de levenvolmacht.
A.L. Stoffels (49) is sinds mei vorig jaar voorzitter van de NVGA. Hij maakte zijn entree bij de Brandmaatschappij te Amsterdam van 1790 (Delta LLoyd), was enkele jaren betaald voetballer in de VS, werkte onder meer bij Matser Makelaardij in Hilversum en de Kok Groep in Rotterdam en kwam in 1980 bij de Huygens Groep. Hij en P.P. Kenter vormen samen de directie en de enige aandeelhouders van deze groep. De Huygens Groep bestaat uit Baneke/Gräffner (bemiddeling) en Huygens Assuradeuren en telt 135 medewerkers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.