nieuws

Verzekeraar mild voor bestuurder lease-auto

Archief

Met het gestadig toenemen van het aantal lease-auto’s neemt het imago van de lease-autorijder omgekeerd evenredig af. Immers, zo luidt het in de volksmond, met een auto die je zelf betaald hebt, laat je het wel uit je hoofd om te raggen en racen zonder op de veiligheid van medeweggebruikers te letten en zonder aandacht te besteden aan de (dure) wagen die gratis beschikbaar is gesteld.

door Ton Gerritsen
Blijkbaar bestaat er een onverbrekelijk verband tussen het verkeersgedrag van de bestuurder en zijn financiële belang bij de auto. In een gezelschap van bij deze materie nauw betrokken partijen, poneerde iemand laatst de volgende stelling: “Voor zover niet door vrachtwagens, wordt de verkeersonveiligheid op onze wegen veroorzaakt door een kleine, vrijwel zeker constante (hooguit 5%) groep normale mensen die zich, eenmaal in hun auto gezeten, als vlegels gaan gedragen. Zeker 90% daarvan rijdt in lease-auto’s”.
Voor wie aan deze volkswijsheden nog mocht twijfelen, kunnen de ervaringen van een willekeurige schadecorrespondent van een lease-autopark snel opheldering verschaffen.
Negatieve ontwikkeling
Autoleasemaatschappijen zien het probleem natuurlijk wel degelijk, maar kunnen – vanuit hun door hevige concurrentie sterk beperkte bewegingsruimte – daar weinig aan doen. En doen dat dus ook niet.
Toch groeit in die kringen blijkbaar wel de behoefte om een negatieve ontwikkeling te keren. Dat bleek onder meer in 1995 toen TNO opdracht kreeg van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) om een rapport samen te stellen over eventuele verschillen in verkeersgedrag van de lease-autorijder ten opzichte van de andere autorijders. De categorie bestuurders van al of niet geleasde vrachtwagens worden buiten beschouwing gelaten.
Het rapport was koud verschenen of toenmalig VNA-voorzitter Hollander haalde de buit al binnen door triomfantelijk te verkondigen dat de resultaten aantoonden dat er in het geheel niets klopte van de geldende vooroordelen over lease-autorijders. Naast de onaangename gewaarwording dat er een forse poot onder de eigen, zorgvuldig opgebouwde vooroordelen was weggezaagd, werd de nieuwsgierigheid toch wel erg sterk geprikkeld, al was het alleen maar omdat onmogelijk kon worden weggepoetst dat het WA-risico van autoleaseparken moeilijk is onder te brengen en het cascorisico vrijwel onverzekerbaar is. En dat in een willige markt! Maar de rapporteurs konden blijkbaar geen tijd vinden om een paar vooraanstaande wagenparkverzekeraars te polsen.
Niet ten goede
Over het rapport zelf kunnen we kort zijn: de triomfantelijke conclusies van Hollander zijn er niet in terug te vinden en voor het overige moesten de samenstellers zich blijkbaar behelpen met incompleet cijfermateriaal, hetgeen de wetenschappelijke waarde ervan niet ten goede kwam. En aangezien het in de media nauwelijks aandacht getrokken heeft, is er niets terecht gekomen van de bedoeling van de VNA om het imago van de lease-autorijder op te vijzelen.
Ook een tweede poging daartoe van de VNA, de verkiezing van de ‘Leaserijder van het jaar 1997’, heeft de publiciteit niet of nauwelijks gehaald. Dat krijg je als je wel de rook maar niet de brand wil bestrijden.
Duidelijk is in ieder geval dat van financiers van leasecontracten geen acties te verwachten zijn ter verbetering van het verkeersgedrag, respectievelijk het schadeverloop van de berijders van de geleasde objecten. Van de leasemaatschappijen zelf dan wel? Gevreesd moet worden van niet; er opereren tientallen van deze bedrijven in ons land waarvan een beperkt aantal lid is van de VNA. Hun voornaamste interesse bestaat uit de verkoop van auto’s, het financieren daarvan en het vinden van voordelige risicodekkingen.
Van gezeur af
Als derde partij vinden we dan de ondernemingen die ervoor gekozen hebben hun bedrijfswagenpark niet meer zelf te beheren, maar dit door een leasemaatschappij te laten doen. Die zijn kennelijk eveneens niet geïnteresseerd in schadebeperking, want zij hebben er hogere kosten voor over om van “het gezeur van het wagenparkbeheer” verlost te zijn. Of, zoals de directeur van een groot handelsbedrijf onlangs vertelde: “Een gemiddelde van twee schades per verkoper per jaar kan ons niet verontrusten”.
Aangezien de lease-autobestuurder er al helemaal geen behoefte aan heeft op de vingers te worden gekeken op het punt van zijn omgang met de bedrijfslease-auto, komt het schadebeperkingsprobleem onvermijdelijk op het bordje van de motorrijtuigenverzekeraars te liggen. Zij moeten daar dan maar mee zien klaar te komen; niet alleen met slecht lopende reguliere contracten, maar ook met ‘malusvluchtelingen’ en erger nog, met bedenkelijke morele risico’s, want sommige leasebedrijven blijken niet bepaald kieskeurig als het gaat om het afsluiten van nieuwe contracten.
Rigide opstellen
Maar wie zou verwachten dat verzekeraars zich en bloc rigide opstellen bij de acceptatie van leasevloten, vergist zich. Altijd weer blijken er maatschappijen te zijn die dringend behoefte hebben aan nieuwe omzet en daar een paar jaar verlies voor over hebben. Of die geen mogelijkheid hebben om zware druk van grote assurantietussenpersonen (banken!) te weerstaan.
Dat zij daarbij hoog in het vaandel van de bedrijfstak staande begrippen als zorgvuldige beoordeling van schadeverleden en moreel risico aan hun laars lappen, zou ons koud kunnen laten, ware het niet dat zij die gedwongen zijn zich rechtstreeks te verzekeren en daarbij gebukt gaan onder het juk van bonus/malus en andere risicobeperkende maatregelen, in onevenredige mate de lasten moeten dragen. Het is uitermate wrang te moeten constateren dat een veel kilometers rijdende grote categorie automobilisten blindelings geaccepteerd wordt en, erger nog, straffeloos verzekerd kan blijven na een schadeverloop dat elders al lang tot royement geleid zou hebben.
Ton Gerritsen is freelance auteur van artikelen op verzekeringsgebied in vaktijdschriften. Hij was voorheen werkzaam in de verzekeringsbedrijfstak.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.