nieuws

Verzekeraar mag polis niet stopzetten na wisselende versies schadetoedracht

Archief

Een verzekerde is het niet eens met de beslissing van zijn verzekeraar om de polis te beëindigen na een schademelding. De verzekeraar verdenkt de man ervan een onware opgave gedaan te hebben en zet zijn vraagtekens bij de steeds wisselende verklaringen van de man. De Raad van Toezicht moet eraan te pas komen.

Een man meldt bij de alarmcentrale een schade aan zijn auto: hij geeft door dat er sprake is van een eenzijdig ongeval, dat hij nog wel naar huis kan rijden, maar dat de auto naar de garage moet. Op het schadeformulier dat hij vier dagen later naar de verzekeraar stuurt geeft hij aan dat de s@PLT = chade is ontstaan door storm: een dikke tak viel uit de lucht en landde op zijn auto. Hierdoor raakte de man de controle over de auto kwijt, kwam min of meer tot stilstand in de berm en raakte licht een boom met een snelheid van 5 km per uur. Zelf spreekt de man van ‘toucheren’.”De schade is ontstaan door stormachtig weer en door takken uit de lucht en daarom doe ik een beroep op mijn verzekering met dekking voor storm.”Geen stormschadeDe expert van de verzekeraar constateert weliswaar dat er sprake is van een aanrijdingsschade, maar kan geen stormschade aan het voertuig ontdekken. De verzekeraar beëindigt hierop de verzekering, omdat de gemelde schade niet overeenkomt met de door klager geclaimde schade. Volgens de verzekeraar is er sprake van een onware opgave.
Bovendien zou de man geprobeerd hebben schade te claimen waarvan hij wist dat deze niet onder de dekking van de verzekering viel. De verzekeraar meldt de man in de opzeggingsbrief dat zijn gegevens worden opgenomen in het Systeem Vertrouwelijke Mededelingen en Malusregistratie.
De man maakt bezwaar tegen deze registratie. De verzekeraar deelt de man hierop per brief mee dat het opnemen van zijn gegevens in het systeem niet terecht was en ongedaan gemaakt wordt.
Angst voor meer schade
De man vindt het vreemd dat nu de verzekeraar heeft toegegeven dat de registratie onterecht was en dus ook heeft toegegeven dat de beschuldiging van een onware opgave onterecht was, toch de verzekering niet voortzet. Volgens de man blijkt uit de stukken die hij heeft opgevraagd bij de alarmcentrale dat er sprake was van één schademelding. “Op de schadedatum was er sprake van storm. In de straat waar ik woon, stond een container gevuld met puin. Mijn auto stond in de buurt van de container geparkeerd en door de aanrijding was de handrem zeer slap gaan staan. Door de storm is de auto naar voren gerold en uit angst voor nog meer schade heb ik de politie gebeld.” De man beweert hiervan geen melding gedaan te hebben bij de verzekeraar.
Geen tak maar boomstronk
De verzekeraar zet zijn vraagtekens bij de schademelding: de expert heeft immers geconstateerd dat er een aanrijding is geweest met een vast object en dat is niet gedekt op de polis. Als de man vervolgens in een brief aan de directie verklaart dat er een boomstronk uit de lucht is komen vallen en dat hij daaroverheen is gereden, is de maat vol voor de verzekeraar. Zeker omdat de man het niet meer heeft over het licht “toucheren” van de boom. Op basis van deze nieuwe, derde lezing is besloten polis niet te handhaven, zo verdedigt de verzekeraar de beslissing.
Een jaar later komt de man weer met een ander versie: de schade door de afgewaaide tak ging vooraf aan de (verwachte) schade van de container. Opnieuw bericht de verzekeraar de man dat de polis niet wordt voortgezet. Hierop meldt de man dat hij de auto inmiddels ook niet meer ergens anders onder kan brengen, omdat deze een jaar niet verzekerd is geweest.
Geen bewijs
De Raad vindt dat uit het aanrijdingsformulier niet blijkt dat de man een onware opgave heeft gedaan. “Dat verzekeraar zelf op een intern overzicht heeft vermeld dat klager gemeld zou hebben, onder meer, dat takken op zijn auto waren gewaaid, doet hieraan niet af.” Ook uit de latere verklaringen omtrent de toedracht van de schade valt volgens de Raad een onware opgave niet af te leiden.
Verder meent de Raad dat er geen bewijs is dat hij schade heeft geclaimd waarvan hij wist dat deze niet onder de verkeersverzekering viel. Door de verzekering te beëindigen heeft de verzekeraar de goede naam van het verzekeringsbedrijf geschaad. De Raad verbindt hieraan de consequentie dat de maatschappij de opzegging ongedaan moet maken. Aangezien de man kenbaar heeft gemaakt niet meer bij verzekeraar verzekerd te willen zijn, moet de verzekeraar de polis met “wederzijds goedvinden”beëindigen. De verzekeraar hoeft de royementsverklaring niet opnieuw te verstrekken, omdat het hem niet te verwijten is dat de man de oude heeft laten verlopen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.