nieuws

Verzekeraar mag eerst fout maken en daarna de rechtshulp staken

Archief

Een automobilist wil uitstel van een zitting bij een Belgische rechtbank, omdat hij het strafdossier niet op tijd én in het Frans heeft ontvangen. De advocaat van zijn verzekeraar vergeet uitstel aan te vragen, waarna een voor de man onvoordelige uitspraak volgt. Hij weigert daarop gebruik te maken van de geschillenregeling. Daarop neemt de verzekeraar de zaak, wegens een vertrouwensbreuk, niet verder in behandeling.

Een automobilist krijgt in de zomer in België een aanrijding, waarbij hijzelf en de bestuurder en inzittende van de andere auto lichamelijk letsel en materiële schade oplopen. Volgens de man begaf de tegenligger zich op de andere weghelft. Hij stelt de wederpartij aansprakelijk voor de geleden schade. De verzekeraar waar de hulpverlening van zijn Reis- en Kredietbrief is ondergebracht, neemt de zaak in behandeling.
Begin december ontvangt de man tot zijn verbijstering een in het Frans gestelde dagvaarding, waarin staat dat hij zich op 8 januari moet verantwoorden voor de politierechter in België. Nog diezelfde dag stuurt de gemachtigde van de man de stukken door naar de verzekeraar. In een begeleidende brief staat dat de man de zitting niet kan bijwonen, omdat hij 2 januari naar Australië vertrekt en dat hij een Nederlandstalige dagvaarding wenst te ontvangen. Zijn gemachtigde, zijn vader, verzoekt verzekeraar het dossier op te vragen en uitstel van behandeling aan te vragen.
Te laat
Op 5 januari meldt de vader nog steeds geen dossier te hebben ontvangen en dat de rechtszaak geen doorgang kan vinden. De bureaujurist van de verzekeraar antwoordt diezelfde dag dat hij verwacht dat de advocaat om uitstel zal vragen, aangezien hij geen strafdossier heeft.
Op zaterdag 7 januari, vlak voor de rechtszaak, ontvangt de vader het dossier. In de begeleidende brief stelt de verzekeraar dat de inhoud weinig gunstig is en wijzigt hij – zonder overleg – het aanvankelijke plan, als hij voorstelt de uitspraak van de rechter maar af te wachten. De gemachtigde ziet deze brief echter over het hoofd en concentreert zich op de inhoud van het dossier. Maar al zou hij er kennis van hebben genomen, dan zou zijn afwijzing “in verband met de kantoortijden van verzekeraar” te laat zijn geweest, omdat de zitting maandag om 09.00 uur gepland staat.
Eind februari zendt de verzekeraar het vonnis toe. De man gaat in hoger beroep en vraagt de pleitnota op. De bureaujurist van de verzekeraar meldt dat het “niet gebruikelijk is dat in een zaak voor een politierechter een pleitnota wordt geredigeerd”, dat een beroep geen kans van slagen heeft en dat de man een beroep kan doen op de geschillenregeling.
Geschillenregeling
Een week later meldt de man dat hij het beroep intrekt, omdat hij niet over voldoende middelen beschikt om de procedure in hoger beroep zelf te bekostigen. De bureaujurist reageert met de mededeling dat hij begrijpt dat de man geen gebruik wil maken van de geschillenregeling en daarom het dossier zal sluiten. De manager dossierbehandeling van de verzekeraar wijst er nog eens op dat de geschillenregeling de aangewezen oplossing is. De man blijft echte bij het standpunt dat de verzekeraar, oftewel de aangetrokken advocaat/procureur, de zaak heeft verknoeid en dat de maatschappij de advocaat in de gelegenheid moet stellen de gemaakte fouten te herstellen. “Omdat die fouten aan het begin van een rechtszaak zijn gemaakt, is het niet meer dan logisch de zaak te laten casseren”, stelt de man.
De verzekeraar stelt echter vast dat er sprake is van een vertrouwensbreuk en dat er geen basis is voor verder behandeling van de zaak. De man noemt dit de omgekeerde wereld. “Indien een verzekerde de verzekeraar beargumenteerd aantoont dat de laatste fouten heeft gemaakt en verzekerde niet wenst in te gaan op een regeling die er zijns inziens slechts toe strekt de zaak te laten verzanden, wordt het vertrouwen door verzekeraar in verzekerde opgezegd.”
Bovendien kan de rechtshulp, volgens de algemene voorwaarden, helemaal niet eenzijdig worden gestaakt op basis van het ontbreken van vertrouwen, zo stelt de man. De geschillenregeling ziet volgens hem alleen toe op de wijze waarop de procedure is gevoerd en niet op de beoordeling van de kansen in hoger beroep. Dat de man overigens zelf actie moet ondernemen om fouten van de verzekeraar te herstellen, noemt hij wederom de omgekeerde wereld. Hij dient een klacht in bij de Raad van Toezicht Verzekeringen en eist dat verzekeraar de juridische verhouding voortzet door de zaak te laten casseren. Lukt dit niet, dan vordert hij een schadevergoeding van _ 5.000.
Geen verandering
De verzekeraar merkt tegenover de Raad op, dat hij meerdere malen te kennen heeft gegeven, dat hij klager in de gelegenheid had moeten stellen op de inhoud van het strafdossier te reageren door tijdens de zitting uitstel aan te vragen. De verzekeraar acht het echter onwaarschijnlijk dat uitstel verandering in de zaak had gebracht. De verklaring van de man over de toedracht van het ongeval is in het dossier opgenomen. “Beide Belgische advocaten oordelen echter dat aanvullende argumenten van klagers gemachtigde niet tot een voor klager gunstiger veroordeling of vrijspraak hadden kunnen leiden”, stelt de verzekeraar voor de Raad.
De verzekeraar is van mening dat de man de geschillenregeling verkeerd heeft geïnterpreteerd. In de geschillenregeling is wel degelijk opgenomen dat een andere advocaat om schriftelijk advies kan worden gevraagd over de vraag of verdere behandeling kans van slagen heeft. Het enige wat de man volgens de verzekeraar wilde was dat de zaak gecasseerd werd, “terwijl bleek dat er geen vertrouwen meer bestond in verdere behandeling door verzekeraar”.
Franstalige advocaat
De Raad is het met de verzekeraar eens dat de geschillenregeling niet ziet op de wijze waarop de procedure is gevoerd, maar gericht is op de toekomstige aanpak van de zaak en derhalve in dit geval uitsluitend effectief zou zijn geweest indien hoger beroep zou zijn ingesteld. Dit onderdeel van de klacht acht de Raad dan ook ongegrond.
Ook de klacht dat de man de processtukken niet in het Nederlands heeft gekregen, vindt de Raad ongegrond; hij had immers een advocaat toegewezen gekregen die zowel Frans- als Nederlandstalig was.
Wel vindt de Raad dat de verzekeraar door geen uitstel van de zitting aan te vragen – ondanks het feit dat de man hier meermalen om verzocht heeft – de goede naam van het verzekeringsbedrijf heeft geschaad. Omdat de verzekeraar al vele keren zijn excuses heeft aangeboden en niets er volgens de Raad op wijst dat uitstel tot een andere uitkomst zal hebben geleid, verbindt de Raad hier geen consequenties aan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.