nieuws

Verzekeraar mag bij lijfrentepolis geen terrorismeclausule invoeren

Archief

Een levensverzekeraar neemt in 2006 alsnog de terrorismeclausule op in zijn lijfrenteverzekeringen. Een verzekerde die hiertegen bezwaar maakt, krijgt te horen dat wanneer hij de clausule niet accepteert, hij de inmiddels premievrije polissen kan afkopen met alle fiscale gevolgen van dien.

Een echtpaar sluit op 1 april 1998 een lijfrentepolis tegen koopsom en eentje tegen periodieke premiebetaling. Deze laatste verzekering is in 2000 premievrij gemaakt. In de verzekeringsvoorwaarden van beide polissen staat een passage over de herziening van de premie: de verzekeraar heeft het recht de premie, de kosten of de grondslagen en bloc om de vijf jaar te herzien, voor het eerst op 1 juli 2001. Gaat de verzekerde hier niet mee akkoord dan kan hij binnen een maand de wijziging weigeren. “Het gevolg kan zijn dat de verzekering, zo mogelijk, met lagere verzekerde bedragen wordt voortgezet en/of gedeeltelijk wordt afgekocht dan wel premievrij wordt gemaakt (…).”
Op 26 juni 2006 bericht de verzekeraar dat per 1 juli het ‘Clausuleblad terrorismedekking bij de NHT’ van toepassing zal zijn. Het echtpaar gaat hier niet mee akkoord, waarna de verzekeraar hen wijst op de fiscaal ongunstige mogelijkheid tot afkoop als ze de wijziging niet accepteren.
Niet alle levensverzekeraars
De man dient een klacht in bij de Raad van Toezicht Verzekeringen. Hij meent dat er geen enkele noodzaak is het clausuleblad in te voeren: de dekking wordt verminderd, hoewel het terrorismerisico in Nederland niet is toegenomen. Bovendien slaat het polisartikel ‘Herziening premie’ alleen op premiewijzigingen en niet op wijzigingen van de voorwaarden.
Ten slotte voert de man nog aan dat lang niet alle levensverzekeraars het clausuleblad hebben ingevoerd. “Sinds 2002 betalen wij geen premie meer voor deze verzekeringen. De in het artikel genoemde mogelijkheid van afkoop is illegaal bij fiscaal aftrekbare lijfrentepolissen, daar de verzekeringnemer geen keuze krijgt: hij moet een wijziging accepteren omdat de fiscale sanctie op afkoop leidt tot een zeer lage uitkering. Juist dit gevolg is wettelijk niet toegestaan: het doel van een spaarverzekering is dat de verzekeringnemer een behoorlijk rendement heeft en niet een groot verlies. Dit is dan ook misleiding door verzekeraar. (…) Mocht verzekeraar toch tot afkoop overgaan dan dient hij de fiscale boetes en renten en heffingen te betalen, alsmede de door hem gehanteerde afkoopkosten.”Netjes
De verzekeraar voert voor de raad aan dat de verzekeraars die deelnemen aan de NHT, de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden, de schade als gevolg van eventuele terroristische aanslagen verzekerbaar willen houden. Dat de terrorismeclausule niet meteen bij de invoering in 2003 op de verzekeringen van klager van toepassing is verklaard, komt omdat in het artikel ‘Herziening premie’ staat dat slechts eenmaal in de vijf jaar een beroep op het artikel gedaan mag worden: de eerste mogelijkheid was 1 juli 2006. Verzekeraar vindt dan ook dat hij netjes heeft gehandeld. In een brief heeft hij klager en echtgenote gewezen op de fiscale gevolgen van afkoop, indien zij de wijziging niet accepteren.
Fiscale motieven
Verder merkt de verzekeraar nog op dat noch hij, noch de markt ervaring heeft met de toepassing van de clausule op (levens)verzekeringen. Daarom laat hij in een berekening zien, wat uitgekeerd zal worden als de verzekerde als gevolg van een terroristische aanslag komt te overlijden (en de totale schadelast in Nederland van de aanslagen boven de _ 1 mld uitkomt). In plaats van 90% van de poliswaarde zal dan 50% uitgekeerd worden. “Bij vergelijking van deze situatie met die van een bancair product (beleggingsrekening), mag niet worden geconcludeerd dat de helft van de koopsom (het spaargeld van de verzekeringnemer) door de regeling is verdampt. Die conclusie doet geen recht aan de situatie. De verzekeringnemer heeft nu eenmaal voor een verzekering gekozen en heeft daarbij ongetwijfeld fiscale motieven een rol laten spelen.”
Het argument dat in de huis-aan-huisbrochure over de terrorismeclausule destijds stond dat sommige polissen, veelal levenpolissen, zich niet lenen voor een en-blocclausule, veegt de verzekeraar van tafel. “Dit betekent niet dat deze polissen gevrijwaard zijn van een kortingsregeling bij een massale en catastrofale terrorismeschade.”
Overigens, zo voert de verzekeraar nog aan, is de clausule niet helemaal nieuw: levenpolissen kennen sinds jaar en dag een kortingsregeling bij oorlog. “Dit is derhalve een regeling die hetzelfde beoogt als de terrorismeclausule: bescherming van de solvabiliteit van verzekeraars bij massale schade.”
Risicodekking
De raad merkt op dat het polisartikel ‘Herziening premie’ onduidelijk is, omdat er kennelijk ook de verzekeringsvoorwaarden mee bedoeld worden. Ook is het onduidelijk omdat slechts vermeld wordt wat het gevolg kán zijn van een weigering de voorwaarden te accepteren. Tijdens de zitting meldt de verzekeraar de tekst inmiddels al te hebben aangepast: ook de verzekeringsvoorwaarden worden nu expliciet gemeld.
De raad is van oordeel dat verzekeraar in dit geval – waarin geen premie meer verschuldigd was – slechts de polisvoorwaarden kon wijzigen waar het “voorwaarden voor de risicodekking(en)” betreft. “Blijkens de overgelegde polisbladen, alsmede de vermelding op de bijbehorende premiebladen dat 100% van de premie belegd wordt, is in het geval van klager evenwel van zodanige dekking van overlijdensrisico of van (andere) aanvullende verzekeringen geen sprake. Onder deze omstandigheden stond het verzekeraar niet vrij om met een beroep op voormeld – onduidelijk geredigeerd – polisartikel de voorwaarden van deze verzekeringen aan te passen door opneming van de terrorismeclausule.”
Daarbij merkt de raad nog op dat de terrorismeclausule in art. 2.1. bepaalt dat de uitkering aan de verzekerde beperkt zal zijn tot het bedrag dat verzekeraar ontvangt via de herverzekering voor het terrorismerisico, maar dat daarbij uitdrukkelijk wordt bepaald dat die uitkering “in het geval van een verzekering met vermogensopbouw vermeerderd wordt met het bedrag van de uit hoofde van de betrokken verzekering reeds gerealiseerde vermogensopbouw”. Bij de verzekeringen van klager, waarvan de premies volledig zijn voldaan en vervolgens overeenkomstig de polisvoorwaarden werden belegd, kan moeilijk anders worden geconcludeerd dat daarin vermogensopbouw plaatsvindt. Verzekeraar kan dan ook niet het standpunt innemen, oordeelt de raad, dat bij het berekenen van de overlijdensuitkering (als de totale schadelast van terroristische aanslagen in ons land overschreden wordt) de vermogensvermeerdering buiten beschouwing wordt gelaten. Door dat te doen, heeft hij de goede naam van het verzekeringsbedrijf geschaad; de raad verklaart de klacht gegrond. Het verzoek van de verzekerde voor een vergoeding van de aan de tuchtprocedure bestede tijd en kosten, wijst de raad af.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.