nieuws

Verwarring rond fiscale behandeling van lijfrente-BV’s en stamrecht-BV’s

Archief

voor gouden handdrukken

door mevr. drs I.E. Brouwer
Begin dit jaar gaf staatssecretaris Vermeend van Financiën in een brief antwoord op de volgende vraag van het Tweede Kamerlid Van der Ploeg: Bestaat er nog voldoende reden om het onderbrengen van een stamrecht (op grond van artikel 45a van de Wet Inkomstenbelasting (Wet IB) 1964) bij een eigen stamrecht-BV te blijven verbieden, nu de pensioen-BV na Brede Herwaardering II mag blijven bestaan?
Voordat we ingaan op het antwoord van de staatssecretaris, lijkt enige toelichting op enkele begrippen in het artikel op zijn plaats.
Zo is er het begrip stamrecht. Een stamrecht is een recht op periodieke uitkeringen. Stamrechten kunnen onderverdeeld worden in een paar soorten: lijfrente, pensioen en ‘gouden handdruk’-stamrecht.
Aan de lijfrente wordt in de Wet IB sinds 1 januari 1992 de eis gesteld dat deze moet zijn ondergebracht bij een levensverzekeringmaatschappij. Van der Ploeg doelt op deze lijfrente als hij het heeft over een stamrecht op grond van artikel 45a Wet IB. Hij wil dat het weer tot de mogelijkheden gaat behoren, dat men een lijfrente onderbrengt bij een eigen lijfrente-BV.
Opbouw van pensioen kan slechts plaats vinden als er sprake is van een dienstbetrekking. Wordt daarbij voldaan aan de definitie in artikel 11, lid 3 van de Wet op de Loonbelasting 1964 (Wet LB), dan behoren de pensioenpremies niet tot het loon. Over de latere pensioenuitkeringen wordt wel loonbelasting ingehouden.
Het derde soort stamrecht in dit artikel is het stamrecht van de gouden handdruk. Een gouden handdruk in de vorm van een geldbedrag kan aan werknemers worden meegegeven als hun dienstbetrekking onvrijwillig wordt beëindigd. Dit bedrag wordt belast naar het bijzondere tarief (maximaal 45%) van de Wet IB. Een ex-werknemer kan er ook voor kiezen dat hem in plaats van een bedrag ineens, een recht op periodieke uitkeringen (stamrecht) wordt toegekend. Op basis van de stamrechtvrijstelling in de loonbelasting is hij dan over deze toegezegging geen loonbelasting verschuldigd. Op de periodieke uitkeringen later wordt dan loonbelasting ingehouden.
Sancties
Na deze uitweiding terug naar de beantwoording door Vermeend van de vraag van Van der Ploeg.
Vooraf moet hierbij opgemerkt worden dat de fiscus pensioen anders behandelt dan lijfrente. Onder meer zijn de sancties verschillend die in werking treden wanneer de belastingplichtige niet voldoet aan de fiscale regels. Zou een lijfrente in eigen beheer tot de fiscale mogelijkheden behoren, dan moeten de sancties ook tot uitvoering kunnen worden gebracht.
De staatssecretaris heeft geen vertrouwen in de juiste uitvoering van de sancties als een lijfrente niet is ondergebracht bij een verzekeraar. Bij de behandeling van Brede Herwaardering I is dit aspect uitgebreid aan de orde geweest en is er om die reden voor gekozen, dat de lijfrente-BV niet meer wordt toegestaan.
Daarnaast is er een ander punt van onderscheid tussen pensioen en lijfrente in eigen beheer, wat meer pleit voor de pensioen-BV en minder voor de lijfrente-BV. Pensioen in eigen beheer vervult naast de functie van oudedagsvoorziening nog een andere taak, namelijk die van bedrijfsfinanciering. Het vermogen van de Pensioen-BV kan in het bedrijf blijven. Een lijfrente-BV kent die laatste mogelijkheid in mindere mate.
Op basis van deze overwegingen komt de staatssecretaris tot de conclusie dat er voorlopig voldoende reden blijft bestaan om het verbod op de eigen lijfrente-BV te handhaven (Van der Ploeg sprak in zijn vragen over ‘stamrecht-BV’, maar bedoelde ‘lijfrente-BV’).
Gouden handdruk-stamrecht
De gewone pers en ook een deel van de vakpers hebben dit antwoord geheel misverstaan. Er verschenen diverse berichten die het deden voorkomen, of een ‘gouden handdruk’-stamrecht in een eigen BV niet meer was toegestaan en ook niet meer zo snel zou worden toegestaan.
Deze berichtgeving was geheel onjuist. Op 1 januari jl. is er het een en ander gewijzigd bij Brede Herwaardering II. Die wetgeving had niet alleen betrekking op de pensioen-BV (waar de meeste aandacht aan is besteed), maar ook op een ‘gouden handdruk’-stamrecht-BV waar een ex-werknemer zijn recht op periodieke uitkeringen onderbrengt dat hij heeft verkregen bij het einde van zijn dienstbetrekking. Een dergelijke BV is onderworpen aan dezelfde wettelijke regels als een pensioen-BV.
Hoewel het er in eerste instantie bij de behandeling van de Brede Herwaardering II naar uitzag, dat de pensioen-BV en in zijn kielzog dus de gouden handdruk-stamrecht-BV niet meer tot de mogelijkheden zouden blijven behoren, is dat voornemen na de vele nota’s van wijziging toch niet in de wet gerealiseerd en is het nog steeds toegestaan om in een dergelijke BV een (pensioen- of gouden handdruk-)stamrecht onder te brengen.
Resolutie
Wat zijn nu die regels waaraan een gouden handdruk-stamrecht-BV moet voldoen? Allereerst kijk je daarvoor natuurlijk in de wet. Vervolgens blijkt in de praktijk een resolutie van de staatssecretaris van Financiën van 15 mei 1992 een belangrijke rol te spelen. In deze resolutie maakte hij nadere voorwaarden bekend voor speciale gevallen.
Welke voorwaarden staan er nu in die mededeling (‘resolutie’) van de staatssecretaris aan de belastinginspecteurs?
1. Het bedrag wordt rechtstreeks en in zijn geheel door de ex-werkgever naar de gouden handdruk-stamrecht-BV overgemaakt.
2. De uitkeringen door de BV worden aangemerkt als loon (inkomsten uit vroegere dienstbetrekking, niet zijnde pensioen of soortgelijke beloning) in de zin van artikel 10, eerste lid van de Wet LB. De uitkeringen zijn onderworpen aan de heffing van loon- en inkomstenbelasting.
(Deze aantekening zult u ook vaak aantreffen op stamrechten die bij een verzekeraar zijn ondergebracht. Als aan een belastinginspecteur de goedkeuring wordt gevraagd om het bedrag zonder inhouding van loonbelasting aan de verzekeraar over te maken, zal hij gaarne die eis stellen. Het is echter geen eis die uit de wet voortvloeit. De eis dient slechts als hulpmiddel om na eventueel vertrek van de ex-werknemer naar het buitenland, de belastingheffing op grond van de verdragen aan Nederland toe te wijzen. Door de aantekening op de polis heeft de belastingplichtige namelijk reeds aangegeven, dat er geen sprake is van pensioen- of soortgelijke rechten maar van loon. – I.E.B.).
3. De BV is in Nederland gevestigd en rekent de stamrechtverplichting geheel tot het vermogen van haar binnen het Rijk gedreven (gedeelte van haar) onderneming.
4. Het stamrechtkapitaal wordt direct noch indirect belegd in hypothecaire of andere vorderingen op, dan wel in woonhuizen en/of andere duurzame gebruiksgoederen in gebruik bij, de werknemer, zijn echtgenote of hun bloed- of aanverwanten tot in de vierde graad.
5. Ter zake van de verwerving van het stamrecht wordt voor de heffing van de loon- en inkomstenbelasting geen enkele aftrek op het inkomen van de belastingplichtige toegepast.
(Dit gebeurt wèl bij een lijfrente. Bij een gouden handdruk-stamrecht is over de toezegging geen belasting verschuldigd (stamrechtvrijstelling) en dus mag de koopsom voor het stamrecht ook niet in aftrek worden gebracht op de inkomstenbelasting. – I.E.B.).
Beleggingseis
De belastinginspecteurs hanteren nog steeds deze resolutie uit 1992, zij het met enige wijzigingen die voortvloeien uit Brede Herwaardering II per 1 januari 1995. Speciale aandacht daarbij verdient voorwaarde 4 van de resolutie: de beleggingseis.
In een van de voorstellen in de Brede Herwaardering II werd een dergelijke beleggingseis aan de pensioen-BV gesteld. In de loop van de behandeling van het wetsvoorstel verdween deze eis. We zien een dergelijke voorwaarde dan ook niet terug in de wet. Toch wordt deze eis door belastinginspecteurs nog wel gesteld bij de gouden handdruk-stamrecht-BV, met de resolutie van 1992 in de hand.
Naar mijn idee behoort deze voorwaarde niet meer gesteld te worden. Brede Herwaardering II is wet geworden zonder een beleggingseis. Het zou mij bevreemden als die eis dan via een oude resolutie weer opgeld zou doen. Het lijkt mij daarom het beste als de staatssecretaris de oude resolutie intrekt. Eerst dan is deze niet meer van toepassing. De oude resolutie kan natuurlijk ook worden vervangen. In een nieuwe resolutie behoeven echter geen nadere voorwaarden meer te worden gesteld. Er is slechts behoefte aan duidelijkheid!
Mevrouw drs I.E. Brouwer is werkzaam op de afdeling Fiscaal Juridisch Advies van AXA Equity & Law in Den Haag.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.