nieuws

Verrekening van pensioenrechten bij scheiding

Archief

Het CompetenceCentre for Pension Research van de Universiteit van Tilburg publiceerde onlangs het rapport ’10 jaar Wet verevening Pensioenrechten bij Scheiding’. Onderdeel van de evaluatie van de wet VPS is de fiscale afwikkeling van pensioen bij scheiding. Dit blijkt in de praktijk complexer dan veelal wordt vermoed.

Door Alfred Lagendijk en Bastiaan Starink
De Wet VPS regelt de verdeling van pensioenrechten bij scheiding. De standaard verdelingsmethode verdeelt het tijdens de huwelijkse periode opgebouwde ouderdoms- en vroegpensioen tussen de partners. Het nabestaandenpensioen wordt niet in de verdeling betrokken; dit blijft achter bij de partner voor wie het bestemd is.
De verdelingsverhouding is veelal 50:50. Een andere verhouding is ook mogelijk; zelfs een verhouding waarbij één der partijen alles krijgt, is mogelijk.
Verrekening
Voor de inkomstenbelasting heeft de verdeling van pensioenrechten in principe geen directe gevolgen voor de inkomstenbelasting. De verdeling is fiscaal geruisloos.
Echter, dit kan anders zijn als het pensioen in een andere verhouding dan 50:50 wordt verdeeld. Als er tegenover deze over- of onderbedeling een ander vermogensbestanddeel wordt opgeofferd dan wel wordt verkregen. Aan de zogeheten verrekening van pensioenrechten zijn wél gevolgen voor de inkomstenbelasting verbonden.
Een voorbeeld: een man en een vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en besluiten van echt te gaan scheiden. De vrouw heeft een ouderdomspensioen (OP) opgebouwd: de contante waarde van de aanspraak bedraagt _ 100.000. De man heeft geen OP opgebouwd. Daarnaast is er een woning met een overwaarde van _ 100.000.
In situatie A krijgt de man de helft van het OP en de helft van de woning. Er zijn geen fiscale gevolgen voor de inkomstenbelasting. In situatie B krijgt de man niets van het OP en niets van de woning. Ook dan zijn er geen fiscale gevolgen voor de inkomstenbelasting, omdat het opgeven van het recht op 50% OP niet wordt verrekend met een vermogensbestanddeel.
In situatie C behoudt de vrouw het gehele OP en in ruil hiervoor krijgt de man de gehele woning. Nu zijn er wel fiscale gevolgen. De vrouw kan een aftrekpost claimen ter grootte van de helft van de woning, terwijl de man _ 50.000 bij zijn inkomen moet optellen.
Theorie
In eerste oogopslag is het vreemd dat de wet geen gevolgen voor de inkomstenbelasting verbindt aan situatie A en wél aan situatie C. Per saldo is het resultaat immers hetzelfde. De formele reden hiervoor is dat een pensioenrecht een voorwaardelijk vermogensbestanddeel is. Op het moment van scheiding kan het recht niet te gelde worden gemaakt. Pas op de pensioendatum worden er uitkeringen verricht. De woning daarentegen is geen voorwaardelijk vermogensbestanddeel. Deze kan direct te gelde worden gemaakt.
Omdat in situatie C het recht op een voorwaardelijk vermogensbestanddeel wordt ingeruild voor een onvoorwaardelijk vermogensbestanddeel en de partners door de scheiding geen economische eenheid meer zijn, is er een genietingsmoment voor de inkomstenbelasting. Hieraan zijn fiscale gevolgen verbonden.
Defiscalisering
Alhoewel de huidige wetsystematiek theoretisch gezien correct is, is het volkomen strijdig met de inkomensbeleving van personen. Er moet in situatie C namelijk belasting betaald worden over een component die niet als inkomen wordt ervaren. Daar komt bij dat het tot onbedoelde constructies kan leiden, omdat het voor kan komen dat de aftrek tegen een hoger tarief plaatsvindt dan de bijtelling.
Daarnaast is het de vraag waar de belasting van betaald moet worden, aangezien er geen liquiditeiten zijn. In ons voorbeeld heeft de man niet meer dan een hoop stenen. Doordat uit een echtscheidingsconvenant veelal niet helder valt op te maken of en in hoeverre er sprake is van verrekening, is onduidelijk of de Belastingdienst te allen tijde de regels correct kan uitvoeren.
Om deze en andere redenen, pleiten de auteurs van het rapport voor een defiscalisering voor de inkomstenbelasting van pensioenverrekening bij scheiding.
Lijfrente
Naast verrekening met bijvoorbeeld een woning kan een pensioenrecht ook worden verrekend met het storten van een lijfrente of een andere inkomensvoorziening.
Opnieuw een voorbeeld, voortbordurend op het vorige. Dit keer heeft de vrouw een ouderdomspensioen (OP) opgebouwd met een waarde van _ 100.000. De man heeft geen OP opgebouwd en er is verder geen vermogen.
De vrouw houdt het gehele OP en stort voor de man een lijfrente bij een verzekeraar met een contante waarde van _ 50.000. De fiscale gevolgen zijn als volgt: de storting is voor de vrouw aftrekbaar, de lijfrente zelf wordt bij de man niet belast, maar de uiteindelijke uitkeringen zijn wél belast.
Tot slot
De fiscale gevolgen van pensioenverrekening bij scheiding zijn soms onduidelijk en onverwacht. Daarnaast is het de vraag of partijen de fiscale gevolgen van een boedel- en pensioenverdeling bij scheiding vooraf wel volledig kunnen overzien. De advocaat speelt hierbij een grote rol. Wat wél duidelijk is, is dat er een grote rol is weggelegd voor de adviseur. Kansen te over dus.
Pensions Actuarial & Insurance Services van PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs.
Verklaring VPL
In de laatste maand van 2005 was het onderwerp van de rubriek Fiscaal (zie AM 23, pag. 50) de wijziging van pensioenregelingen in verband met de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling. Wij stelden daarin dat de Belastingdienst van werkgevers een verklaring vraagt als de pensioenregeling per 1 januari 2006 níet voldoet aan de Wet VPL. In onze beleving was dit in de aanvangsfase het geval. De Belastingdienst blijkt de verklaring echter te vragen als de pensioenregeling wél voldoet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.