nieuws

Vereveningsinstantie Maav: gelijke bijdragen pensioenfondsen en

Archief

verzekeraars

Verzekeraars en pensioenfondsen die wao-gatverzekeringen hebben, moeten in gelijke mate en naar evenredigheid van de desbetreffende portefeuille bijdragen aan het tekort van de onderlinge Maav, het begin 1994 opgerichte (eenmalige) toevluchtsoord voor chronisch zieken. De bijdrageregeling is eind vorige week in de Staatscourant gepubliceerd.
De verzekeraars en pensioenfondsen hadden na het van kracht worden van de wet Maav acht weken de tijd om het eens te worden over een vereveningsregeling.
Omdat deze partijen er niet uitkwamen, werd door de Verzekeringskamer in maart 1994 een, wettelijk voorziene, Vereveningsinstantie in het leven geroepen, bestaande uit prof. G.W. de Wit (voorzitter), dr J.H.W. Goslings en P. van Yperen.
Criterium
Naar het oordeel van deze Vereveningsinstantie is de herkomst van de Maav-verzekerden in beginsel het belangrijkste criterium waarop de verdeling van het tekort tussen de betrokken verzekeraars en pensioenfondsen moet worden gebaseerd.
Ter onderbouwing van haar meningsvorming hield zij een enquête onder representatieve organisaties in het bedrijfsleven. De Vereveninginstantie wilde weten: op welke schaal wao-gatverzekeringen waren gesloten, in welke mate dit collectief dan wel niet-collectief is geschied, en of de dekking wordt verleend door een pensioenfonds (zonder of met herverzekering) of door een verzekeraar. “De gevraagde informatie bleek door de representatieve organisaties grotendeels niet te kunnen worden aangeleverd. Met de wel verkregen gegevens was het niet mogelijk om ook maar bij benadering een enigszins realistisch beeld van mogelijke verschillen tussen pensioenfondsen en verzekeraars aan te tonen”, staat in de toelichting op de regeling.
Nauwelijks selectie
Onderzoek van het Maav-bestand leerde, dat de achtergrond van de Maav-verzekerde, gezien de door de onderlinge gehanteerde procedure, “niet in het bijzonder is bepaald door de door een verzekeraar of pensioenfonds toegepaste risicobeoordeling. Selectie speelt nauwelijks of geen rol”. Omdat de verzekerden niet of nauwelijks afkomstig zijn van verzekeraar- dan wel pensioenfondsgerelateerde bestanden, is er volgens de Vereveningsinstantie geen grond om de betrokken verzekeraars en pensioenfondsen niet in ‘gelijke’ mate in de kosten van de Maav te laten participeren.
Aantallen verzekerden
De Vereveningsinstantie heeft, na overweging van diverse alternatieven, gekozen voor een omslag op basis van aantallen verzekerden.
“Een verevening van het tekort op basis van aantallen verzekerden met een aanvullende wao-dekking is een objectiveerbare maat die relatief eenvoudig kan worden vastgesteld. Een dergelijke verevening gaat uit van neutraliteit ten aanzien van de solidariteit en heeft geen structurele onrechtvaardigheid in zich”.
Echter, met de aantallen alléén had de Vereveningsinstantie geen vrede, want daarbinnen kunnen mensen met een positief- en met een negatief wao-hiaat worden onderscheiden (zie kader). Gebleken is, dat verzekeraars en pensioenfondsen geen uniforme gedragslijn volgen als het gaat om het omgaan met personen met een negatief wao-hiaat. Deze personen maken soms wel en in andere gevallen geen deel uit van de verzekerde collectiviteit (al dan niet samenhangend met de in een collectieve regeling gemaakte afspraken). “Dit maakt naar de mening van de Vereveningsinstantie het aantal verzekerden in een collectiviteit sec, zonder daarbij rekening te houden met het al of niet positief zijn van het wao-hiaat van de verzekerde, een discutabele grootheid voor de verevening.” Mede uit overweging van solidariteit tussen diegenen die een wao-gatdekking behoeven, oordeelde het driemanschap het juist om bij een verevening op basis van aantallen alleen verzekerden met een positief wao-hiaat te betrekken.
Eenmalige afrekening
Aangezien de chronisch zieken slechts een eenmalige mogelijkheid hadden om tot de Maav toe te treden, loopt het verzekerdenbestand met directe ingang uit.
Theoretisch zal de laatste verzekerde rond 2037 zijn verzekering beëindigd zien, hetzij als actieve werknemer hetzij als ontvanger van een uitkering. Voorts blijkt bij aanvang de representatie in de lagere leeftijdscategorieën het geringst te zijn. Dit maakt de instandhouding van de onderlinge tot de laatste verzekerde is verdwenen niet praktisch. Mede tegen die achtergrond heeft de Vereveningsinstantie gekozen voor een eenmalige afrekening, met zowel de mogelijkheid van restitutie als van nabetaling indien het financieel toch aanzienlijk anders uitpakt dan nu kan worden voorzien. Het is de bedoeling dat deze eenmalige aanslag vóór 1 oktober a.s. wordt opgelegd en dat verzekeraars en pensioenfondsen vóór de komende jaarwisseling betalen. Indien de Maav in liquiditeitsproblemen zou geraken, kan eerdere betaling worden gevorderd. De door de Vereveningsinstantie vastgestelde regeling blijft geldig totdat verzekeraars en pensioenfondsen in onderling overleg zelf een andere regeling vaststellen.
Verkoop portefeuille
Zoals weergegeven in AM nr 7, pag. 27 had de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen forse kritiek op een eventuele gelijke omslagregeling voor het Maav-tekort. Zij vond dat dan van de pensioenfondsen relatief te veel werd gevraagd. Voorts maakte deze vereniging ernstig bezwaar tegen de optie van de Maav om op enig moment te portefeuille te verkopen.
Ook de Vereveningsinstantie heeft gefilosofeerd over een eventuele verkoop. “Om eventuele na- of terugbetalingen en de daaraan gekoppelde administratieve handelingen geheel te vermijden, moet worden nagegaan of een versnelde afbouw van de portefeuille tot de mogelijkheden behoort.” Hierbij kan worden gedacht aan verkoop, waarbij een verzekeraar tegen koopsom alle toekomstige verzekeringsverplichtingen overneemt, en daarmee de andere verzekeraars en pensioenfondsen van alle toekomstige nabetalingen ontslaat. Na verkoop van de portefeuille zou de Maav een eventueel overschot of tekort aan de betrokken verzekeraars en pensioenfondsen moeten restitueren of bij hen in rekening brengen naar rato van de aan hen opgelegde eerste aanslag.
Positief wao-hiaat
De Vereveningsinstantie wil de bijdrage-grondslag beperken tot de verzekerden met een ‘positief wao-hiaat’. Met dat laatste wordt bedoeld: het verschil tussen 70% van het laatst verdiende inkomen op basis van de wao en de uitkering ingevolge de wao, voor zover dit verschil groter is dan nul. Voor 58-plussers en minimumloners jonger dan 33 jaar bestaat geen wao-hiaat, terwijl het wel kan voorkomen dat zij op basis van arbeidsovereenkomst zijn betrokken op de financiering van de collectieve regeling voor de aanvullende wao-verzekering. De Vereveningsinstantie vindt het aannemelijk verzekerden die geen positief wao-hiaat hebben niet tot de verevening van het Maav-tekort te verplichten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.