nieuws

Verevening van pensioenrechten bij scheiding: fiscale aspecten

Archief

door mr drs R.M.J.M. de Greef

In AM 9 (pagina 36) heb ik aandacht besteed aan de civielrechtelijke aspecten van de per 1 mei jl. in werking getreden Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Thans zal ik in vogelvlucht enige fiscale aspecten behandelen die deze wet aangaan. Alvorens dat te doen volgt eerst een globaal overzicht van de fiscale aspecten zoals die golden onder het Boon/Van Loon-regime. In sommige gevallen kan immers de oude systematiek nog van toepassing zijn.
Boon/Van Loon
In het arrest van de Hoge Raad uit 1981 (Boon/Van Loon) heeft ons hoogste rechtscollege een viertal verrekeningsmethoden aangegeven. Elk van deze methoden heeft zijn eigen fiscale aspecten. Zoals in de vorige aflevering reeds is aangegeven, ging het bij de Boon/Van Loon-systematiek om verrekening van de pensioenrechten. De rechten zelf werden niet overgedragen, doch slechts de waarde van dit recht werd verrekend. Thans is het zo dat er een recht wordt overgedragen.
De vier verrekeningsmethoden in het arrest Boon/Van Loon:
1) het verrekenen door middel van contanten of goederen;
Bij deze methode wordt contant verrekend of door middel van het toebedelen van goederen uit de gemeenschap, ter grootte van de verrekeningswaarde. De toebedelende ex-echtgenoot kan de waarde van de verrekening aftrekken van zijn progressief belaste inkomen. De ontvangende ex-echtgenoot dient de ontvangen waardeverrekening als inkomen op te voeren. Op verzoek kan het bijzondere tarief van 45% worden toegepast.
2) het toebedelen van rechten;
Indien een voorwaardelijk recht op een deel van het ouderdomspensioen wordt toegekend, blijven de pensioenrechten zelf ongesplitst. Dit brengt met zich mee dat bij uitkering van het gehele pensioen aan de ontvanger/gerechtigde, deze laatste voor het geheel in de loonheffing wordt aangesproken. Het aan de ex-echtgenoot doorbetaalde deel kan eerstbedoelde ten laste van zijn inkomen brengen, terwijl de ontvanger van het doorbetaalde deel in de progressieve heffing wordt belast.
3) het bedingen van een lijfrente;
Indien ervan wordt uitgegaan dat ter uitvoering van de verrekening een lijfrente-overeenkomst bij een professionele verzekeringsmaatschappij wordt ondergebracht, dan zal de koopsom niet aftrekbaar zijn, terwijl de ontvangen termijnen zijn belast volgens de saldomethode, zodat belastingheffing pas optreedt zodra het totaal van de uitgekeerde termijnen het bedrag van de betaalde koopsom overtreft.
4) het verstrekken van een extra verzorgingsuitkering;
Bij deze methode stelt de toebedelende ex-echtgenoot door betaling van termijnen de ontvangende ex-partner in staat zelf een oudedagsvoorziening te bekostigen. De betaalde termijnen zijn bij de uitbetalende ex-echtgenoot aftrekbaar. De termijnen zijn vervolgens bij de ontvangende ex-partner in principe belast, doch kunnen – met inachtneming van de grenzen van de premie-aftrek – weer worden afgetrokken als lijfrentepremie. De later tot uitkering komende lijfrente-termijnen zijn vervolgens weer (geheel) belast.
Wet verevening pensioenrechten
In de nieuwe Wet kunnen grofweg eveneens een viertal situaties worden onderscheiden die nadere fiscale aandacht behoeven:
1) recht op uitbetaling door het uitvoeringsorgaan;
Zoals bekend krijgt de vereveningsgerechtigde in de systematiek van de ‘Wet verevening pensioenrechten’ een zelfstandig recht op uitbetaling van een voorwaardelijk ouderdomspensioen jegens het uitvoeringsorgaan. De toekenning van een rechtstreeks vorderingsrecht op het uitvoeringsorgaan indien binnen twee jaar na scheiding van dat vorderingsrecht mededeling is gedaan aan het uitvoeringsorgaan, is als zodanig niet als een belastbaar feit aan te merken. De toekomstige termijnen zullen in de toekomst bij de genieter worden belast tegen het normale progressieve tarief. Ieder van de ex-echtgenoten wordt in deze opzet dus alleen belast voor dat deel van het pensioen dat aan hem/haar toekomt.
2) uitbetaling via de ex-echtgenoot;
Indien niet binnen twee jaar aan het uitvoeringsorgaan mededeling wordt gedaan van de scheiding, kan de ex-echtgenoot niet meer het uitvoeringsorgaan aanspreken, doch dient hij/zij een beroep te doen op de ex-echtgenoot. Het pensioenrecht blijft dus in dit geval ongesplitst. Er is sprake van de zelfde feitelijke situatie als onder het Boon/Van Loon-systeem, hiervóór beschreven onder punt 2: “het toebedelen van rechten”. De belastingheffing verloopt op dezelfde wijze als daar is aangegeven. Dat wil zeggen: dat de ontvanger/gerechtigde voor het gehele pensioen in de loonheffing wordt belast. Het aan de ex-echtgenoot doorbetaalde deel kan de gerechtigde ten laste van zijn inkomen brengen, terwijl de ontvanger van het doorbetaalde deel normaal progressief wordt belast voor het ontvangen deel.
3) conversie;
Conversie houdt in dat het te verevenen recht op ouderdoms- en nabestaandenpensioen wordt omgezet in een zelfstandig recht op pensioen voor de ex-echtgenoot.
Op grond van het per 1 januari 1995 in werking getreden artikel 11c Wet op de loonbelasting kan conversie fiscaal geruisloos geschieden.
4) andere gevallen;
Tot slot de situaties waarbij sprake is van verzoening, hertrouwen of overlijden. Het herstel van rechten in deze overige gevallen naar de oude situatie kan eveneens fiscaal geruisloos geschieden.
Kosten van verevening
Op grond van de nieuwe wet kan een pensioenuitvoerder kosten in rekening brengen terzake van de uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de verevening. Het is vooralsnog niet geheel duidelijk hoe deze kosten fiscaal behandeld mogen worden. Naar ik aanneem zal het in het algemeen pleitbaar zijn om deze kosten af te mogen trekken op grond van artikel 35, eerste lid Wet op de inkomstenbelasting als kosten ter verwerving, inning en behoud van de inkomsten.
Resumé
Voor wat betreft de fiscale aspecten van de Wet verevening pensioenrechten dient men zich tevoren rekenschap te geven van de diverse uitkomsten die horen bij de diverse situaties. Ook dit aspect speelt immers een rol – zei het meestal geen doorslaggevende – in de afwikkeling van een scheiding.
Omdat soms ook de Boon/Van Loon-systematiek nog van belang kan zijn, is het fiscale belang van de oude regeling voorlopig nog niet van de baan.
Roland M.J.M. de Greef is werkzaam bij de Sectie Pensioenen & Levensverzekeringen van Coopers & Lybrand te Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.