nieuws

Verblijfsvergunning geen noodzaak voor standaardpakketpolis

Archief

 

Een 85-jarige emigrante uit de Verenigde Staten wil een standaardpakketpolis. Een aantal maanden eerder heeft ze een verblijfsvergunning bij de Vreemdelingenpolitie aangevraagd, waarover nog geen oordeel is geveld. De verzekeraar heeft meer gegevens van de vrouw nodig, waaronder een kopie van de verblijfsvergunning. Hierdoor komt de verzekereraar te weten dat de vrouw nog geen definitieve verblijfsvergunning heeft. Vervolgens seponeert de verzekeraar de aanvraag. Andere verzekeraars blijken een zelfde beleid te voeren. De vrouw maakt duidelijk dat zij gezien haar leeftijd niet meer zelfstandig kan wonen, en dat ze daarom naar haar dochter en schoonzoon in Nederland is verhuisd. Een ingezetenschap van Nederland blijkt volgens de vrouw niet alleen uit een geldige verblijfsvergunning, maar ook uit sociale en economische factoren. Ze verwijst daarbij naar een circulaire van de Ziekenfondsraad van 18 juli 1984 over het ingezetenschap volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Volgens de in deze circulaire gehanteerde maatstaven is de vrouw ‘in Nederland woonachtig’. Overigens is de vrouw nog steeds verzekerd via de Amerikaanse maatschappij Blue Cross/Blue Shield. De verzekeraar stelt dat iedere ziektekostenverzekering op basis van de standaardpakketpolis moet worden aangemeld bij de Stichting Uitvoering Omslagregeling WTZ (SUO/WTZ). Deze organisatie verlangt, wil er sprake kunnen zijn van omslagrecht, dat een kopie van een verblijfsvergunning moet worden overgelegd. Zonder omslagrecht kan er niet meer van een standaardpakketpolis worden gesproken, maar is het een verzekering op maatschappijvoorwaarden, waarvoor geen acceptatieplicht geldt. De verzekeraar stelt dat naast economische en sociale ook juridische bindingen met Nederland een rol spelen in gevallen waarbij het ingezetenschap niet duidelijk is. Een verblijfsvergunning is derhalve noodzakelijk. Artikel 2, eerste lid van de WTZ bepaalt onder meer dat een ziektekostenverzekeraar een verzekeringsovereenkomst moet sluiten met personen die I onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de verzekeringsovereenkomst volgens dat verzoek moet ingaan hier te lande woonachtig worden, èn II op enigerlei wijze tegen ziektekosten verzekerd zijn, èn III het verzoek tot het sluiten van de verzekeringsovereenkomst doen binnen vier maanden na het onder I genoemde tijdstip.” De Beroepscommissie WTZ wijst op een circulaire van de Ziekenfondsraad uit 1992, waarin wordt gesteld dat het totaalbeeld van de feitelijke onmstandigheden aangeeft of er sprake is van ingezetenschap. Dat is in deze zaak inderdaad het geval, omdat de vrouw in het bevolkingsregister van de gemeente Wassenaar is ingeschreven, omdat ze haar woning in de Verenigde Staten heeft opgezegd, en omdat ze haar eigendommen naar Nederland heeft laten overbrengen. Er kan dus geconcludeerd worden dat ze hier woonachtig is. Omdat zij ook aan de andere voorwaarden voldoet, had verzekeraar haar niet mogen afwijzen, aldus de commissie. Beroepscommissie nummer 9620

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.