nieuws

‘Veel koudwatervrees in de zorg’

Archief

Het vastleggen van zijn toekomstfilosofie over de gezondheidszorg in een handzaam boekje blijkt achteraf de zwanenzang van Jan de Mos bij Zorgverzekeraars Nederland te zijn geweest. Wellicht krijgt het heldere manifest van deze ‘informatie-architect’ door zijn plotselinge vertrek meer aandacht van de buitenwacht dan het gekregen zou hebben als hij gewoon algemeen directeur van Vektis was gebleven.

 
door Richard Vroom
Aan een uitvoerige analyse van zijn vertrek bij Vektis heeft Jan de Mos geen behoefte. Hij heeft er uiteraard wel begrip voor, dat zijn abrupte afscheid vragen oproept. In de bekendmaking van Vektis werd gesteld dat “de heer De Mos in overeenstemming met zijn ambitieniveau toe is aan een nieuwe uitdaging”.
De man in kwestie (“het is niet mijn brief”) laat blijken dat hij niet zozeer toe was aan een nieuwe uitdaging, maar zich vooral geremd voelde in de ontplooiing van Vektis, het landelijk informatiecentrum van en voor de zorgverzekeraars. Om de zaak in het juiste perspectief te zetten, moeten we even terug naar het midden van de jaren zeventig. Het was een periode waarin de particuliere ziektekostenverzekeraars zich schrap zetten tegen de dreiging van een volksverzekering. In 1975 hebben enkele vooruitstrevende verzekeraars, onder wie Jan Bok (Zilveren Kruis), Wim de Wit (Nationale-Nederlanden) en Dan Huesmann (Ohra), de koppen bijelkaar gestoken. Hun overtuiging was: we moeten meer doen aan de eigen informatievoorziening. De Mos: “Er werd een rechtspersoon opgericht, de stichting KISG, en er verscheen een statistisch jaarboekje. Om de continuïteit te kunnen waarborgen moest er iemand in dienst worden genomen. Ik werd aangenomen als hoofd secretariaat, tevens enig medewerker. Mijn eerste taak was: meer deelnemers werven.”
Omslagpunt
De Mos had voordien al tal van functies in het bedrijfsleven vervuld, maar de rol van acquisiteur was nieuw voor hem. “Die werving was in het begin best lastig. Het KISG was opgezet voor het algemeen belang van de ziektekostenverzekeraars, maar velen zagen het daarmee samenhangende eigen belang nog niet. We begonnen met 25% van de markt en het heeft jaren geduurd voordat we echt groeiden. Toen we 50% hadden bereikt, bleek dat het omslagpunt te zijn, want als ik daarna bij een ziektekostenverzekeraar binnenkwam die nog niet meedeed, begon men zich te verontschuldigen. Het is overigens frappant dat zich nu aan de ziekenfondskant exact hetzelfde verschijnsel voordoet.”
Toen KISG eenmaal goed op de rails stond, streefde De Mos al snel naar verbreding van de dienstverlening aan de particuliere verzekeraars, bijvoorbeeld in de vorm van databanken met allerlei tariefgegevens. “In die periode hebben we ook Zorgnet van de grond getild, een van de eerste telematicanetwerken in de gezondheidszorg voor de elektronische uitwisseling van gegevens, machtigingen, en facturen tussen zorgaanbieders en verzekeraars. Daarna ontstonden al snel eigen netwerken van regionale verzekeraars. Zorgnet richt zich vooral op de landelijk werkzame maatschappijen.”
Wens: marktgericht
In 1995 fuseerden de organisatie van de particuliere verzekeraars (Kloz) en die van de ziekenfondsen (VNZ) tot Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Twee jaar eerder hadden de fusiepartners hun statistiekbureaus al laten integreren, onder leiding van De Mos en met als nieuwe naam Vektis.
Bij het voormalige Kloz had De Mos met ‘zijn’ KISG (twaalf medewerkers) een tamelijk zelfstandige positie; het statistiekbureau van de ziekenfondsen was een stafafdeling. De Mos wilde voor Vektis een marktgerichte positie, welke zou liggen tussen die van ABZ Holding (ADN, Audalet, Arisco) en het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS). Binnen het nog duidelijk in bloedgroepen verdeelde ZN bleek de door De Mos gewenste (en gewende) bewegingsvrijheid niet haalbaar. Het keurslijf begon steeds meer te knellen.
Teboekgesteld
In het kader van de profilering van Vektis, waarbinnen De Mos inmiddels ook benchmark-activiteiten (bedrijfsvergelijkend onderzoek) had opgezet, werd een of twee keer per jaar een symposium gehouden. In de aanloop naar het op 1 december gehouden symposium ‘Transformatieprocessen in de zorgsector’ heeft De Mos zijn in de afgelopen twintig jaar opgedane inzichten teboekgesteld.
“Vraag en aanbod kunnen veel beter op elkaar worden afgestemd, maar in de zorgsector gaat dat heel moeizaam. Mijn boekje is voortgekomen uit nieuwsgierigheid en betrokkenheid, maar je kunt ook zeggen: uit frustratie. Want waarom lukt het niet in de gezondheidszorg wat elders wel lukt? Ik heb een aantal jaren geleden een bedrijfskundige opleiding gevolgd. En het kwartje ging steeds meer vallen. Iedereen benadert de gezondheidszorg vanuit de eigen optiek: of vanuit een politieke achtergrond of puur vanuit de techniek. Ik dacht: laat ik het nu eens analyseren vanuit diverse trends; bedrijfskundige trends, zorgtrends en IT-trends. Wat hebben die trends elkaar te vertellen?” In zijn boekje stelt De Mos, dat in algemeen maatschappelijk opzicht de volgende grondtrends bestaan: het steeds dynamischer en individueler worden van het consumentengedrag, de technologische veranderingen en de mondialisering van vraag en aanbod. “Deze grondtrends zullen zich ook voordoen in de gezondheidszorg. Zo oordeelde het Europese Hof van Justitie dat ziektekostenverzekeraars de kosten moeten vergoeden van patiënten die zich in andere EU-lidstaten laten behandelen. Alleen bij ziekenhuishulp is nog toestemming vooraf nodig. Volgens de Europese Commissie opent dit juridisch oordeel grote mogelijkheden voor EU-burgers om buiten de landsgrenzen medische hulp te zoeken. Nieuwe technieken als Internet zullen dit proces versterken. Door de moderne communicatievormen worden tijd en afstand relatieve begrippen.”
Huisarts als procesmanager
De Mos heeft ook een uitgesproken opvatting over de positie van de huisarts. “Juist om een tweedeling in de zorg tussen werkenden en niet-werkenden te voorkomen, zou het goed zijn als de huisarts de rol van procesmanager krijgt. Immers bij werknemers gaat de bedrijfsarts/arbodienst in toenemende mate de rol van procesmanager vervullen. Ook ten aanzien van de ouderen zou het heel goed zijn als de huisarts procesmanager is, want het is beter te investeren in voorzorg dan in zorg.”
Daarbij moeten we volgens hem af van het idee van de huisarts als poortwachter. Net zoals de steden al eeuwen geen poortwachters meer hebben en iedereen van alle kanten de stad in kan en die weer kan verlaten (24 uur per dag), zo moeten we de gezondheidszorg ook kunnen zien als een voor de consument/patiënt open circuit. “Een kwart van de patiënten die een specialist bezoekt, heeft geen verwijsbriefje van de huisarts. Patiënten menen steeds vaker zelf het beste te weten welke specialist zij nodig hebben. Door de nieuwe communicatietechnieken zal dit proces zich versterken. Een antwoord op die bedreiging zou kunnen zijn dat de huisarts transformeert van poortwachter naar procesmanager, met een hogere toegevoegde waarde.” De Mos spreekt van een voorspelbare weerstand van huisartsen tegen de benaming procesmanager, omdat deze term uit het bedrijfsleven komt. “Maar wat is daar tegen als we met z’n allen vinden dat we in de gezondheidszorg best iets bedrijfsmatiger zouden mogen werken? En bovendien, in het bedrijfsleven staat de functie van procesmanager heel duidelijk voor hetgeen waar het bij de huisarts om gaat: het beheer van het gehele proces vanuit de klant, daarvoor verantwoordelijkheid dragen (zowel voor inhoud als voor resultaat) en vanuit die verantwoordelijkheid streven naar een optimale oplossing.” En evenals in het bedrijfsleven het geval is, zou de huisarts als procesmanager het gehele klanttraject moeten beheren: voorzorg, zorg, nazorg. Hier hoort uiteraard een stimulerende beloningsstructuur bij, aldus De Mos. “Daarbij zou gedacht kunnen worden aan een basishonorarium per verzekerde, uitgaande van een gemiddeld aantal gesprekken per klant per jaar (met een prijs die wordt vrijgelaten aan huisarts en verzekeraar). Met daarnaast meerprijzen voor aanvullende dienstverlening.” In zijn boek geeft hij een uitvoeriger onderbouwing van dit betoog.
Koudwatervrees
De Mos maakt continu vergelijkingen met andere bedrijfstakken (“In de zorg ontbreekt de druk van de concurrentie. Dat is één van de oorzaken waarom in de zorg alles minstens tien jaar later gebeurt”). Hij vindt dat er veel koudwatervrees is. “Zoals de Stadspost niet het einde van PTT Post betekende en Lovers niet het einde van de NS, zo zal het toelaten van nieuwe zorgaanbieders echt niet het einde betekenen van de gevestigde zorgaanbieders. Alleen zullen de gevestigde aanbieders gedwongen worden meer vanuit de klant te handelen. En op termijn zullen zij er ook zelf de vruchten van plukken.”
De Mos gaat nog even dieper op de vergelijking met de opkomst van stadspostdiensten. “De PTT moest wat doen en ze vaart er nu wel bij. PTT Post is zelf inmiddels een van de grootste koeriers geworden. Maar is wel wat veranderd, ook in service.”
Als een man van ‘de cijfers’, wijst hij erop, dat er her en der een overvloed aan gegevens bestaat, maar dat er veel te weinig goede informatie is. “Wat kost een diabetespatiënt gemiddeld per jaar? Daar heeft niemand een antwoord op, omdat alle registraties die er zijn, ophouden bij de eigen muren. Dat geldt bij de huisarts, meerdere specialisten, en in de nazorg. Er is geen enkele koppeling van de gegevens in het behandelingsproces. Wil je echt aan schadelastbeheersing doen (denk aan termen als managed care, disease-management), dan moet je eerst in beeld brengen: wat voor categorieën patiënten heb ik nu eigenlijk? Wat gebeurt er vóór en na het ziekenhuis? We moeten bijvoorbeeld naar een integrale benadering van een aandoening in voorzorg, zorg en nazorg. Is het wel effectief om de ligduur alsmaar te verkorten? Misschien is het wel effectiever om die persoon een week langer te verplegen”, vraagt De Mos zich hardop af. Over verdeling van een gelijkblijvende of krimpende koek hoeven de zorgverleners niet in te zitten, stelt hij. “De markt neemt juist toe, als gevolg van de vergrijzing, de technologische ontwikkeling, de mondigheid en de koopkracht.” Op de vraag of er geen ‘Amerikaanse toestanden’ dreigen bij een meer economische benadering, reageert De Mos: “In Nederland is iedereen verzekerd. De toegang tot de gezondheidszorg is gewaarborgd. De vraag is wel, of die toegang zo luxe moet blijven als nu. De consument kan nu in veel situaties als het ware vrijuit kiezen in een delicatessenzaak. Er mag natuurlijk best een stukje eigen verantwoordelijkheid bij de consument worden neergelegd”.
‘Gezonde onrust’
Zijn boekje wordt op de omslag omschreven als een manifest voor transformatieprocessen in de zorgsector en de titel luidt ‘Nieuwe dynamiek, gezonde onrust’. Voor onrust heeft het zeker gezorgd, maar dan in eerste instantie meer binnen de wandelgangen van ZN dan bij de overheid en de instellingen van gezondheidszorg. Dat is jammer, want het boekje is vooral voor die buitenwacht bedoeld.
De concrete reacties die hij tot dusver heeft gehad, liggen overigens vooral op het praktische vlak. In het boekje beschrijft De Mos het vernieuwingsproces van een groot ziekenhuis in Zweden. Dit ziekenhuis werd heringericht vanuit patiëntenperspectief. Dat leidde tot een kostenbesparing van 15 tot 25% en het aantal behandelde patiënten steeg met meer dan een kwart. “Diverse mensen hebben mij benaderd met het verzoek om meer informatie daarover te geven. Iemand wilde zelfs een studiereis naar Stockholm op touw gaan zetten.”
De Mos: “Mijn boekje is voortgekomen uit nieuwsgierigheid en betrokkenheid, maar je kunt ook zeggen: uit frustratie”.
Jan de Mos (53) begon zijn loopbaan als assistent-accountant en kwam van daaruit in de fiscale adviespraktijk terecht. Hij werkte vervolgens vier jaar in de automatiseringsbranche, onder meer als informatie-analist en projectleider. Omdat de Mos geen automatiseringsspecialist wilde worden, vervulde hij daarna managementfuncties bij uiteenlopende bedrijven. In 1977 werd hij het eerste personeelslid van de stichting KISG, het statistiekbureau voor particuliere ziektekostenverzekeraars. Hij heeft daar (en sinds 1993 bij Vektis) uiteindelijk twintig jaar aan het roer gestaan. De Mos wil zich nu gaan vestigen als zelfstandig consultant op het terrein van transformatie- en informatiemanagement.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.