nieuws

Van Voorst Vader leeft niet voor rokende schoorsteen

Archief

De laatste loodjes vallen hem spreekwoordelijk zwaar. Luttele weken voor zijn overstap naar stichting SRK Rechtsbijstand, waarvan hij algemeen directeur wordt, is Alexander van Voorst Vader voor enige dagen aan het bed gekluisterd. Zelfs voor de rug van een sportman die gewend is om twee keer per week zes kilometer te hardlopen, kan het tuinieren wel eens te zwaar zijn. Hoewel fysiek niet in staat om te gaan en te staan, laat Van Voorst Vader de kans niet voorbij gaan om zijn ‘boodschap’ uit te dragen. Vanaf zijn ziekbed in Naarden een bespiegeling over zichzelf en over de markt.

door Wim Abrahamse
Zijn aanstaande afscheid van de NBVA was nota bene mede ingegeven door de zware fysieke en geestelijke belasting die het voorzitterschap met zich brengt. Twaalf jaar lang zestig tot zeventig uur in touw zijn voor de standsorganisatie was voor Van Voorst Vader heel gewoon. “Tja, ik weet niet beter. Het schijnt niet gezond te zijn, maar ik heb er geen getuigschrift van. Bovendien heb ik al een hoop nevenfuncties afgebouwd naarmate mijn hoofdtaken zwaarder zijn geworden. Maar het is de aard van dit beestje. Als ik iemand in mijn directe omgeving in nood zie, wil ik helpen, meedenken. Dat komt niet alleen door mijn opvoeding, maar ook omdat mijn hart dat ingeeft.”
Als een van de vijf kinderen uit een predikantengezin kreeg Van Voorst Vader het met de paplepel ingegoten om niet louter voor jezelf te leven, maar – naast de noodzakelijke broodwinning – je ook in te zetten voor algemeen maatschappelijke en culturele activiteiten. “Mijn ouders waren zeer sociaal geëngageerd. Alle kinderen hebben van hen meegekregen om de talenten die je hebt ontvangen ook te gebruiken voor hulp aan anderen. Leven om alleen de schoorsteen te laten roken, zou ik afschuwelijk vinden. Dat is je reinste narcisme, wat leidt tot sociale en culturele armoede. De samenleving is bovendien sterk afhankelijk van particulier initiatief.”
Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat Van Voorst Vader al in zijn studentenjaren actief was in het welzijnswerk en de jeugdgezondheidszorg, onder meer voor de verzorging van kinderen van gescheiden ouders. “In die jaren werd ik geconfronteerd met mijn maximale incompetentie op het gebied van opvoeding, huishouden en koken.” Zijn brede maatschappelijke interesse bleef evenwel, ook na zijn benoeming als beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank. “Intellectueel en bestuurlijk was dat een van mijn meest leerzame werkgevers. Dat werk zat op een zeer hoog abstractieniveau. Dus wilde ik daarnaast dingen doen die rechtstreeks van doen hadden met de worsteling van de samenleving.”
Solidariteit
Naast bestuurlijke functies in jeugdgezondheidszorg, waaronder kinderbeschermingstehuizen, jeugd- en welzijnswerk en psychiatrische inrichtingen, ‘kluste’ Van Voorst Vader tevens bij als vrijwilliger in een rechtswinkel voor het midden- en kleinbedrijf. “Bekwame, maar weinig geschoolde middenstanders liepen vaak vast in het doolhof van regelgeving van gemeenten, provincie en rijksoverheid. Als rechtswinkel probeerden we hen wegwijs te maken en te helpen bij het voeren van hun correspondentie en gesprekken met bankiers, belastingadviseurs en accountants. Veertien jaar heb ik me toen al bezig gehouden met onderwerpen als ondernemingsrecht, fiscaliteit, sociale verzekeringen, huurrecht en soms ook arbeidsrecht.”
Die praktijkervaring komt hem deels van pas bij zijn overstap naar SRK, hoewel dat verleden geen rol heeft gespeeld bij zijn keuze. “Ik vind het prachtig om te kunnen opkomen voor mensen die het niet op eigen kracht kunnen. Het mooie van verzekeringen is de solidariteit. Bij SRK is dat het organiseren van betaalbare eerstelijnshulp voor financieel zwakkeren in de samenleving. Laatst hield iemand bij wie twee longen waren getransplanteerd een lezing voor de Lionsclub. Ondanks de nog beperkte levenskansen van hooguit twaalf jaar was de man intens dankbaar voor deze peperdure operatie gefinancierd uit ziektekostenverzekering, solidariteitsfondsen en charitatieve instellingen. Voor mij geen Amerikaanse toestanden, waardoor miljoenen mensen daar geen ziektekostenpolis kunnen betalen en dus geen adequate medische hulp kunnen krijgen.”
Dat neemt niet weg dat Van Voorst Vader voorstander is en blijft van een grote mate van eigen verantwoordelijkheid. Geen verzekering van de wieg tot het graf is zijn stelregel. “Het voorstel van hoogleraar Flip de Kam om het door de overheid gefinancierde stelsel van rechtshulp te vervangen door een privaatrechtelijke regeling, dus een verplichte rechtsbijstandpolis voor alle gezinnen, gaat mij veel te ver. Het huidige systeem van betaalde rechtshulp heeft zijn waarde deels bewezen, al wordt er nog relatief onvoldoende gebruik van gemaakt. Een verplichte verzekering doet de slinger doorslaan naar de andere kant, haalt bij verzekerden de eigen verantwoordelijkheid weg en maakt het verzekeraars als gevolg van de acceptatieplicht onmogelijk op gezonde bedrijfseconomische grondslagen te functioneren.”
‘Paraplubenadering’
Gedurende zijn voorzitterschap van de NBVA heeft Van Voorst Vader, gewapend met een onuitputtelijke dossierkennis en een niet-aflatende inzet en gedrevenheid, zich sterk gemaakt voor verbetering van de dienstverlening in de verzekeringsbedrijfstak. Het breed analyseren van processen met hun gevolgen had zijn voorliefde. “Zo’n paraplubenadering heb ik permanent leuk gevonden. Dat gaat haast vanzelf. Ik heb een niet te stillen honger, zowel in de breedte als in de diepte. Ik loop vaak op tegen de grenzen van mijn karakter, intelligentie en fysieke kracht. Het liefst zou ik 24 uur per dag informatie willen opzuigen, dingen tot mij laten komen. Het is een hinderlijke eigenschap, doodvermoeiend ook. Altijd heb je de gedachte dat je onvoldoende kennis of ervaring hebt. Als redelijk perfectionist hou ik nu eenmaal van doordachtheid, weloverwogenheid, en zeker niet van losse flodders.”
Het doel van zijn inspanningen was het creëren van een samenhangend beleid met samenbindende factoren, gericht op een gezond functionerende bedrijfstak met een goed imago en een hoge acceptatiegraad bij overheid en publiek. Als zodanig beschouwt hij zichzelf als een voorvechter van bewezen waarden van de bedrijfstak, die hij omschrijft als de vijf hoekstenen van haar eerstgeboorterecht: maatschappelijke ordening, wetgeving, solidariteit, toezicht en zelfregulering. “Onze bedrijfstak heeft een ontstellend grote maatschappelijke en economische transformatiefunctie. Dat werd me goed duidelijk als voorzitter van de kleinste levensverzekeraar in ons land, het Verzekeringsfonds van beambten van De Nederlandsche Bank. Dit fonds was twee jaar na oprichting van de bank in het leven geroepen toen iemand van de bewakingsdienst overleed. Er was geen financiële regeling getroffen voor zijn vrouw en twaalf kinderen. Men is toen letterlijk met de pet rondgegaan om nog enige ondersteuning te kunnen geven.”
Gedragstoezicht
Eén van de meest actuele dossiers waarin Van Voorst Vader zich als een terriër heeft vastgebeten, is dat van het (gedrags)toezicht. Eén punt is daarin volgens hem nog niet afdoende geregeld: de bevoegdheden van de Autoriteit Financiële Markten, de toezichthouder onder leiding van Arthur Doctors van Leeuwen. Van Voorst Vader vindt dat de Autoriteit-FM niet meer bevoegdheden mag krijgen dan De Nederlandsche Bank (DNB) en de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK). “Twee Europese richtlijnen leggen een vérstrekkend beroepsgeheim op aan deze toezichthouders. Die verplichting is tot stand gekomen na zorgvuldige belangenafweging. De toezichthouders mogen niet naar buiten rapporteren om bijvoorbeeld interventies bij bedrijven te melden, tenzij er sprake is van het intrekken van een vergunning. In beginsel moet deze beperkte bevoegdheid ook gelden voor de Autoriteit-FM.”
Van Voorst Vader evenwel vreest dat politiek, media en publiek via een achterdeur alsnog te weten kunnen komen wat de Autoriteit-FM uitspookt. “Volgens het wetsontwerp Financiering Toezicht Financiële Instellingen wordt het toezicht deels gefinancierd uit algemene middelen. Dat betekent dat in beginsel de Algemene Rekenkamer het recht heeft om de doelmatigheid, rechtmatigheid en effectiviteit van het gedragstoezicht te toetsen en inzage zal willen hebben in individuele dossiers om te zien hoe AFM daarmee is omgegaan. De Rekenkamer valt onder de Wet Openbaarheid van Bestuur, zodat parlement én anderen op hun beurt inzage kunnen vragen in de bevindingen van de Rekenkamer. Dit is ten principale onjuist en bovendien onnodig. Niemand heeft kunnen aantonen dat het interventiebeleid van de PVK en DNB niet heeft gewerkt. Dus moeten we op het punt van het beroepsgeheim geen uitzonderingsregime willen creëren voor de Autoriteit-FM.”
Een ongebreidelde, selectieve publicatie van mogelijke misstanden ondermijnt het consumentenvertrouwen in de financiële sector en kan leiden tot algehele kopersstakingen, waardoor verzekeraars en tussenpersonen in de financiële gevarenzone kunnen terechtkomen. Dat zou weer kunnen leiden tot disproportionele imagoschade, vreest de NBVA-voorman. “Onze penningmeester gaf Doctors van Leeuwen bij zijn stagebezoek aan ons kantoor in Tiel een verhelderend voorbeeld. Hij vertelde over zijn buurman, een warme bakker die van het Keuringsinstituut van Waren een boete kreeg voor niet-tijdig aanbrengen van een coating op de vloer. Die boete werd gepubliceerd in de plaatselijke krant. Hoewel er geen sprake was van ongewenste bacterie in de bakkerij, trokken opdrachtgevers hun bestellingen in omdat ze niet met een ‘besmette’ producent wilden werken. Ook het publiek bleef weg, want als het één fout zit, zal er wel meer fout zijn. Binnen twee jaar was de bakkerij failliet. Dat laat zien dat het publicatiewapen tot onvoorziene domino-effecten kan leiden. De branche is meer gebaat bij een stil en krachtig optreden van de toezichthouder.”
Zorgplicht
Het aankomende gedragstoezicht stelt hoge eisen aan het advies van het intermediair. In het kader van de wettelijke zorgplicht zullen straks risicoanalyse en adviezen, zowel voor- als achteraf, exact moeten worden vastgelegd. Als het aan de NBVA had gelegen, was dat alleen nodig geweest voor inkomensvervangende verzekeringen. De Europese wetgever heeft echter anders beslist, aldus Van Voorst Vader: “Het blijft evenwel onzinnig om voor schadepolissen die al jarenlang bij dezelfde maatschappij lopen, een uitgebreide risicoanalyse te moeten maken. Wel zal dit op de ene of andere manier moeten worden geprotocolleerd, zodat de administratieve verwerking de toets van de wetgever kan doorstaan.”
Overigens geldt dit ook voor adviezen van de tussenpersoon die niet tot een transactie leiden. “Als een klant met een erfenis van e 3 miljoen van zijn tussenpersoon te horen krijgt dat hij geen pensioen of aov hoeft te regelen omdat een jaarlijks rendement van bijvoorbeeld 5% over het geërfde vermogen voldoende is voor de oude dag, dan is ook dat advies onderworpen aan de toezichthouder. De Autoriteit-FM zal immers in een conflictsituatie beoordelen of een redelijk denkend en handelend adviseur tot een gelijkwaardig advies had kunnen komen.”
Financiële Bijsluiter
Vanwege zijn zorgplicht zal het intermediair straks gedwongen worden om meer werk van zijn adviestaak te maken, verwacht Van Voorst Vader. Een belangrijke rol daarin speelt de Financiële Bijsluiter, die naar zijn mening “markttuchtigend zal gaan werken”, onder meer op het punt van de discussie over afsluitprovisie versus doorlopende provisie met betrekking tot premievrije- en afkoopwaarde. “Er zijn nog veel tussenpersonen die het bedrijfseconomisch niet aankunnen of aandurven over te gaan op doorlopende provisie, alhoewel dat meer in het belang is van de klant. De Financiële Bijsluiter zal de markt dwingen de keuze voor doorlopende provisie te maken. De klant constateert immers het verschil in premievrije- en afkoopwaarde tussen product A met afsluitprovisie en product B met doorlopende provisie. Daarover zal hij tekst en uitleg willen hebben van zijn adviseur.”
Van Voorst Vader erkent dat daarbij veel afhangt of de consument ook daadwerkelijk de Financiële Bijsluiter leest. “De praktijkervaringen in Groot-Brittannië hebben geleerd dat hoe dikker en uitvoeriger de bijsluiter is, hoe kleiner de kans daarop. Maar als het aan mij ligt, wordt de tussenpersoon verplicht om de Financiële Bijsluiter niet alleen persoonlijk uit te reiken maar ook van een toelichting te voorzien, bijvoorbeeld door het voorlezen en uitleggen van de highlights. Van een tussenpersoon mag je toch in redelijkheid verlangen dat hij zijn klant duidelijk maakt wat deze van het geoffreerde product kan verwachten.”
Stok achter de deur voor het intermediair is het voornemen van de Autoriteit-FM om zich niet te beperken tot het doorlezen van dossiers, maar ook op feitenonderzoek uit te gaan, zegt Van Voorst Vader. “De Autoriteit-FM wil zelf proefondervindelijk gaan vaststellen hoe een tussenpersoon is omgesprongen met de Financiële Bijsluiter. Tijd of geen tijd, de verdergaande ontwikkeling van de zorgplicht en aansprakelijkheid, het toenemende consumentisme en niet te vergeten, de nieuwe strakker geformuleerde samenwerkingsvoorwaarden van verzekeraars zullen de tussenpersoon dwingen zijn toegevoegde waarde aan te tonen. En dat is een goede zaak. Een professionele en goedwillende tussenpersoon heeft die tucht echter niet nodig. Die wil de klant de plussen en minnen laten zien van de aangeboden producten en zorgdragen voor een zodanige begripsmatige overdracht dat de klant een bewuste keuze zal kunnen maken.”
Centraal register
Voordat een consument met een tussenpersoon in zee gaat, moet er een loket zijn waar hij te rade kan gaan voor meer informatie over diens vakbekwaamheid. Een terechte voorwaarde vindt Van Voorst Vader. “De tussenpersoon heeft – net als de huisarts – de functie van poortwachter en is dus verplicht zijn vak bij te houden. Het hebben van een diploma is één ding, maar de klant moet ook in 2003 erop kunnen vertrouwen dat de tussenpersoon zijn vakkennis op peil houdt. Het kan niet zo zijn dat je als professional niet vakbekwaam en materiedeskundig bent.”
De NBVA-voorzitter is voorstander van een openbaar en makkelijk toegankelijk centraal register op internet, onder auspiciën van de Autoriteit-FM. “Ik weet dat de toezichthouder niet zit te wachten op het beheer van zo’n register voor registratie en controle, maar het is wel haar taak. De rijksoverheid bepaalt wie wel en wie niet wordt toegelaten tot de markt. Als politieagent van de overheid moet de Autoriteit-FM dit beleid handhaven. Zij geeft de vergunningen af en moet dus ook jaarlijks registreren of het intermediair voldoet aan de eisen van de permanente educatie. Het publiek moet erop kunnen vertrouwen dat zo’n toetsing in onafhankelijke handen is.”
In dat register voor registratie en controle kan volgens Van Voorst Vader ook worden vastgelegd welke financiële en juridische banden het intermediair onderhoudt met één of meer verzekeraars. “Conform de Europese richtlijn moet de tussenpersoon straks in elke publieksuiting aangeven of hij 10% of meer van de aandelen dan wel de zeggenschap over de onderneming heeft overgedragen aan een verzekeraar. Tevens dient te worden aangegeven of er sprake is van contractuele productieverplichtingen met een of meer verzekeraars. De consument kan zich zo een goed oordeel vormen over de tussenpersoon. Deze informatie zou bij voorkeur door verzekeraars verstrekt kunnen worden onder accountantsgoedkeuring. Dat zullen verzekeraars om meer dan één reden niet leuk vinden, maar het is voor de Autoriteit-FM niet te doen om zelf alle tussenpersonen af te gaan.”
Van Voorst Vader: “Van een tussenpersoon mag je toch in redelijkheid verlangen dat hij zijn klant duidelijk maakt wat deze van het geoffreerde product kan verwachten.”
Na zijn studie Nederlands Recht in Rotterdam en daarop aansluitende Europese postdoctorale opleiding in Brugge, kwam Alexander van Voorst Vader in 1975 als beleidsmedewerker in dienst van De Nederlandsche Bank. Daar zou hij dertien jaar lang in diverse functies werkzaam zijn. In januari 1988 werd hij benoemd tot secretaris van de concernraad van herverzekeraar Nederlandse Reassurantie Groep (NRG). Een kleine drie jaar later volgde zijn aanstelling als voorzitter van de brancheorganisatie NBVA, een functie die hij ruim twaalf jaar heeft vervuld. Per 1 januari volgend jaar wordt hij algemeen directeur van SRK Rechtsbijstand in Zoetermeer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.