nieuws

Van Lent het meest bezorgd over ‘aansprakelijkheid’

Archief

Henri van Lent, sinds negen maanden voorzitter van de sector Schade van het Verbond van Verzekeraars, maakt zich grote zorgen over de negatieve ontwikkeling van de schadecijfers. “We verwachten nu al -2,5% voor de hele branche over het jaar 2000 en dat is dus het tweede achtereenvolgende jaar dat we in de min gaan eindigen.”

door Manon Vonk
In het dagelijks leven is de uit België afkomstige Van Lent bestuursvoorzitter van de Royal Nederland Groep. Daarnaast is hij algemeen directeur van Royal Nederland Schade. Een druk bezet man is dan ook de conclusie.
Heeft hij nog wel tijd om een nevenfunctie als die van voorzitter van de sector Schade van het Verbond van Verzekeraars?
“Het tijdsbeslag van zo’n functie is niet gelijkmatig. Ik kan er dan ook geen percentage op los laten. Voor dit moment kan ik het er bij doen. Maar hadden wij voor de sector Schade zoiets gehad als een Belastingplan 21e eeuw, dan had het tijdsbeslag er heel anders uit gezien. Bovendien is de ondersteuning vanuit het Verbond zeer goed en hebben de leden van het sectorbestuur ieder hun eigen aandachtsgebied. Niet alles komt neer op de voorzitter.”
Naast zijn functie als sector-voorzitter is Van Lent binnen het Verbond ook nog actief als lid van het Verbondsbestuur en als lid van de commissie Arbeidsvoorwaarden. In dat kader maakt hij deel uit van de onderhandelingsdelegatie voor de bedrijfstak-cao. Buiten het Verbond, maar binnen het eigen concern is hij lid van het ‘commité direction’ van AGF.
Negatieve resultaten
Van Lent maakt zich grote zorgen over de ontwikkeling van de resultaten in de schadeverzekering. “Het jaar 1997 was een topjaar, toen hadden we een positief resultaat van 5%. Voor het afgelopen jaar verwachten wij nu al een negatief resultaat van 2,5%. Dat is het tweede achtereenvolgende jaar dat we in de min eindigen. Dat baart mij grote zorgen.”
Vooral de ontwikkeling in de branche motorrijtuigen is volgens Van Lent debet aan dit slechte resultaat. Voor het jaar 2000 heeft ook de ramp in Enschede een belangrijke rol gespeeld.
“Wat mij vooral zorgen baart is dat de vooruitzichten voor de branche motorrijtuigen er ook niet beter op worden.” Van Lent noemt ontwikkelingen op het gebied van regres, stijgend aantal diefstallen en letselschade als oorzaken voor de negatieve resultaten. “Verder krijgen wij dit jaar een btw-verhoging voor onze kiezen. Ook gaan de nettolonen omhoog, wat weer een negatieve invloed heeft op de letselcomponent, zelfs met terugwerkende kracht vrees ik. De milieutoeslag van de schadeherstelbedrijven is ook kostenverhogend voor de verzekeraars. Allemaal factoren waarvan we nu al kunnen zeggen dat ze een rol gaan spelen dit jaar en ik hoor zo weinig over premieverhogingen praten,” verzucht Van Lent. Die daaraan toevoegt dat hij uiteraard ook wel weet dat de consument niet zit te wachten op premiestijgingen zoals in de zorg. “Het zou beter zijn om onderhoud te plegen op je tarieven in plaats van in één keer een grote premiestijging door te voeren.”
Binnen het Verbond van Verzekeraars wordt ook de mogelijkheid van een bonus/malus-databank bestudeerd. Deze databank zou moeten voorzien in de behoefte van verzekeraars om de aanvraag voor een autoverzekering direct te kunnen afhandelen, zonder voor informatie afhankelijk te zijn van de klant of van een andere verzekeraar. “Dat project heeft alleen kans van slagen als de hele markt meedoet”, zegt Van Lent. “Je kunt je afvragen of de timing voor deze database goed is, gezien de drukte rond de euro.”
Ook is het Verbond bezig met de bouw van een prototype van het Informatie Systeem Autodata (ISA). “Dit systeem moet vooral leiden tot een snellere en eenvoudiger toegang tot diverse relevante bestanden, zoals bijvoorbeeld RDW en de Nationale Autopas. Dit is vooral van belang omdat het raadplegen en voeden van databanken onderdeel uitmaakt van het primaire proces en vaak met klanten/tussenpersonen aan de telefoon wordt gedaan. Met ISA worden alle soorten databestanden ontsloten. Bijkomende voordelen zijn kostenbesparingen en efficiency.” Een proef met het systeem is in voorbereiding bij Stad Rotterdam.
Een ander project dat al vrij lang in de steigers staat, is de Nederlandse Restwaarde Markt (NRM). Wat is de stand van zaken?
“Dat project heeft in de ontwerpfase inderdaad wat vertraging opgelopen. Het betreft een overeenkomst c.q. samenwerking tussen autohandelaren en verzekeraars en deze partijen moesten eerst wat aan elkaar wennen. Maar nu zijn we zo ver dat de grote marktpartijen willen deelnemen. We voeren het gefaseerd in en we zijn in januari van start gegaan. Het wordt een wapen tegen fraude en criminaliteit.”
Verkeersaansprakelijkheid
Een ander onderwerp dat nauw gelieerd is aan de branche motorrijtuigen is verkeersaansprakelijkheid. “Wij hebben ons standpunt over de bescherming van de zwakke weggebruiker nogmaals over het voetlicht gebracht. Wij pleiten voor codificatie van de bestaande jurisprudentie. We hebben uit de brede discussie die gevoerd is met Justitie begrepen dat er in deze regeerperiode geen nieuwe wetgevingsinitiatieven op dat vlak te verwachten zijn. Er is op dit moment wel een onderzoek gaande of een ‘directe verkeersverzekering’ tot de mogelijkheden behoort. We zijn daar niet principieel op tegen, maar uitvoeringstechnisch zitten daar zo veel haken en ogen aan dat het ons nog niet aan de orde lijkt. Zonder dat het onderwerp overigens begraven is. Het is in ieder geval voor Justitie aanleiding om te zeggen dat er voor deze regeerperiode geen wijzigingen op stapel staan. Ook vanuit de samenleving is er niet echt de druk om het anders te regelen. Men zegt niet ‘wat is het toch zielig voor de voetganger of die fietser’. Nee, wat ons betreft is er inmiddels goede jurisprudentie, dus waarom zouden we daar vanaf willen?”
Behalve de verkeersaansprakelijkheid draagt Van Lent ook de verkeersveiligheid een warm hart toe. Zo is bestuurslid van de verkeersveiligheidsorganisatie 3VO. Maar ook de criminaliteit vraagt blijvende aandacht. “Als verzekeraars moeten wij daar absoluut een rol in houden. We zijn tamelijk succesvol geweest in onze strijd tegen fraude en diefstal. Aan deze trend lijkt een einde te komen. Er is net bekend gemaakt dat het aantal autodiefstallen weer omhoog is gegaan. Binnen mijn eigen bedrijf lijkt het er op dat het niet zozeer een verhoging is, maar dat er een einde is gekomen aan de daling.”
De net bekend gemaakte cijfers betreffen zowel nieuwe als oude auto’s. Het is volgens Van Lent moeilijk aan te geven waarom aan de dalende trend een einde is gekomen. “Misschien zijn de dieven wel weer veel slimmer en professioneler geworden en misschien moeten we er nog meer voor gaan zorgen dat in oude auto’s een startonderbreker wordt ingebouwd.”
Verharding
Ook de branche Brand kende afgelopen jaar een negatief resultaat. “Dat is zo goed als volledig toe te schrijven aan de vuurwerkramp in Enschede. De totale materiële schade bedraagt f 550 mln bruto. Een tweede aspect bij Brand is de situatie op de zakelijke markt”, vertelt Van Lent.
“Daar was een steeds verdere afkalving van de premies gaande. Verzekeraars zijn daar ook debet aan. Het getij lijkt zich nu te keren. De markt verhardt. We zien nu een premiestijging bij die contracten die duidelijk te laag geprijsd waren. Wat we ook zien, is dat de capaciteit van deze markt terugloopt. Er moet meer verzekerd worden door minder verzekeraars tegen een hogere premie. Internationale herverzekeraars stelden behoorlijk wat capaciteit beschikbaar, maar kregen dus ook een belangrijk deel van de slechte resultaten doorgeschoven. Nu pikken ze dat niet meer en stellen alleen capaciteit beschikbaar als daar een goede premie tegenover staat. En dat helpt natuurlijk om die premies op een beter niveau te krijgen.”
“Daarnaast”, vertelt Van Lent, “waren er natuurlijk ook kleinere verzekeraars die een scheve schaats reden door te lage premies te vragen. Je ziet nu dat deze langzaam uit de markt verdwijnen, waardoor er een concentratie van grotere verzekeraars is en deze dus ook meer een machtspositie krijgen. Zij willen geen rode cijfers meer zien.”
Onder de branche Brand valt ook het onderwerp ‘overstromingsrisico’. Van Lent is daar heel duidelijk in. “Wij hebben geadviseerd om neerslagschade te dekken onder de inboedel- en opstalverzekering. Daar ligt onze limiet. Wat ons betreft, is overstromingsschade een onverzekerbaar risico. Ik denk overigens dat wij daar niet anders over denken dan de ministeries van Financiën, Binnenlandse Zaken en Verkeer & Waterstaat. Uiteraard volgen wij zeer nadrukkelijk de ontwikkelingen ten aanzien van waterbeheer vanuit de overheid. Wij zullen duidelijk blijven maken wat onze opinie is en welke beperkingen er zijn aan onze mogelijkheden.”
Beroepsziekten
Bij het ter sprake brengen van de onderwerpen die de aandacht vragen van het bestuur van de sector Schade, komen we vanzelf op de branche Overige varia en de daaronder vallende Aansprakelijkheid. “Dit is wat mij betreft de meest sombere branche. Zeker in verband met beroepsziekten”, zegt Van Lent.
“Het lijkt wel of er iedere dag nieuwe beroepsziekten bijkomen. Want je noemt wel RSI, maar wat dacht je van bijvoorbeeld OPS (schildersziekte) en dergelijke. Ik denk dat we het ten aanzien van mesothelioom (asbest) naar behoren opgelost hebben. Daar is sinds begin vorig jaar het Asbestinstituut voor opgericht. Daar spelen wellicht nog wat kinderziektes, maar die worden opgelost.”
Door de terugtredende overheid is de financiering van de kosten van beroepsziekten verschoven naar werkgevers en dus naar de aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (avb). Het grootste probleem wat hierbij speelt, is de calculeerbaarheid van het risico. We zijn nadrukkelijk aan het onderzoeken of een directe verzekering, een aov-product, hier uitkomst zou kunnen bieden. Wij zitten nu met aov-verzekeraars om de tafel en hopen in de loop van dit jaar met een oplossing te komen. Maar daar zullen wij naar alle waarschijnlijkheid ook de overheid bij nodig hebben. Want daar zal wetgevend werk bij nodig zijn.”
Het onderwerp valt Van Lent zwaar. “Het open eind karakter van de aansprakelijkheidsverzekering waarbij je risico’s niet uitsluit, maakt dat alles wat je op het moment van sluiten niet hebt voorzien en zich later toch manifesteert, wel hebt betrokken in de dekking. En het gaat om enorme bedragen.”
Van Lent ziet wel degelijk dat zich boven Nederland een donkere wolk van beroepsziekten aan het formeren is. “Wij proberen uiteraard Amerikaanse toestanden te vermijden. Vandaar ook dat wij denken dat wij dat risico met een directe verzekering meer kunnen sturen. Je zou je kunnen voorstellen dat wij een lijst samenstellen van beroepsziekten, met daaraan gekoppeld genormeerde bedragen, waarvoor de dekking kan gelden. Hiermee beperk je het open einde karakter.”
Van Lent kan op dit moment nog geen uitspraak doen over hoe zo’n directe verzekering er uit zou kunnen zien. Wel geeft hij aan, dat er nog dit jaar uitsluitsel zal komen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van een directe verzekering.
Affectieschade
Als je het hebt over aansprakelijkheid komt de discussie ook al heel snel op smartengeld en affectieschade (smartengeld voor naasten van het slachtoffer).
“In de eerste plaats is het vooral een politieke en maatschappelijke discussie of je het smartengeld wil uitbreiden met affectieschade. Wij hebben als verzekeraars in ieder geval aangegeven dat wij bereid zijn daarin mee te gaan als de politiek vindt dat dat moet gebeuren. Waarbij het ook bij de politiek duidelijk is, dat het risico van Amerikaanse toestanden aanwezig is. Wij hebben aangegeven aan welke randvoorwaarden zo’n uitbreiding zou moeten voldoen. Zo moeten de bedragen genormeerd worden, moet er een goede definitie van ‘kring van gerechtigden’ opgesteld worden en die kring moet ook vooral niet te breed worden en ten derde moet het begrip ‘zwaar gewond’ goed gedefinieerd worden. En dat laatste is heel moeilijk. Wij hebben het Personenschade Instituut Verzekeraars (PIV) daarover geconsulteerd. Ook hebben wij al op informele wijze daarover met de minister van Justitie gesproken, want uiteindelijk heeft het premie-consequenties en dat moeten we ook in beeld krijgen. Dat zal betrokken moeten worden in de politieke besluitvorming.”
Van Lent maakt een vergelijking met de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. “De WAM is ons toentertijd ook opgelegd. De samenleving heeft toen gezegd: er moet een aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen komen. En wij als verzekeraars hebben dat toen uitgevoerd. Wij hebben overigens recentelijk nog bestudeerd of wij een elektronisch WAM-register in eigen beheer konden opzetten. Vooral omdat wij meer grip op de kosten wilden krijgen. Nou, dat bleek niet zinvol. Het idee dat we het zelf goedkoper zouden kunnen, is niet uitgekomen.”
Vangnet
Bij het praten over afspraken komt ook de mogelijkheid van een vangnetconstructie per branche aan de orde. Van Lent is hier heel duidelijk over. “De discussie over vangnetconstructies per branche verkeert nog in een vroegtijdig stadium. We zijn onder andere nog in discussie met de Verzekeringskamer hierover. Ik wil wel mijn persoonlijke mening geven. Ik ben principieel tegen elke constructie die een premie zou zijn voor die verzekeraars die de technische uitgangspunten met voeten treden. Ik sta daar niet alleen in. Minister Zalm heeft aangegeven dat een algemene vangnetconstructie zoals die er is voor de branche Leven, niet voor de gehele schadebranche wenselijk is. Het zou wellicht wel voor een aantal specifieke branches kunnen gelden, maar dat onderzoek loopt nog.”
Oliebollen
Van Lent hoeft niet heel lang na te denken als hem de vraag gesteld wordt wanneer zijn jaar goed zou zijn als hij op 31 december aan de oliebollen zit. “Mijn jaar is pas goed als we weer zwarte cijfers schrijven; als we de negatieve trend hebben kunnen ombuigen. Verder zou ik heel blij zijn als we een aantal stappen hebben kunnen zetten om de aansprakelijkheid ten aanzien van beroepsziekten onder controle te krijgen.”
Op zeer persoonlijke titel laat Van Lent zich nog uit over de toekomst van de co-assurantie. “Het terugtreden van verzekeraars schiet door, waardoor het voortbestaan van de beurs, de co-assurantie, onder druk komt te staan. Dat zou ik een heel spijtige ontwikkeling vinden. De co-assurantie als zodanig moet overeind blijven. De beurs is een groot goed.”
Henri van Lent (55) volgde actuariële studies in België, zijn geboorteland. “Ik heb eigenlijk maar bij twee bedrijven gewerkt”, vertelt hij. In 1970 begon hij bij AXA België, waar hij ruim zestien jaar werkzaam was. “Collega Lefèvre, nu hier actief bij AXA, was daar mijn opvolger.”
In 1987 is Van Lent in België overgestapt naar Royal Insurance, waarna hij in 1989 de overstap maakte naar de Nederlandse poot. In 1991 is hij Hendrik Jan van der Hoeven opgevolgd als voorzitter van de directie. Momenteel zit hij met twee petten op. Hij is bestuursvoorzitter van de Royal Nederland Verzekeringsgroep en daarnaast algemeen directeur van Royal Nederland Schade. Verbond van Verzekeraars.
“Ik ben principieel tegen elke vangnetconstructie die een premie zou zijn voor die verzekeraars die de technische uitganspunten met voeten treden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.