nieuws

Van Dort: alle verzekeraars zouden ‘erkend bedrag’ direct moeten

Archief

De bekende personenschaderegelaar Raoul van Dort heeft vorige maand een boek gepubliceerd over ‘Het verhaal van letselschade’, met als ondertitel ‘Wegwijs in de juridische jungle’. Welk profiel schetst Van Dort van de meest gebruikelijke tegenpartij bij letselschade: de aansprakelijkheidsverzekeraar van degene die het ontstaan van het letsel kan worden aangerekend?

Van Dorts boek is bedoeld "voor het slachtoffer, zijn naasten of voor andere geïnteresseerden die meer willen weten over letselschade in welk opzicht dan ook, zonder dat zij zich hoeven te verdiepen in ingewikkelde juridische teksten of wetgeving". Na enkele inleidende hoofdstukken worden in hoofdstuk 5 'De spelers in het letselschadeveld' onder de loep genomen. Van Dort legt uit dat als gevolg van de al dan niet verplichte aansprakelijkheidsverzekering meestal de betrokken verzekeraar in de plaats van de aansprakelijke partij treedt.
"In eerste instantie kan de verzekeraar afwachten wat door het slachtoffer wordt gesteld met betrekking tot de aansprakelijkheid maar ook met betrekking tot de schade en de schadeomvang. Hij is de zich verwerende partij, het slachtoffer is de eisende partij op wie de primaire bewijslast rust. Toch stellen ook verzekeraars zich in de regel actief op bij letselschadekwesties. Verzekeraars hebben dat onderling ook met elkaar afgesproken. Met name bij letselschadekwesties voeren zij een zogenaamd actief schaderegelingsbeleid. Dat wil zeggen dat zij dus niet achteroverleunen, maar zelf onderzoek instellen om meer inzicht te krijgen in een aansprakelijkheidsvraagstuk of zelf aandringen op persoonlijk contact met het slachtoffer om op die manier een beter beeld te krijgen van de persoon en zijn schade. Op die wijze kunnen zij een betere inschatting maken van de vergoeding die uiteindelijk zal moeten worden betaald: de zogenaamde schadereserve."
Van Dort schetst ook de andere kant van de medaille. Want dat het informatie vergaren door verzekeraars geen louter neutrale aangelegenheid is, laat hij duidelijk naar voren komen. De verzekeraar wil ook kijken of er mogelijkheden zijn de schadevergoeding te beperken, al zal men dat als zodanig nooit graag toegeven, stelt Van Dort. "Omdat de verzekeraar een commerciële organisatie is met een zo gunstig mogelijke winst als doel, is dat op zich wel begrijpelijk, mits de grenzen van het redelijke en betamelijke niet worden overschreden."
 
Macht
Dan volgt in het boek (pag. 58) het kopje 'De verzekeraar: de macht van het bezit van geld'. Van Dort legt uit dat vergoeding van de kosten van de belangenbehartiger en de kosten van medische expertise onderdeel van de schadevergoeding vormen. Omdat de verzekeraars die kosten (uiteindelijk) moeten betalen, stellen zij nogal eens dat zij dan ook in feite degene zijn die de keuze bepalen van de arts die de expertise moet gaan verrichten. "Anders gezegd, wanneer een arts wordt ingeschakeld die niet de voorkeur van de verzekeraar heeft, stelt de verzekeraar die kosten niet te vergoeden."
"Dat is eigenlijk misbruik van de macht van de partij die het geld in de knip heeft. De belangenbehartiger mag zich niet laten misleiden door een dergelijke handelwijze. Zijn keuze voor een arts, een arbeidsdeskundige of een reïntegratiedeskundige mag dus niet zozeer afhangen van degene die de kosten van de deskundige moet vergoeden, als wel door deskundigheid van de betreffende arts, zijn ervaring en dergelijke."
 
Tros Radar
Vervolgens schetst Van Dort de situatie dat in letselschadekwesties de verzekeraar "altijd veel luxer en financieel ruimer in zijn jasje zit dan het slachtoffer". Wanneer het dichthouden van de geldkraan maar lang genoeg duurt, gaat het slachtoffer vanzelf door de knieën. Dan komt de auteur welhaast onvermijdelijk uit bij een spraakmakende uitzending van Tros Radar in september 2001, "waarin dit onsympathieke aspect van de letselschadepraktijk uitvoerig aan de orde kwam".
Het eind vorig jaar verschenen rapport van het in het verlengde van Tros Radar gestarte onderzoek door Stichting De Ombudsman had hier en daar duidelijk effect. "Naar aanleiding van deze negatieve publiciteit hebben een paar verzekeraars hun betalingsbeleid aangepast. Die verzekeraars zijn dan bereid in een discussie omtrent de hoogte van een schadevergoeding, in ieder geval het bedrag te betalen dat zij menen te moeten betalen. De verdere discussie beperkt zich dan tot het meerdere. Dit verbetert de positie van het slachtoffer."
Van Dort is hier positief over. "Het is voor het slachtoffer makkelijker te procederen met een substantieel deel van de schadevergoeding al op de bankrekening dan wanneer over de totale vergoeding geprocedeerd moet worden. Het zou positief zijn wanneer alle verzekeraars dat beleid zouden hanteren."
 
'Het verhaal van letselschade' (ISBN 90 776 7102 1) is verschenen bij uitgeverij Pica en kost e 14,50 (incl. btw).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.