nieuws

Vakbonden willen lonen 3,75% omhoog

Archief

De samenwerkende vakbonden hebben hun leden in het verzekeringsbedrijf voorgesteld om de cao-onderhandelingen in te gaan met een looneis van 3,75% per 1 april. De organisaties De Unie, BBV, Dienstenbond CNV en FNV-Bondgenoten (v/h Dienstenbond FNV) gaan op 19 maart weer aan tafel met de werkgevers.

De bonden opteren voor een éénjarige cao, die loopt van 1 april 1998 tot en met 31 maart 1999. Deze cao volgt dan op de zogeheten tussen-cao, die midden vorig jaar werd gesloten om de discussie over vut/pensioen en over het werkgelegenheids- en opleidingsbeleid niet (langer) te frustreren.
Vut/pensioen
De studie naar het vervangen van de huidige basis-pensioenregeling en vut door een flexibele basisregeling waarvan vervroegde pensionering deel uitmaakt, is nog gaande. “Voorwaarde voor het succesvol voltooien van deze studie is dat de thans in dienst zijnde medewerkers een vrije keuze krijgen tussen handhaving van de huidige pensioenregeling, waaraan gekoppeld een vut of pré-pensioen, danwel overgang naar de nieuwe pensioenregeling.”
Werkgelegenheid
Voor wat betreft de werkgelegenheid geldt als kompas de analyse die onlangs is uitgevoerd door het onderzoeksbureau Sant (zie AM 1997, nr 24, pag. 2). De bonden willen de werkgevers tot de volgende kernafspraak bewegen: ‘iedere werknemer die bereid is opleidingen te volgen, die hem/haar blijvend geschikt maken voor functies binnen het verzekeringsbedrijf, ontvangt in ruil daarvoor werkzekerheid’.
De bonden willen dat elke verzekeringsonderneming het komende jaar haar eigen arbeidsmarkt-analyse voor de komende drie tot vijf jaar maakt. Hierbij wordt in kaart gebracht wat de toekomstige functie-eisen en kwalificaties zijn en hoe daar via scholingstrajecten voor de huidige werknemers aan kan worden voldaan.
Mobiliteitsbureau
Elke onderneming met meer dan 250 werknemers zou moeten overgaan tot instelling van een intern mobiliteitsbureau, dat alle prioriteit bij interne herplaatsing legt. Het personeelsplan voor de komende drie tot vijf jaar zou ter instemming aan de ondernemingsraad moeten worden voorgelegd.
Deeltijdarbeid
Er zou in de cao het recht op deeltijdarbeid moeten komen. In beginsel blijft de werknemer zijn/haar oude functie uitoefenen, tenzij de werknemer instemt met een functiewijziging. Ter bevordering van deeltijdarbeid zou de werkgever aan degenen die 20% korter gaan werken, na het eerste jaar van het deeltijddienstverband een uitkering ineens moeten verstrekken ter grootte van 50% van de bruto inkomensachteruitgang.
Overwerk
Als overwerk niet langer als incidenteel kan worden aangemerkt, moet dit in uitbreiding van personeel worden omgezet. Tweemaal per jaar moet de werkgever het beleid ten aanzien van overwerk (op grond van een rapportage over omvang en aard) bespreken met de ondernemingsraad.
Bij de vergoeding van overwerk in tijd zal tevens de toeslag in tijd worden gecompenseerd. Deze komt derhalve niet te vervallen, zo wensen de bonden als uitgangspunt te kiezen. Flexibele contracten moeten tot een minimum beperkt worden. De bonden vrezen een tweedeling tussen vaste medewerkers en medewerkers met een tijdelijk dienstverband dan wel uitzendarbeid. De beloning van uitzendkrachten moet conform de arbeidsvoorwaarden van de inlenende onderneming zijn.
Werkdruk
De bonden vinden dat de problematiek van werkdruk zeer serieus moet worden genomen. Ze willen dat er een uit werkgevers- en vakbondsvertegenwoordigers samengestelde commissie wordt ingesteld die deze problematiek in kaart brengt en instrumenten aanreikt voor het terugdringen ervan.
Bedrijfstijdverlenging
In het Sant-rapport wordt gesteld dat een toenemend aantal medewerkers buiten de normale bedrijfstijd zal gaan werken. Dit betekent dat er voor de periode na 31 december van dit jaar (afloopdatum experimentele bedrijfstijdverlenging) afspraken moeten worden gemaakt over de wijze waarop het werken op onaangename uren dient te worden gecompenseerd.
Deelname van werknemers dient plaats te vinden op vrijwillige basis. Naast een toeslag voor het werken op zaterdag stellen de bonden als compensatie voor een gemiddeld 36-urige werkweek, waarbij betrokken niet verplicht kunnen worden om meer dan zes avonden en één zaterdag per drie weken te werken. De arbeidsduurverkorting zal in hele dagen worden opgenomen (4×9 uur of één week 5×8 uur en de andere week 4×8 uur).
Sabbatical leave
De werknemers moeten extra vakantiedagen kunnen kopen, met bijvoorbeeld als doelstelling: sparen voor een langdurige werkonderbreking (sabbatical leave) van drie tot zes maanden.
Het doel en de invulling van deze langdurige werkonderbreking zou volledig aan de werknemer overgelaten moeten worden. In het geval een sabbatical leave wordt aangewend voor scholing, zal de werkgever de gespaarde tijd verdubbelen, zo willen de bonden.
Direct gezamenlijk
De leden van de vakbonden kunnen tot 11 maart a.s. reageren naar hun organisaties. Op 12 maart maken de bonden afzonderlijk de balans op en de dag erna zullen zij gezamenlijk de wensen op één noemer brengen. De eerstvolgende overlegronde met de verzekeraars volgt een week later.
Mede vanwege de eerdere samenwerking in de voorfase hebben de vakbonden besloten een gemeenschappelijke inzet te kiezen. “Gebruikelijk is dat halverwege de onderhandelingen de verschillende voorstellenbrieven van de vakorganisaties worden samengevoegd. Om geen tijd te verliezen en om maximale druk op de ketel te houden, hebben we besloten vanaf de start van de onderhandelingen met één voorstellenbrief te komen”, aldus bestuurder Dirk Kramer van De Unie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.